Don King (1931); Een rat in de ring

JACK NEWFIELD: Only in America. The life and crimes of Don King

352 blz., geïll., William Morrow and Company 1995, ƒ 46,95

Boksen is de enige jungle waar de leeuwen bang zijn van de ratten, stelt de Amerikaanse journalist Jack Newfield met kennis van zaken. Hij heeft zich vijf jaar verdiept in het leven van de man die geldt als de rat der ratten, bokspromotor Don King. De biografie Only in America. The life and crimes of Don King bestrijkt maar een deel van Kings leven, om de eenvoudige reden dat de nu 64-jarige schurk nog springlevend is.

Don King is zoals zoveel zwarte Amerikanen gevormd op straat, in het getto van Cleveland, waar hij in zijn jonge jaren de kost verdiende met illegaal gokken. In 1954 kwam hij voor het eerst in aanraking met justitie, nadat hij een overvaller van een van zijn gokhuizen had doodgeschoten. Zelfverdediging, oordeelde de officier van justitie, en King ging vrijuit.

Twaalf jaar later had King een stevige positie verworven in de lokale onderwereld. Hij mocht er dan uitzien als een pooier, maar had volgens Newfield het denkvermogen van een schaakgrootmeester en de spreekvaardigheid van een straatprediker. En hij liet niet met zich sollen, zoals een medewerker die een schuld bij hem had, ondervond. King schopte de veel zwakkere Sam Garrett bij een ruzie net zo lang tot hij in coma raakte. Vijf dagen later overleed Garrett in een ziekenhuis, zonder bij bewustzijn te zijn gekomen.

King gooide het weer op zelfverdediging, maar de jury oordeelde dat hij schuldig was aan doodslag, waarvoor hij levenslang kon krijgen. Hij kwam er uiteindelijk vanaf met een kleine vier jaar cel, omdat rechter Hugh Corrigan, die de strafmaat moest bepalen, was omgekocht. Newfield stuitte bij zijn onderzoek voor deze biografie op FBI-documenten waaruit blijkt dat de edelachtbare contacten onderhield met de georganiseerde misdaad in Cleveland.

King gebruikte de bajestijd om zijn opleiding te voltooien. Hij was de trouwste bezoeker van de gevangenisbibliotheek, en zoog het gedachtengoed van de grote denkers in zich op. Eenmaal weer vrij man strooide hij met citaten van filosofen zoals Sartre en Nietzsche. Dat King zijn kennis niet in de collegebanken had opgedaan, verried hij door de manier waarop hij hun namen verhaspelde tot 'Knees-itch' en 'Shar-tay'.

In 1971 begon King zijn opmerkelijke transformatie van bajesklant tot wereldberoemd miljonair. Via zijn vrienden Lloyd Price (de rock'n'rollzanger), Don Elbaum (de bokspromotor) en Mohammed Ali (net door Joe Frazier onttroond als wereldkampioen) raakte hij verzeild in de bokswereld. Op advies van Lloyd Price maakte hij werk van zijn imago: sindsdien is hij herkenbaar door zijn recht overeind gebrostelde haar, zodat het lijkt alsof hij een kroon op heeft. Don King's lichaam zat vier jaar cel uit, maar zijn haar kreeg de stoel, schreef een journalist over deze elektrische haarstijl.

Voorbeeld

Het beroemdste gevecht dat King organiseerde was dat in 1974 tussen Mohammed Ali en George Foreman in Kinshasa in het Zaïre van dictator Mobutu. Ali won in die adembenemende 'rumble in the jungle' verrassend zijn titel terug tegen de als onoverwinnelijk geldende Foreman. Zwart Amerika (en Afrika) juichte om de man die gold als een van de grootste voorbeelden voor zwarten in de twintigste eeuw. Ook Don King had zo'n voorbeeld kunnen worden, meent Newfield. Want met de organisatie van het tot dan toe duurst betaalde gevecht ooit liet King zelf ook zien hoe een zwarte man met hard werken, ambitie en bravoure vanuit de goot kon opklimmen.

