Internationale 'weetjesquiz' roept discussie op

Nationale wetenschapsquiz, 1 januari, Ned.3, 19.30u.

Ook dit jaar organiseren NWO en VPRO de Nationale Wetenschapsquiz, een fenomeen dat de bedoeling heeft te concurreren met het Nationaal Dictee. En dit jaar doen, net als met het Nationaal Dictee, ook Belgische deelnemers mee. Taalgrenzen verschuiven, en de vraag rijst nu wat televisiemakers onder 'nationaal' verstaan.

De formule van de Wetenschapsquiz is voor buitenstaanders altijd een beetje onduidelijk. Weten die tv-deelnemers de vragen nu al? De kijkers troffen in hun krant al weken geleden het hele formulier aan. Het antwoord is dat de televisiequiz al een maand geleden is opgenomen. Pas daarna werden de vragen vrijgegeven aan de kranten, dit jaar uitgebreid met de Belgische Standaard. De antwoorden weten tot dusverre alleen de opstellers van de quiz en de televisiedeelnemers.

Vorig jaar was er een team van onderzoekers tegen een team wetenschapsjournalisten. Omdat een quiz vooral brede kennis vereist, werd hij weinig verrassend gewonnen door de journalisten en - hoera! voor feministisch Nederland - nog wel door een vrouw: Liesbeth Jongkind van het blad Kijk. Ditmaal nemen hoogleraren het op tegen Kamerleden, de uitslag is daardoor minder goed te voorspellen. Ik houd het ditmaal op de wetenschappers.

Tegelijk worden ook de winnaars van de krante-inzenders bekend gemaakt. Vorig jaar scoorden de Volkskrant-lezers beter dan NRC Handelsblad. Maar de lezers van de krant hadden ook wel erg weinig tijd gehad om in te zenden. Dit jaar heb ik er voor gepleit om de vragen eerder in de kranten te krijgen, zodat dat verschil wegviel. Daarop is NWO ingegaan. We zullen zien of het wat uitmaakt. Misschien zijn NRC-lezers toch minder ontwikkeld dan waarvoor ze gehouden worden. VPRO-leden hebben een klein voordeeltje: in de VPRO-gids was vraag 17 verkeerd afgedrukt. Die wordt voor hen altijd goed gerekend.

Nu de vragen zelf. Battus heeft al in de Volkskrant enkele vragen van commentaar voorzien, zoals vraag 4: 'Je hebt negen zakken met elk duizend munten en een gewone weegschaal. In een zak zitten uitsluitend valse munten van 9 gram. De andere zakken bevatten uitsluitend munten van 10 gram. Hoeveel keer moet je minstens wegen om de zak met valse munten eruit te halen? a. 1 keer. b. 4 keer. c. 9 keer.'

Zo'n vraag is om uit je vel te springen. Alles draait om het woordje 'gewone' bij weegschaal. Is bedoeld een balans of een personenweegschaal? Wat voor weegschaal bedoelt de quiz? Uit de antwoorden kunnen we opmaken dat het geen balans moet zijn. Dan had er 2 keer wegen bij moeten staan (eerst drie zakken op de ene schaal, drie zakken op de ander schaal en drie zakken laten liggen, enz.).

Dus een weegschaal met gewichtsaanduiding. Dan moet het eenmaal wegen zijn, want zoals Battus al aangaf, dit raadsel is een oude bekende. De grap is dat de zakken geopend worden. Een munt wordt uit de eerste zak genomen, twee munten worden uit de tweede zak genomen, drie uit de derde enz. Bij weging blijkt het gewicht een veelvoud van tien gram, minus enkele grammen. Dit tekort komt overeen met het zaknummer en daarmee is de valse zak getraceerd.

Voor een raadselkenner (deze vraag heeft uiteraard niets met wetenschap te maken) is het ergerlijke dat twee raadsels door elkaar gehaald zijn: die van de balans met 9 zakken en die van de aanduidingsweegschaal, waarbij gewoonlijk echter tien zakken aanwezig zijn.

Opgemerkt moet worden dat de rader wel moet weten dat de gewone weegschaal tot op de gram nauwkeurig afleesbaar is. En met de woorden 'gewone weegschaal' roept de quiz die nauwkeurigheid niet op. Verkeerde vraag dus. En zo zal er wel meer gediscussieerd kunnen worden. De antwoorden staan na afloop op teletekst en op internet.