Hartstochtelijke Romeo's en Julia's bij het Nationale Ballet

Dans: Het Nationale Ballet met Romeo & Julia. Choreografie: Rudi van Dantzig; muziek: Sergej Prokofjev; decor en kostuums: Toer van Schayk. Begeleiding: Nederlands Balletorkest o.l.v. Paul Connelly. Gezien: 15, 20, 21 en 26 december, Muziektheater Amsterdam. Daar nog te zien t/m 1 jan.

In bijna iedere serie voorstellingen die Het Nationale Ballet van een avondvullend klassiek-romantisch ballet programmeert, worden er nieuwe, jonge dansers in de hoofdrollen gepresenteerd. Zulke balletten zijn en blijven de internationale toetssteen voor het danstechnisch kunnen en een uitdaging voor zowel ervaren als aankomende talenten. En bij Het Nationale Ballet geldt: wie eerste solist wil worden moet de klassieken kunnen dansen. Rudi van Dantzigs Romeo & Julia kan daar vanwege stijl, montering en lengte toe gerekend worden, hoewel het een eigen plaats inneemt in het traditionele rijtje Giselle, Het Zwanenmeer, The Sleeping Beauty en Assepoester.

In Romeo & Julia handelt het immers om mensen wier lot zonder tussenkomst van tovenaars of feeën wordt bepaald. Nog meer dan in die sprookjesballetten moeten de vertolkers van Shakespeare's beroemde liefdesdrama een overtuigend inlevingsvermogen hebben en menselijke emoties over kunnen dragen, terwijl er ook een respectabele dosis technische virtuositeit gevraagd wordt. Een virtuositeit die niet zozeer op spectaculair stuntwerk gericht is als wel op raffinement in snelheid, lijn en muzikaliteit.

De serie Romeo's van Het Nationale Ballet telde dit keer 4 nieuwe Julia's en 4 debuterende Romeo's. Traditioneel wordt de serie op nieuwjaarsdag afgesloten met een feestelijke galavoorstelling. Dit keer zijn de gastsolisten de van het Parijse Opera Ballet afkomstige Agnès Letestu en José Martinez. Interessant, omdat Franse balletsterren een grote internationale reputatie genieten, maar praktisch nooit in Nederland te zien zijn. Toch is het niet zo vanzelfsprekend dat de Franse solisten op nieuwjaarsdag de Nationale Ballet-Romeo's en -Julia's met gemak zullen overtreffen, want het uitvoeringspeil van de voorstellingen die ik zag was zeker wat de hoofdrollen aangaat hoog en wat interpretatie betreft soms heel indrukwekkend.

De meest ervaren Julia-debutante is de voormalige Kirov-soliste Larissa Lesjina, sinds vorig seizoen als eerste soliste aan Het Nationale Ballet verbonden. Zoals te verwachten was danste zij mooi. Mooi van lijn, mooi van verschijning, mooi in technische afwerking. Mooi maar niet meeslepend. Daarvoor is alles wat ze doet te berekend op hoe het eruit ziet, en is iedere actie en reactie volstrekt voorspelbaar. Haar partner was de nog maar net aan het gezelschap verbonden Alexandros Altin Kaftira, die een energieke, nog wat onevenwichtige en soms zelfs wilde Romeo neerzette, terwijl hij in een andere voorstelling in de rol van Paris een beheerste, elegant mediterrane hoofsheid uitstraalde.

Jane Lord, de meest ervaren Julia, gaf een uitgebalanceerde en genuanceerde vertolking van de rol waarin zij in 1984 voor het eerst optrad. Vooral haar laatste acte was overtuigend en ontroerend. Haar Romeo was de debuterende, kersverse Nederlandse eerste solist Boris de Leeuw. Hij was op zijn best in de scènes waarin hij Lord tegenover zich had. Daar werd een smeulende en soms opvlammende passie in zijn dansen zichtbaar, terwijl hij in de andere, overigens prachtig en trefzeker gedanste onderdelen nog eigenheid moest vinden. Een harmonisch, stijlvol koppel.

Dan was er het debuut van het Nederlandse paar Marieke Simons/Léon Pronk, beiden (nog) de rang van coryfee bekledend. Een hartverwarmend debuut. Allereerst omdat er weer eens een Nederlands paar in de hoofdrollen stond en daar voortreffelijk op zijn plaats bleek te zijn, maar ook omdat hun manier van dansen van een heel oprechte en open mentaliteit getuigde met nergens een spoor van geforceerd, uiterlijk vertoon. Marieke Simons toonde een spontane, stralende Julia, die iedere beweging een prachtige zangerige kwaliteit wist mee te geven en boeiende nuances in dynamiek en timing aanbracht. Ze vertolkte de rol gevoelig en overtuigend. Dat deed ook Léon Pronk, een tedere, driftige en hartstochtelijke Romeo.

Het indrukwekkenste Julia-debuut bracht Sofiane Sylve, die zo jong als ze is technisch zowel als emotioneel grote risico's durfde te nemen en vooral in de laatste acte een grote eigenheid liet zien. Haar opmerkelijke technische beheersing en muzikaliteit stelde haar in staat onverwachte accenten te leggen in bekende frases, die daardoor als nieuw worden. Sylve gaf een vanzelfsprekende invulling aan 'dode' passages en kon met een inhoudelijk en fysiek wisselende spanning stilstaan en lopen. Dat lijkt heel gewoon maar het zijn twee dingen die op het toneel het moeilijkst zijn om goed te doen. De enorme intensiviteit van haar dansen was die eerste voorstelling zeer groot, zo groot dat ze aan het eind nauwelijks applaus kon nemen. Haar partner Andrew Kelly kon daar niet tegenop, maar was een goede, sympathieke en bevlogen Romeo.

Het debuut van Claire Phillipart met Barry Watts als Romeo staat aangekondigd voor 30 december, twee voorstellingen waarin Alan Land in de rol van Tybalt zijn mooie, helaas te korte, danscarrière afsluit. In de overige belangrijke dubbel tot driedubbel bezette rollen valt Andrew Butling op als Tybalt, Alfredo Fernandez als Mercutio en Sjef Annink als Paris. Ook moet Rachel Beaujean genoemd worden in de rol van Lady Capulet. Een bescheiden rol maar zo genuanceerd en geloofwaardig vertolkt dat zij er een onuitwisbaar stempel op drukt.

In totaal werd er goed en met verve gedanst en geacteerd, en daardoor is het extra jammer dat sommige details zo onbevredigend zijn: het onpriesterlijke lopen in processies, de overbodige verschijning van de hulppriester, kindertjes die niet in de maat dansten, de gebeeldhouwde lachjes van sommige danseressen, het onduidelijk geworden verschil in het dood steken van Tybalt en Mercutio, en het oorverdovend lawaai van spitzen in kleine solistische fragmenten. Kan daar nu echt niets aan gedaan worden?