Maar Don King wilde geen voorvechter van gelijke rechten voor zwarten zijn, al bewees hij het emancipatiestreven soms lippendienst als het hem goed uitkwam. Hij speelde zwarten voornamelijk tegen elkaar uit. King ontdook zelfs de boycot tegen het apartheidsregime en organiseerde een gevecht in Zuid-Afrika tegen de bokser Gerrie Coetzee. Toen deze Zuidafrikaan de wereldtitel won weekte King hem zelfs los van zijn manager, omdat hij begreep dat een blanke wereldkampioen goud waard was in het tijdperk van de Rocky-films.

Talloze boksers kijken verbitterd terug op de tijd dat zij hun gevechten lieten promoten door King. Larry Holmes is een van de kampioenen die hij meedogenloos heeft geëxploiteerd door grote delen van de wedstrijdgages in eigen zak te steken. Hoe cynisch King kon zijn, blijkt ook uit het feit dat hij soms weddenschappen afsloot op de overwinning van de tegenstanders van Holmes. Wat Holmes zijn voormalige promotor vooral nooit heeft kunnen vergeven is dat hij hem in 1980 dwong tot een gevecht tegen zijn grote idool Mohammed Ali. Die was toen eigenlijk al gepensioneerd, veel te zwaar en te traag, maar liet zich verleiden tot een goedbetaalde come back.

Ali is niet de enige bokser die werd verraden door King. Een van diens boksers van het eerste uur, Jeff Merritt (beter bekend als Candy Slim), liet hij keihard vallen toen deze een partij verloor. In 1991 kwam Newfield deze Slim tegen. Hij was gehuld in vuile kleren, liep op blote voeten, en bedelde om een dollar in de lobby van een hotel waar King een promotiepraatje hield voor het gevecht tussen Mike Tyson en Razor Ruddock. Ook Tyson zou hij trouwens voor miljoenen tillen, voordat deze de gevangenis indraaide wegens verkrachting van een Miss Black America.

Verliefd

Mijn filosofie, zo heeft King een keer gezegd, is dat alle boksers kwartjeshoeren zijn: “Word nooit verliefd op je bokser. Mijn stelregel is dat je een bokser moet naaien voordat hij jou kan naaien. Laat de bokser nooit groter worden dan de promotor.” Tot nu toe heeft King deze filosofie met succes in praktijk kunnen brengen, al moeten de slothoofdstukken van zijn leven nog geschreven worden. De biografie van Newfield eindigt op het moment dat er een proces tegen King loopt wegens verzekeringsfraude. Deze zou ten onrechte een miljoen dollar hebben geïncasseerd van verzekeringsmaatschappij Lloyds, als vergoeding voor een afgelaste bokswedstrijd.

Newfield, die King bewondert in al zijn slechtheid, vindt het eigenlijk ongepast als de man die al zo'n honderd processen heeft overleefd, zou sneuvelen op deze zaak. Het zou, schrijft hij, net zo erg zijn als bij Al Capone, die werd veroordeeld voor belastingontduiking in plaats van voor de tientallen executies van onderwereldfiguren. Newfields wens dat King ooit op een meer heroïsche wijze ten onder zal gaan kan nog worden vervuld, want hij is vorige maand vrijgesproken. Twee weken geleden stond hij al weer juichend in de ring bij het door Mike Tyson gewonnen gevecht tegen Buster Mathis junior. Tyson is tot ieders verrassing na zijn vrijlating weer teruggekeerd in de schoot van King, die heeft beloofd hem opnieuw wereldkampioen te zullen maken.

Ondanks de vele prachtige staaltjes van slechtheid die Newfield beschrijft, is Only in America geen boek dat je in één ruk uitleest. Dat komt in de eerste plaats door Newfields soms wat hysterische stijl, maar vooral door de overdaad aan details en talloze overbodige citaten. Vermoedelijk heeft Newfield zijn betoog juridisch goed willen doortimmeren om te voorkomen dat King met succes een miljoenenclaim indient bij een smaadproces. Gelukkig maken de schitterende foto's veel goed.