Koenigs-collectie

In het overigens uitstekend gedocumenteerde artikel van Lucette ter Borg over de Koenigs-collectie (Z 16 december) blijft een der belangrijkste facetten - het recht van de Nederlandse regering om een (schijn)koop die tijdens de oorlog plaats vond ongedaan te maken - onderbelicht. Dat gold uitdrukkelijk ook voor transacties die op het oog volledig normaal waren.

De plundering van Nederland door de bezetter kunnen we ruwweg verdelen in directe en indirecte roof. De eerste methode behoeft geen nadere toelichting, over de tweede is veel minder bekend hoewel hij minstens even effectief (of zelfs effectiever) was.

Waar het om draait, is dat de Nederlandsche Bank werd gedwongen Duitse Rijksmarken om te wisselen tegen een door de Duitsers opgelegde, onvoordelige koers. Het gevolg was dat enorme hoeveelheden marken Nederland binnenstroomden. De guldens die voor de Koenigs-collectie werden neergeteld waren in feite niets anders dan gecamoufleerde marken. De Duitse aankopen in Nederland en de betalingen van Duitsland aan Nederland gebeurden dus over de rug van de Nederlandse staat, die guldens moest verschaffen in ruil voor waardeloze Rijksmarken. De bevolking heeft zich deze vorm van roof in de meeste gevallen niet eens gerealiseerd.

Bij de bevrijding had de Nederlandsche Bank een Reichsmarkvordering op Duitsland van omstreeks zes miljard. De Bank droeg die oninbare vordering over op de Nederlandse regering. In hedendaags geld komt dat neer op zo'n zestig miljard gulden. De Geallieerden, en dus ook de Nederlandse regering in ballingschap, hadden de implicaties van deze indirecte roof (technical looting in het jargon) al in een vroeg stadium voorzien en er voor gewaarschuwd.

In de Allied Joint Declaration (5 januari 1943) behielden de regeringen van de geallieerde landen (dus ook de toenmalige Sovjet-Unie) zich uitdrukkelijk het recht voor om transacties tussen de bezetter en ingezetenen van de bezette gebieden nietig te verklaren 'zelfs als ze naar de vorm wettig schijnen'. Deze verklaring werd in juli 1944 aangevuld met de Resolutie VI van de United Nations Monetary and Financial Conference die plaatsvond in Bretton Woods, USA. Daarin herbevestigden de geallieerden (dus ook de Sovjets) hun intentie alle noodzakelijke maatregelen te zullen treffen om de Duitse roof ongedaan te maken.

Tenslotte nog een opmerking over Ter Borgs slotpassages waarin ze een mogelijke Duitse claim op de collectie ter sprake brengt. Duitsland heeft uiteraard de Joint Declaration nooit ondertekend en helaas hebben de Geallieerden daar bij de capitulatievoorwaarden in mei 1945 geen rekening mee gehouden. Volgens Duits recht zou het hier gaan om diefstal en die verjaart na tien jaar.