Drie wereldgodsdiensten belicht in de ban van Jeruzalem; Een bom schuilend onder tolerantie

Vier Nederlandse musea herdenken de inname van de stad Jeruzalem door koning David 3000 jaar geleden met exposities vanuit joodse, christelijke en islamitische invalshoek. Aan wie zal God bij het aanbreken van de Jongste Dag deze heiligste plek op aarde schenken?

Alle exposities duren t/m 19 mei. Joods Historisch Museum, Jonas Daniel Meijerplein 2-4, Amsterdam. Dag 11-17u. Bijbels Museum, Herengracht 366, Amsterdam. Di t/m za 10-17u, zo. 13-17u. Catharijneconvent, Nieuwegracht 63, Utrecht. Di t/m vr 10-17u, za-zo 11-17u. Bijbels Openluchtmuseum, Profetenlaan 2, Heilig Landstichting (Ge). Ma t/m zo 10-17u. Bijna alle musea zijn Nieuwjaarsdag gesloten.

De kans dat Amsterdam aan het einde der tijden het nieuwe Jeruzalem wordt bij de komst of de wederkomst van de Messias - dat hangt van de betreffende religie af - is sinds vorige week weer wat gestegen. Want wat het huidige Jeruzalem dit jaar bij de 3000-jarige viering van de inname van de stad door koning David niet is gelukt, is in Nederland wel tot stand gebracht: een gemeenschappelijk joods, christelijk en islamitisch herdenken van de gemeenschappelijke wortels die de drie wereldgodsdiensten zo onverbrekelijk met de heilige stad verbinden.

In een uniek samenwerkingsproject tussen het Bijbels Museum, het Joods Historisch Museum, Het Catharijneconvent en het Bijbels Openluchtmuseum laten deze musea nu zien hoe de gelovigen van deze religieuze groeperingen door de eeuwen heen in de ban zijn gebleven van deze stad. Het Bijbels Openluchtmuseum toont aan de hand van archeologische vondsten de geschiedenis van de stad uit de periode van 3000 vóór tot 70 na Christus. Het Bijbels Museum richt zich vooral op de christelijke pelgrims die al sinds de vroegste tijden ter boetedoening, ter kruisvaart of simpelweg uit toeristische nieuwsgierigheid naar de Heilige Stad trokken.

Een van de pronkstukken is een reliek van het Ware Kruis uit de 14de eeuw, gevat in goud en omgeven door edelstenen, dat volgens de overlevering in 329 gevonden werd door Helena, de moeder van de eerste christelijke keizer Constantijn, die in Jeruzalem op pelgrimage was. Ze vond er drie kruisen. Het vaststellen van de identiteit van het Ware Kruis was vervolgens een eenvoudige zaak: slechts een ervan wist een zieke te genezen en een dode op te wekken. Van al deze heilige stukjes hout die sindsdien over de wereld verspreid zijn is waarschijnlijk met gemak een heel bos aan te leggen, maar dat doet aan de betovering van het relikwie niets af.

De Kruistochten komen er in het Bijbels Museum te fraai van af. Er is een schitterende kruisvaarderskaart van Jeruzalem uit 1170. Maar het geweld waarmee de horden christenen onderweg duizenden joden, islamieten en medechristenen afslachtten na de oproep van paus Urbanus II op 26 november 1095 om het Heilige Land van de goddeloze islamieten te bevrijden, is alleen maar zichtbaar in een deuk die een kruisvaardershelm door een vijandelijke lans heeft opgelopen. “Wij hebben geen politieke invalshoek met deze tentoonstellingen, maar kijken op interreligieuze basis naar de stad”, zei Judith Belinfante, directeur van het Joods Historisch Museum bij de opening. Maar het gevolg daarvan is dat een verschijnsel als religieus politiek geweld, net zo eeuwig als de stad Jeruzalem, op de tentoonstelling onzichtbaar blijft.

