'Europees paspoort' voor effectenhuizen

ROTTERDAM, 30 DEC. Effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders kunnen voortaan met een Nederlandse vergunning in andere lidstaten van de Europese Unie hun diensten aanbieden. Dit staat in de nieuwe Wet Toezicht Effectenverkeer (WTE) die morgen in werking treedt.

Met de nieuwe wet voldoet Nederland aan de Europese richtlijnen die de nationale effectenmarkten per 1 januari 1996 liberaliseren. Effecteninstellingen uit andere landen binnen de Europese Unie kunnen in Nederland hun diensten aanbieden zodra het land waar zij gevestigd zijn voldoet aan de voorschriften voor de interne markt. Nederlandse effecteninstellingen kunnen met het nieuwe 'Europese paspoort' in de hand in andere landen van Europa een bijkantoor openen of rechtstreeks diensten aanbieden.

Gelijktijdig met de nieuwe wet worden nieuwe voorwaarden van kracht waaraan aanvragers van een vergunning moeten voldoen. Er komen nieuwe, aangescherpte, voorschriften voor aanvangskapitaal en eigen vermogen van effectenbemiddelaars en vermogensbeheerders en er komt een nieuw kader voor de financiele risico's.

Kleine commissionairs hebben hun bezorgdheid uitgesproken over de gevolgen van de nieuwe wet. Zij vrezen dat de zwaardere eisen in de WTE verlichtingen scheppen die hen op kosten zullen jagen. Bovendien zal de concurrentie vanuit het buitenland toenemen.

De Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) in Amsterdam is belast met het toezicht op de naleving van de wet door vergunninghouders. Onder de nieuwe wet zal de STE vergunningen verstrekken aan alle Nederlandse effecteninstellingen en ook bevoegd zijn deze in te trekken. Niet iedereen is ingenomen met het verlenen van deze bevoegdheid aan de STE. Zo heeft de Amsterdamse effectenbeurs, die tot dusver zelf vergunningen aan effectenhuizen verleent, een intensieve lobby in Den Haag gevoerd om de Tweede Kamer op andere gedachten te brengen. Beursvoorzitter drs B.F. baron van Ittersum zag het verstrekken van vergunningen als exclusieve taak van de beurs. Daarbij waarschuwde hij ervoor dat als de STE die bevoegdheid zou krijgen de toezichthouder ook de verantwoordelijkheid gaat dragen als het mis gaat.

De lobby van de beurs had geen resultaat. Zalm noemde de discussie tussen de beurs en de STE een “prestigezaak”. In de praktijk zal volgens hem eerst de beurs beoordelen of een effectenhuis daarvan lid kan worden, waarna de STE haar bevindingen toetst en vervolgens al dan niet een vergunning afgeeft. “Gelet op het uitoefenen van toezicht is het vergunningenstelsel een ideale taak voor de STE. De beurs behartigt als vereniging in eerste instantie de belangen van haar leden. Wij hebben een andere scope, bij ons staat het belang van de belegger voorop”, aldus minister Zalm tijdens het kamerdebat afgelopen zomer.

Overigens is de STE ook bezig zelf bevoegdheden naar zich toe te trekken. Zo heeft de toezichthouder recentelijk aangekondigd onderzoeken naar beursfraude over te nemen van de Amsterdamse effectenbeurs. Daarbij gaat het om transacties waarbij misbruik is gemaakt van voorwetenschap. De STE is bezig een eigen controle-orgaan op te zetten dat in nauwe samenwerking met de Economische Controle Dienst (ECD) moet zorgen dat beursfraudeurs worden ontmaskerd. Misbruik van voorwetenschap is sinds 1989 strafbaar maar tot op heden is er in Nederland nog niemand voor veroordeeld.