'Een vogelmens, zo voel ik mij tijdens een vlucht'

LEIDEN, 30 DEC. Schansspringen is een zaligmakende sensatie, een hallucinerende verslaving bijna en voor wie daar aan twijfelt is bij Peter van Hal aan het verkeerde adres. “Op het moment dat je loskomt van die tafel verkeer je een paar seconden in een roes. Vliegen en zweven op eigen kracht, daar kan weinig tegenop. Ik heb momenteel geen verkering, maar dan nog: verliefd zijn haalt het niet bij dat gevoel van absolute macht.”

De Nederlands kampioen op de 65-meterschans is pas 23 jaar, maar van jeugdige overmoed is geen sprake. De lyrische bewoordingen waarmee hij over zijn passie spreekt, verraden een zelfbewust maar vooral bevlogen sportman. “In mijn geval gaat dat laatste zowel letterlijk als figuurlijk op”, grijnst de Leidenaar. “Skispringen is jezelf op het juiste moment wegdrukken. Jezelf lanceren, op de diepte in, dat gat in en dan de opwaartse druk maximaal benutten.”

Van Hals diepere fascinatie voor het schansspringen vertoont overeenkomsten met de eeuwenoude drang van de mens om met eigen middelen de vleugels uit te slaan. Zoals in de beroemde mythe over Daedalus en Icarus, de Griekse vader en zoon die volgens de overlevering de aloude wens in praktijk brachten maar uiteindelijk in zee stortten. “Een vogelmens, zo voel ik mij inderdaad ook tijdens zo'n vlucht door de lucht. Een heerlijk maar moeilijk te omschrijven gevoel. Ik baal als ik land.”

De wedstrijdcyclus om de Wereldbeker bij de schansspringers is sinds enkele weken in volle gang, maar voor Van Hal is geen rol weggelegd temidden van de internationale springelite bestaande uit vijftig deelnemers. De student lichamelijke opvoeding moet genoegen nemen met een bescheiden rol in een dertigtal wedstrijden in de B-klasse, de zogenaamde Continental Cup. “En ik mag blij zijn als ik over drie maanden in het eindklassement ergens in de middenmoot sta.”

Hij berust in zijn lot. Zijn talenten zijn daarbij ondergeschikt aan de ongeschreven wetten van de schansspringsport. “De wereldtop zal ik sowieso nooit meer halen, zo eerlijk moet ik zijn. Ik ben op pas mijn zeventiende begonnen en dat is te laat. De toppers beginnen op hun zesde en hebben dus een trainingsvoorsprong van ruim tien jaar. Met de beste wil van de wereld valt dat nooit meer in te halen.”

Vandaag begint in het Duitse Oberstdorf het prestigieuze Vierschansentoernooi. Bij de traditionele nieuwsjaars-afdaling in Garmisch Partenkirchen mocht Van Hal bijna een jaar geleden na enig aandringen bij de wedstrijdleiding als voorspringer naar beneden. De weg vrijmaken voor de grote jongens, het is de droom van iedere springer uit de tweede garnituur.

De herinnering aan die bewuste dag ligt diep in zijn geheugen verankerd. “Het sneeuwde als de ziekte. Het zicht was heel slecht en vele junioren durfden niet. Ik wel. Op goed geluk ben ik naar beneden gegaan. Na mij volgde nog een voorspringer, maar die had echt een makkie. Ik had de schans immers al helemaal schoongetrokken.” Uit datzelfde lattenspoor zweefde Janne Ahonen kort daarop naar de eindoverwinning. Gesteund door wind in de rug reikte de Finse tiener tot 114 meter, een nieuw schansrecord dat Van Hal deels als zijn verdienste beschouwt. “Mijn taak was een goed spoor te trekken en dat heb ik naar behoren gedaan, getuige die enorme jump van Ahonen.”

Dit seizoen is voor Van Hal geen rol als voorspringer weggelegd. Zijn motivatie lijdt er niet onder. “De kick van het vliegen en de constante hoop op een 'superdag' houden mij op de been. Uitdagingen genoeg.” Waarna Van Hal hardop mijmerend een voor een zijn doelen opsomt: van de WK'97 tot de WK'96 voor studenten, van de Olympische Spelen in Nagano tot een verbetering van het nationale record van pionier Gerrit-Jan Konijnenberg.

De Hagenaar, drie jaar geleden gestopt en tot twee jaar terug begeleider van de nationale selectie, overbrugde in 1991 een afstand van 97 meter. Het record staat nog altijd in de boeken. “Ook al ben ik ooit tot 112 meter gekomen. Maar helaas was dat tijdens een training.” Dit jaar wil Konijnenberg zich als het even kan toeleggen op het skivliegen, een extreme variant van het schansspringen. “Een langere aanloop, dat is het grote verschil. Dan reik je met een slechte sprong al tot zo'n 120 meter. Dat betekent nog langer zweven in de lucht. Dat lijkt me machtig.”

In het circuit staat Van Hal bekend onder zijn veelzeggende bijnaam Hollikäse. De polderjongen heeft inmiddels zijn draai gevonden in het bonte gezelschap, al was de scepsis groot toen hij zich voor het eerst meldde. Reden: het Eddy The Eagle-effect. Met zijn clowneske optreden trok de bebrilde Edwards enkele jaren geleden alle aandacht naar zich toe en gingen de media voorbij aan de werkelijke prestaties. De springelite ergerde zich groen en geel aan de duikelingen van Britse joker, reden waarom springers uit niet-wintersportlanden met argusogen gevolgd. “Eddy The Eagle was een waaghals, ik niet. Waaghalzen denken niet na, ik wel.”

Niet bekend