Conclusie onderzoekers enquête: Zware criminaliteit groter dan gedacht

DEN HAAG, 30 DEC. De bedreiging van de georganiseerde criminaliteit is aanmerkelijk ernstiger dan via de openbare verhoren van de parlementaire enquête opsporingsmethoden bekend is geworden. Dit blijkt uit de rapporten die vier wetenschappers in opdracht van de enquêtecommissie hebben opgesteld.

Uit de bij de verhoren in september bekend gemaakte feiten, werd alom geconcludeerd dat politie en justitie de afgelopen jaren de ernst van de zware misdaad veel erger zouden hebben voorgesteld dan gerechtvaardigd was. Maar vooral uit de slotconclusies die de Rotterdamse strafrechtsgeleerde C. Fijnaut namens de vier trekt, wordt duidelijk dat het onjuist is de ernst van de georganiseerde misdaad te bagatelliseren, aldus betrokkenen bij het commissiewerk.

De leden van de commissie-Van Traa hebben de onderzoeksrapporten binnenskamers pagina voor pagina beoordeeld en de belangrijkste conclusies onderschreven. Voor de enquêtecommissie vormen de bevindingen van de hoogleraren een belangrijk ijkpunt voor de beantwoording van de vraag welke middelen politie en justitie mogen gebruiken in de strijd tegen de zware criminaliteit.

De verschijning van het eindrapport van de commissie-Van Traa is opnieuw vertraagd. Na eerder uitstel tot half januari zal de commissie nu naar verluidt niet eerder dan in februari haar rapportage naar de Tweede Kamer sturen. De commissie streeft ernaar aparte conclusies te trekken over de belangrijkste hoofdrolspelers die de laatste jaren met elkaar in onmin leefden over de toelaatbaarheid van opsporingsmethoden.

Volgens ingewijden wil de commissie-Van Traa hoe dan ook voorkomen dat haar rapport dezelfde uitwerking heeft als het vorig jaar verschenen stuk van de commissie-Wierenga die de ontbinding van het IRT-team Noord-Holland/ Utrecht onderzocht. Naar aanleiding van dat stuk ontstond een guerilla tussen politie en justitie in Amsterdam en de rest van Nederland. Dat kwam vooral omdat Wierenga de schuld van de IRT-affaire volledig aan de hoofdstedelijke gezagsdragers gaf. De commissie-Van Traa probeert naar verluidt te vermijden dat één partij als triomfator wordt aangewezen.

Om een antwoord voor te bereiden op de conclusies van Van Traa hebben de ministers Dijkstal (binnenlandse zaken) en Sorgdrager (justitie) en de baas van het openbaar ministerie, Docters van Leeuwen, vorige week dinsdag overleg gevoerd met de voorzitters van korpsbeheerders, hoofdcommissarissen en hoofdofficieren van justitie. De Nijmeegse burgemeester D'Hondt, de Haagse politiechef Brand en de Arnhemse hoofdofficier Van Gend hebben toen gezegd dat er als gevolg van de enquête geen functionarissen om politieke redenen mogen sneuvelen.