Het Bijbels Museum vervolgt met een keur aan curiosa die de onstuitbare opkomst van het relitoerisme laat zien. Al vanaf het einde der middeleeuwen konden er vanuit Venetië compleet verzorgde trips naar het Heilige Land worden geboekt. De souvenirs van toen hadden nog een verrassend hoge kwaliteit zoals een palmhouten model van de Heilig Grafkerk, ingelegd met ivoor en parelmoer, meegebracht in 1671 door de Amsterdamse koopman Carel Quina. Het sluitstuk van de tentoonstelling, een hedendaags blikken Jezusje uit Taiwan, steekt er schril tegen af.

Het Catharijneconvent in Utrecht richt zich op de betekenis van Jeruzalem voor het christendom en haalt een nu vaak vergeten, maar essentieel aspect van de Nederlandse mentaliteit naar boven: het idee van de 17de-eeuwse Nederlandse calvinisten dat God na het afwijzen door de joden van de Messias de Nederlandse protestanten tot Zijn nieuwe uitverkoren volk had gekozen. De Republiek als het tweede Israël. De overeenkomst met het lot van het joodse volk lag immers voor de hand: zoals God de Joden uit de tirannie van Egypte had bevrijd, zo had Hij eeuwen later de bewoners van de Republiek van het paapse Spaanse juk verlost. De rijke burgers lieten zich derhalve in oud-testamentische kledij op schilderijen vereeuwigen en raadspensionaris Jacob Cats opende in 1651 de vergadering van de Staten van Holland met de woorden: 'Gij kinderen van Israël'.

Het Joods Historisch Museum toont op indrukwekkende wijze de eeuwenlange, diepe band van jodendom, christendom en islam met Jeruzalem. Abraham die op de berg Moria, de huidige Tempelberg, op het punt staat Izaäk te offeren. De islamieten, die in plaats van Izaäk Ismaël op Abrahams brandstapel leggen. David die op dezelfde plek de Ark van het Verbond plaatst. Salomon die er de Eerste Tempel bouwt. Mohammed die vanaf dit punt in de 7e eeuw ten hemel stijgt en door Jezus en Mozes de hemel en de hel getoond wordt. De plek waar niet alleen volgens de islam het Laatste Oordeel zal worden uitgesproken, maar waar volgens het jodendom de Even Sjetieja zich bevindt, de funderingssteen waar de echte Messias bij zijn komst het hemelse Jeruzalem met de aardse stad zal verbinden en op die steen de Nieuwe Tempel zal bouwen.

Het is er allemaal te zien in prachtige joodse gebedskleden, islamitische pentekeningen en katholieke monstransen. Wie nog nooit in het huidige Jeruzalem is geweest zou kunnen denken dat de stad een droomstad is, een voorafspiegeling van het nieuwe, hemelse Jeruzalem. Maar wie scherper kijkt ziet onder de glans van de gemeenschappelijke wortels van de drie wereldgodsdiensten de religieuze bom die de funderingssteen onder de islamitische Rotskoepel op de Tempelberg vormt. Dat verklaart ook de sfeer van religieuze intolerantie en fanatisme in het Jeruzalem van vandaag. Want aan wie zal God bij het aanbreken van de Jongste Dag deze heiligste plek op aarde schenken? Teddy Kollek, de oud-burgemeester van Jeruzalem, had daar onlangs in een interview met De Groene Amsterdammer een antwoord op. Toen hij de moefti op de Tempelberg bezocht zei hij tegen hen: “U weet toch wel dat U dit alleen maar tijdelijk hebt.” “Wat? Tijdelijk?” zei de moefti. “Ja”, zei ik, “tot de Messias komt en dan zal Hij beslissen aan wie het toebehoort.” “En wat gebeurt als de Messias een moslim blijkt te zijn?” zei hij. “Nou ja”, zei ik, “dat risico ben ik bereid te nemen, als u het andere risico neemt.”