'Ik ben iemand die het volk verdeelt'

Youp van 't Hek (Naarden, 1954) verschijnt zondagavond op Nederland 3 met zijn tweede oudejaarsavondconférence. Vanavond worden in de Kleine Komedie in Amsterdam de laatste opnamen gemaakt, als althans zijn stem hem niet - zoals eerder deze week - in de steek laat. Tijdens een openbaar interview in het Theater Instituut Nederland zei hij:

“Ik ben op 11 september begonnen met schrijven. Mijn familie wordt altijd eerder nerveus dan ik. Dan zegt mijn vrouw begin september: heb je al iets op papier? Meteen reden voor ruzie, want dan denk ik: bemoei je daar nou niet mee. Maar ze heeft natuurlijk wèl gelijk. Of ze zegt: ga je vanmiddag werken? Hoezo, vraag ik, wat is er dan? Iedereen om mij heen wordt nerveus. Op het kantoor dat al mijn zaken regelt, zeggen ze: heb je al iets? Hou je kop, is mijn reactie. En dan komt er een moment dat ik 's nachts niet slapen kan. Dan ga ik boven zitten, in mijn werkkamer, en dan ram ik het er meestal in één keer uit. Dat gaat heel snel. Maar daarvóór heeft het al heel lang in mijn kop zitten gisten. Ik praat er dan alleen nog met niemand over.

“Toen de VARA mij voor het eerst om een oudejaarsconférence vroeg, in '86 of daaromtrent, toen zei ik nee. Ik durfde nog niet, ik dacht: dat kan ik nog niet. Pas in '89 zei ik: ja, ik doe het. Toen was ik ook heel vereerd, want het is toch iets bijzonders. Zoals vroeger de hele familie om de kachel zat, zo zit nu de hele familie die avond bij elkaar in de wetenschap dat er één zo'n ouwehoer komt die het hele jaar nog eens samenvat - hoe het nou met de Van der Valkjes is gegaan en zo. Het enige verschil met vroeger, met Wim Kan, is dat het volk er niet meer door wordt verenigd. Ik ben iemand die het volk verdéélt. Er zijn al schoonmoeders die zeggen: als jullie naar Youp van 't Hek gaan kijken, dan kom ik niet. Dus ik heb brieven gekregen of het alsjeblieft doorgaat. Dat is één grapje uit de conférence.

De eerste keer had ik de indruk dat het wel een beetje aansloeg en toen vond ik dat een heel mooie reden om het voorlopig weer een tijdje niet te doen. Iedereen heeft het idee in zijn hoofd dat Wim Kan er elke oudejaarsavond was, maar hij heeft het, althans voor de televisie, maar vier keer gedaan.

Sinds die eerste keer is het onderwerp elk jaar wel eens ter sprake geweest, maar het is mij nooit meer met zoveel woorden gevráágd. Tussen de VARA en mij is er een soort huwelijk. En als je elkaar wat langer kent, dan vraag je niet meer: mag ik neuken - dan dóe je 't gewoon. Zo ging het nu ook. Op een gegeven moment zei ik: nu wil ik wel weer.

De volgende stap is een goeie vorm te vinden om er een heel erg leuk uur van te maken. Dat is het belangrijkste: een leuk uur, maar ook een inhoudelijk uur, waarbij iedereen het gevoel krijgt: het is 31 december en we kijken terug op een jaar.

Je houdt er bovendien rekening mee dat je op die avond een ander, breder publiek toespreekt. In het theater hebben de mensen een kaartje gekocht, het licht gaat uit, de deuren zijn dicht en om met Wim Kan te spreken: dan is het complot gesmeed en de boze grote wereld is buiten. Maar dit is echt voor televisie gemaakt, zo spreek ik ook tot de mensen.

Het thema is van Céline: sterven of liegen. Dat is de keus die je hebt in het leven. Je liegt mee of je pleegt zelfmoord. Zo zwart-wit is het. Het is een prachtige tekst van hem. De conférence begint letterlijk zo: 'Ik heb nooit de moed gehad om mij van kant te maken. Er is maar één waarheid op deze wereld, dat is de dood. Het is sterven of liegen. Ik heb nooit de moed gehad om mij van kant te maken - dat schreef Louis-Ferdinand Céline in 1949.'

