Hoofdredacteur van Watergate; Ben Bradlee (1921)

BEN BRADLEE: A Good Life. Newspapering and other adventures

514 blz., Simon & Schuster 1995, ƒ 54,20

Ben Bradlee heeft als Amerikaanse kranteman een loopbaan gehad die de droom is van elke journalist. Hij zag wat van de wereld als Newsweek-correspondent in Parijs, had succes als journalist bij datzelfde blad en bij de Washington Post, raakte bevriend met de populairste president van de Verenigde Staten en was hoofdredacteur van de Post toen die het grootste politieke schandaal van deze eeuw onthulde.

Dat maakt Bradlee een benijdenswaardig man en de schrijver van een boeiende autobiografie. Het heeft geen zin om de bedenken of hij dat ook zou zijn als hij John F. Kennedy niet zo goed had gekend en als hij Watergate niet van zo nabij had meegemaakt. Hij was er op dat moment bij en doet er verslag van en dat is voor een goede journalist het enige dat telt.

Bradlee werd geboren in Boston in 1921. Zijn ouders waren van goede komaf maar vooral tijdens de crisisjaren had het gezin het niet breed. Wel kwam de jonge Ben allerlei belangrijke mensen tegen die vele decennia later weer zijn pad zouden kruisen. Natuurlijk ging hij naar Harvard University want daar was zijn vader ook geweest. De studie verliep niet zonder problemen maar de oorlog gooide toch alle plannen overhoop. Bradlee trouwde op de dag dat hij afstudeerde - 8 augustus 1942 - met het enige meisje met wie hij had geslapen en hij vertrok een maand later naar Zuidoost-Azie. Drie volle oorlogsjaren doorkruiste hij de Stille Oceaan en in die tijd zag hij zijn vrouw twee keer.

Bradlee laat doorschemeren dat zijn eerste huwelijk eigenlijk niet veel voorstelde omdat hij en zijn vrouw een slechte start hadden. Toch was hij haar trouw gedurende de oorlogsjaren, wellicht ook uit verlegenheid. Bradlee en Jean, zijn eerste vrouw, woonden na de oorlog eerst in New Hampshire waar hij het krantevak leerde. Later zoekt hij in Baltimore emplooi bij The Baltimore Sun, maar omdat de stad hem niet aanstaat rijdt hij door naar Washington en solliciteert bij The Washington Post. Dat was destijds nog niet de krant met journalistieke status die hij vandaag is. Eigenlijk was er toen alleen The New York Times met daarnaast The New York Herald Tribune, The Los Angeles Times en de Chicago Tribune met een beperkter bereik maar wel serieus te nemen.

Bradlee schetst een tijd - eind jaren veertig - waarin de Verenigde Staten in de praktijk nog volkomen gesegregeerd waren. Restaurants, zwembaden, het openbaar vervoer hadden allemaal gescheiden afdelingen of waren, zoals in het geval van de zwembaden, alleen voor blanken. En dat gold ook in het zich geciviliseerd wanende noordoosten. Dat is verbazingwekkender dan de dorpsheid van politiek Washington en de eerste tekenen van het McCarthyisme, onderwerpen waarover hij ook schrijft.

In 1951 kwam Bradlee bij toeval als assistent persattaché terecht in Parijs. Bradlee leerde de journalistiek op die manier ook van de andere kant kennen en was misschien niet de beste perswoordvoerder. Hij vermaakte zich echter best en in zijn boek beschrijft hij prachtig hoe de Europese pers twee gezanten van communistenjager Joe McCarthy ontving. Als het tijd is dat Ben Bradlee op de ambassade wordt vervangen kan hij bij Newsweek als correspondent aan de slag. Oude liefde roest niet en Bradlee is weer terug in de journalistiek. “Niets is te vergelijken met de kick van een goed stuk, het jouwe, langzaam in wording, langzaam zijn sporen achterlatend in de geschiedenis. Niets.”

Grace Kelly

Bradlee moest min of meer in zijn eentje alles verslaan wat aan de overkant van de Atlantische Oceaan gebeurde. Dat was de Algerijnse oorlog, Hongarije maar ook de Suezcrisis, het huwelijk van Grace Kelly en Prins Rainier en een bezoek van Chroesjtsjov in Joegoslavië.

