Drank en vrouwen en verraad; Rick Ames (1941)

TIM WEINER, DAVID JOHNSTON, NEIL A. LEWIS: Betrayel. The story of Aldrich Ames, an American spy

308 blz., geïll., Random House 1995, ƒ 50,50

Rick Ames was de slordigste, meest schaamteloze en minst verstandige spion die de KGB ooit binnen de CIA heeft gehad - en hij was degene die de Sovjet-Unie en later Rusland van meer en vooral betere informatie heeft voorzien dan welke andere spion in de geschiedenis dan ook. Zijn levensverhaal Betrayel. The story of Aldrich Ames, an American spy, geschreven door drie correspondenten te Washington van The New York Times, leest als een spionage-slapstick die het voorstellingsvermogen te boven gaat.

Het begon allemaal toen Ames, gedreven door een uitgavenpatroon dat zijn inkomen van 60.000 dollar ver te boven ging, op een dag in april 1985 de ambassade van de Sovjet-Unie in Washington D.C. binnenstapte en daar een pak papier overhandigde van ruim drie kilo: een soort Who's Who in spionage. Deze informatie en de gegevens die hij tot zijn arrestatie in februari 1994 zou verstrekken, waren zo gedetailleerd dat de Russen in totaal 36 KGBers, diplomaten en Pravda-correspondenten die door de CIA waren gerecruteerd, konden ontmaskeren. Elf van hen werden geëxecuteerd; anderen verdwenen voor jaren achter de tralies.

Lui

Rick Ames werd door de CIA aangenomen omdat zijn vader voor de dienst in Birma actief was, overigens zonder ook maar het geringste succes. Na zijn opleiding werd hij in mei 1969 naar Turkije gestuurd, een land dat grenzend aan de Sovjet-Unie, Bulgarije, Syrië, Irak en Iran een paradijs was voor spionnen. Maar zijn chef rapporteerde dat Ames lui was, ongeconcentreerd en ongeschikt voor het veldwerk.

Ondanks deze beoordeling werd hij overgeplaatst naar de sectie Sovjet-Unie / Oost-Europa van het Directoraat Operaties, leerde Russisch en kwam uiteindelijk in New York terecht, waar hij vijf jaar lang moest trachten Russische VN-diplomaten te recruteren. Dat zou hem nimmer lukken; wel viel hij op door overmatig drankgebruik en verregaande slordigheid.

In 1976 werd Ames, 35 jaar oud, in Mexico-stad gestationeerd; daar leerde hij zijn (tweede) echtgenote Rosario kennen. In september 1983 keerde hij terug naar Washington. De beoordeling die hij meekreeg was gedrengd in alcohol; veelvuldig was hij in bars te zien met een Tass-correspondent. In september 1990 werd hij als derde van onderen in zijn sectie geklasseerd in het rapport dat de dienst elk jaar over zijn medewerkers opstelt. Maar toen was Ames reeds de best betaalde spion voor de KGB.

Al snel na zijn terugkeer uit Mexico werd hij hoofd van de Russische sectie van de afdeling contraspionage. In deze lage functie dacht men weinig last van hem te zullen hebben. Hier kon Ames rustig rond 12.00 uur zijn eerste glas drinken en twee uur later laveloos van de lunch terugkeren. Opmerkingen in rapporten over zijn slechte functioneren werden alleen nog maar aangevuld met wetenswaardigheden over zijn onverzorgde uiterlijk en dito gebit.

Ames had weinig vrienden, maar veel schulden. Hij moest elke maand 300 dollar alimentatie voor zijn eerste vrouw betalen en zijn tweede echtgenote gaf maandelijks een veelvoud daarvan uit. Tegen een collega vertelde hij dat hij per maand 5000 dollar aan telefoonkosten kwijt was. Het werd tijd voor een bijverdienste en Ames vond die in de vele geheime dossiers die hij vrijelijk uit 's werelds grootste spionagebibliotheek kon lenen. Ongestoord leerde hij het Russische netwerk kennen dat de CIA in een kleine twintig jaar met veel moeite had opgezet. Hij kopieerde honderden vellen, en omdat de controle bij de uitgang van het CIA-kantoor was afgeschaft, kon hij er zo mee naar de Russische ambassade wandelen.

Inkijkoperatie

De Russen dachten aanvankelijk aan een val, maar de documenten bleken echt. Ames was daarna steeds vaker aan het kopieerapparaat te vinden. Later kreeg hij een draagbare computer; de KGB gaf hem een floppy maar Ames tikte zijn berichten aan de Russen op de harde schijf. Toen de FBI ten slotte in 1993 een inkijkoperatie in zijn huis uitvoerde, konden alle berichten zo worden gelezen. De namen van sommige bestanden lieten over de motieven van Ames niets aan duidelijkheid te wensen over: $.

De FBI was overigens niet ingeschakeld toen de eerste, vage verdenkingen tegen Ames ontstonden. Een collega verbaasde zich eind 1989 over het dure koophuis van Ames en de aanwezigheid van een dienstmeid. De CIA stelde een onderzoek in, maar dat liep dood, ook al omdat een test met de leugendetector bij Ames een negatief resultaat had. Dat krijg je als je de verkeerde vragen stelt: Heeft u geldzorgen? Ames kreeg toen jaarlijks bijna driehonderdduizend dollar van de Russen.

Dat plotseling tal van CIA-mollen in Rusland van het toneel verdwenen, bracht wel ernstige verwarring bij de CIA teweeg, maar leidde niet tot de gedachte dat er iets grondig mis was. CIA-chef William Casey had geen enkele interesse in contraspionage, en de ontmanteling van het netwerk werd dan ook voor hem geheim gehouden, evenals voor zijn opvolgers Webster en Gates en voor de presidenten Reagan en Bush.

Ames werd uiteindelijk ontmaskerd door de FBI. Na een tip van de opvolger van Ames bij de afdeling contraspionage begon het onderzoek. De doorbraak kwam toen in een vuilniszak van Ames het lint van een printer werd gevonden. Eén bericht kon worden gereconstrueerd: een afspraak in het Colombiaanse Bogotá. Op 21 februari 1994 werd hij naar kantoor gelokt; de FBI wilde niet dat zijn vijfjarig zoontje thuis getuige van de arrestatie zou zijn. Ames' eerste woorden waren: “Jullie hebben de verkeerde.” Zijn laatste voordat de handboeien omgingen: “Oh, fuck!”