Ik vond dat een heel mooi uitgangspunt voor een conférence. De totale leugen van de televisie, maar ook de leugen van zakenmensen, de leugen van Shell met zijn advertenties. Een man die bij Shell werkt, heb ik nog nooit horen zeggen: ja, 't is wat, hè, wat wij doen in Nigeria. Die roept: ach nee joh, dat zijn de media... En ook de Van der Valkjes vinden dat het best wel meevalt wat ze hebben gedaan. Die leugen. Maar ook je eigen leugen. Gewoon doorrijden, gewoon dooreten, wat ik zelf óók doe hoor, gewoon doorgaan en alleen maar zeggen: tja, 't is me wat...

Ook het huwelijk is voor een groot deel een heel grote leugen. Dat hoeft niet eens erg te zijn, want het is een leugen die je met elkaar hebt afgesproken. Er zijn dingen waar je het niet meer over hebt, waar je niet meer over praat. Dat hoeft niet eens erg te zijn, want voor een deel is het ook wel weer een kwestie van liefde. Zoals mijn moeder veertig jaar geleden al zei: zeg dat maar niet tegen pappa, want dat wil-ie niet weten.

Ik zeg iets over vastgelopen huwelijken en dan roep ik: gaat dit nou over mij of gaat 't over u? U hoopt dat 't over mij gaat. En daarom vindt u 't ook wel leuk. Maar 't gáát over u. En u zegt niet tegen uw vrouw: god, het ging over ons. Nee, u zit straks in de auto en u zegt: die heeft óók een kuthuwelijk, die Van 't Hek. Maar 't ging over úw huwelijk en dat weet u heel goed. En dat is weer die leugen.

Daar is cabaret voor, daar is theater voor, om je er ook een heel klein beetje ongemakkelijk bij te voelen. Je mag heel hard lachen, maar je mag bij een aantal dingen even over jezelf nadenken... Veel mensen zijn er heel handig in om het van zich af te schuiven. De mensen die na afloop tegen me zeggen: ja, ik heb ook zo'n buurman. En dan zeg ik: ja, die was hier gisteravond, die zei hetzelfde. Er zijn er ook die mij een heel irritante cabaretier vinden, die zeggen: man, bemoei je er niet mee. Maar ik bemoei me er niet mee, ik roep er alleen iets over. En soms zeg ik dan dat het over mijzelf gaat. Dat is natuurlijk een truc, maar het is een veel leukere truc dan te roepen dat het bij hen zo is.

Soms denk ik: nu hou ik er eens een tijdje mee op, en dan merk ik toch dat ik het podium mis. Ik heb in feite twee podia: één is het theater en het andere podiumpje is elke zaterdag in NRC Handelsblad. En ik vind het altijd weer lekker om even op die beide podia te gaan staan en weer even wat te zeggen. Binnenkort hou ik er een half jaar mee op. Maar iedereen weet nu al dat het pas weer echt vrolijk om mij heen wordt zodra ik het toneel op kan.

Daarna ga ik een nieuwe voorstelling maken. Tijdens deze try-out ben ik weer erg verliefd geworden op de kleine zalen. Vorig jaar zaten we opeens in de grote schouwburgen, met twee trailers techniek en anderhalve dag decor opbouwen. Het zag er ook prachtig uit. Maar nu wil ik weer eens anderhalf jaar langs de zalen waar ik 't altijd zo leuk heb gehad. Je hebt nu in Breda dat gigantische theater. Die directeur heeft gezegd: als je hier eenmaal staat, hoef je nooit meer naar Roosendaal of naar Oosterhout. Maar dat zijn zùlke leuke zaaltjes, in Roosendaal en in Oosterhout, dat ik het nu zó heb uitgestippeld: ik ga naar Oosterhout en naar Roosendaal en dan hoef ik níet naar Breda.

Geld is nooit het motief geweest. Dat gelooft niemand. En het is ook makkelijk praten nu ik heel veel geld heb. Maar ik wil óók niet dat het ooit mijn motief zal worden. Ik wil vooral nog ontzettend veel lachen. En ik heb met deze conférence, met het maken weer zó veel gelachen, dat wil ik vasthouden. Vorig jaar, met die grote zalen, heb ik gemerkt dat het allemaal een beetje te log werd. Zo'n artiest wil ik niet worden, ik wil niet dat men met de zaak naar Youp van 't Hek gaat. Ik wil dat er fietsen tegen de pui staan.

Of er veel van deze oudejaarsconférence afhangt, is een vraag waar ik me niet mee bezig houd. Zo denk ik niet. Het enige wat ervan afhangt, is dat mensen na afloop zeggen: wat een leuk uur, wat een leuke conférence. Dat is mijn vak, daar ben ik voor ingehuurd, daar doe ik het voor. Dat ik na afloop met opgeheven hoofd over straat kan.''