Ondertussen liep zijn huwelijk op de klippen want, zoals blijkt uit alles wat Bradlee in dit boek schrijft, hij was vanaf het begin getrouwd met zijn werk. Toch kwam er al snel een nieuwe echtgenote. Zij heette Tony Pinchon en Bradlee deed er alles aan om Frankrijk te kunnen verlaten en bij haar te zijn. Het echtpaar streek in 1957 neer in de Washingtonse wijk Georgetown. Even later vestigt zich daar ook een jonge senator, John F. Kennedy, met zijn vrouw Jackie. De beide echtparen ontmoetten elkaar met hun kinderwagens en op dinner parties, en worden goede vrienden. “Langzaam werd het de rest van de Newsweek-redactie duidelijk dat Kennedy van mij was”, schrijft Bradlee.

Bradlee heeft journalistiek veel aan president Kennedy te danken want hij kreeg van de presidentskandidaat en latere president herhaaldelijk primeurs toegeschoven. Hij herinnert zich hoe zijn zoontje ooit de trap op stormde onder het uitroepen: “Papa, de president staat beneden.” Waar Bradlee zich nog altijd over verbaast, is hoe John F. Kennedy al zijn verhoudingen geheim wist te houden. Nu herinnert hij zich dat Kennedy met Angie Dickinson van een feestje verdween en even later weer opdook. Het is Bradlee ook duidelijk geworden dat Kennedy een langdurige verhouding had met de zuster van zijn vrouw, Mary Pinchon. Zij werd een jaar na Kennedy op straat neergeschoten bij een beroving. Bradlee en zijn vrouw verbrandden het dagboek met alle intieme details maar hij sluit niet uit dat er nog kopieën bestaan want de CIA heeft het dagboek ook in bezit gehad.

De moorden op Kennedy en Mary Pinchon grijpen diep in in het leven van Bradlee en zijn vrouw. Het lijkt in A Good Life alsof in de jaren erna Amerika de ellende niet te boven komt. Het land glijdt steeds in het moeras van Vietnam, in 1968 worden Martin Luther King en Robert Kennedy vermoord en er zijn overal rellen. Bovendien dreigt Bradlee's huwelijk wederom op de klippen te lopen.

Maar zijn de mooiste jaren komen nog. Op 17 juni 1972 wordt er ingebroken in het hoofdkantoor van het Democratic National Committee. De inbrekers hebben splinternieuwe bankbiljetten in hun bezit, en een van hen is een voormalige CIA-agent. Al gauw kunnen de onverlaten worden gekoppeld aan stafmedewerkers van het Witte Huis en aan de Committee to Re-elect the President (CREEP).

Woodward en Bernstein

Dit was het het begin van het Watergate-schandaal. De Post droeg in de personen van Bob Woodward en Carl Bernstein aanvankelijk de fakkel alleen en kreeg enorme tegenwerking uit het Witte Huis. Het duurde maanden, tot ruim na de verkiezingen, voordat Watergate een nationale zaak werd. Ook toen duurde het nog lang voordat bewezen werd dat Richard Nixon betrokken was bij illegale activiteiten. Bradlee weet in zijn levensgeschiedenis die onzekerheid en tergend trage ontwikkeling goed over te brengen. Telkens weer moest er gepubliceerd worden op grond van de miniemste aanwijzingen en telkens weer kregen de journalisten en hoofdredacteur Bradlee schampere opmerkingen te horen in de wandelgangen en argwanende vragen van de directie. Het uiteindelijke succes van de onderzoeksjournalistiek door de Post, het ontslag van een president, zette de krant bij in de annalen van de journalistiek. Richard Nixon krijgt in het voorwoord dan ook een bedankje van Bradlee “voor het bevorderen van mijn loopbaan”.

Watergate maakte de journalistiek volwassen. Bradlee beschrijft de verschillen tussen de periode ervoor en erna. “Dronken thuis jouw zaak, dronken op de vloer van het Congres onze zaak”, schrijft hij als algemene stelregel maar hij laat onvermeld waarom het liefdesleven van Kennedy geheim bleef en dat van presidentskandidaat Gary Hart niet. De journalistieke regels waren nu eenmaal veranderd maar niemand wist precies waarom. Bradlee ook niet.

Het grote schandaal dat de Washington Post enkele jaren na Watergate trof zette dezelfde krant ook bij in de annalen, maar dan wel aan de kant van de verliezers. Het was de kwestie Janet Cooke, een journaliste van de Post die een Pulitzerprijs won met een artikel over een achtjarige verslaafde in de sloppen van Washington dat later geheel verzonnen bleek. Bradlee kan alleen maar schuld bekennen.

Bradlee, die nu met pensioen is, is inmiddels voor de derde keer getrouwd, nu met Sally Quinn, een journaliste die hij bij de Post leerde kennen. Echte liefde? Bradlee besluit zijn boek met: “Ik mis de opwinding van de stukken die je pols sneller doen kloppen. Dan pas kan een kranteman datgene doen waarvoor hij geboren is.”