Afscheid van de laatste tolbrug van Nederland

Vandaag zijn de slagbomen van de Prins Willem- Alexanderbrug over de Waal verwijderd. De brug is nu tolvrij. De aanleg is wel 'de blunder van de eeuw' genoemd.

ECHTELD, 30 DEC. Het twintig man tellende personeel heeft de tolhuisjes met vlaggetjes versierd en aan een mast wappert de Gelderse driekleur. In de verte schittert de Waalbrug in de zon. Werknemer F. Strik (54) bekijkt de feestelijke omgeving op de weg tussen Ochten en Echteld en zegt: “We hebben het hier mooi aangekleed, maar in feite hebben we een strop voor onszelf gemaakt. We raken onze baan kwijt. Een aantal van ons krijgt een summier wachtgeld, parttimers onder wie ik gaan de WW in. Is het niet treurig dat de provincie zo met ons omspringt?”

Strik heeft zes jaar lang tol geheven, gemiddeld 38 uur per week. Overdag, 's nachts, op de feestdagen, “want het is een continubedrijf. Tijdens een dienst van acht uur verwerk je toch tussen de 750 en 800 auto's. Het is stukje van mijn leven geworden.” Het ontslag komt voor Strik en zijn collega's niet onverwacht, want al lange tijd stond vast dat de slagbomen definitief zouden verdwijnen. Tien jaar geleden drukten bewoners en bedrijfsleven door dat de tol op 1 januari 1996 zou worden afgeschaft.

De afgelopen jaren was de exploitatie van de Prins Willem-Alexanderbrug, in de volksmond 'de Waalbrug bij Tiel', niet meer verliesgevend, maar tevoren moest de provincie jaarlijks miljoenen guldens toeleggen. Het verkeersaanbod waarop was gerekend, bleef uit. Bij de bouw lag de voorspelling voor 1990 tussen de 7.000 en 16.000 passerende auto's per etmaal, in werkelijkheid waren het er toen 3.400. De aanleg van de in 1974 voltooide brug werd door Gelderse critici “de blunder van de eeuw” genoemd. De actiegroep Tol Taboe omschreef de hem als “de grootste planologische miskleun in het Nederlandse wegennet. Het is een brug van niets naar nergens”.

Wie de Waalbrug, 7,5 kilometer ten oosten van Tiel, thans ziet liggen, vraagt zich af hoe die er ooit is gekomen. In het begin van de jaren vijftig doken de eerste pleidooien voor een vaste oeververbinding op. De bestaande veerdienst was kwetsbaar door mist en drukke scheepvaart, bovendien telde, om economische redenen, de ontsluiting van het Land van Maas en Waal richting Tiel mee. “Tiel snakt door stijgende verkeersintensiviteit naar brug over de Waal”, schreef het Gelders Dagblad in 1960.

De felste pleiter voor de Waalbrug was het Gelderse Statenlid W. Hol van de toenmalige Katholiek Volks Partij. Zonder hem was het bouwwerk er nooit gekomen, daar is iedereen het over eens. Hol werd door zijn actie zo populair, dat hij bij de Statenverkiezingen van maart 1966 - hij stond op een onverkiesbare plaats op de kandidatenlijst - liefst 11.300 voorkeurstemmen kreeg. De “voorvechter voor het Rivierengebied” kon niet meer stuk. Het verhaal gaat dat Hol de KVP in Gelderland anderhalf jaar later, kort na de Nacht van Schmelzer, onder enorme druk zette in het streven naar zijn ideaal. Hij zou hebben gedreigd met zijn aanhang over te stappen naar de door KVP-dissidenten opgerichte Politieke Partij Radicalen.

De tachtiger Hol ontkent dat laatste thans met klem. Vanuit zijn woning in Nijmegen noemt hij het “een sprookje”. “De goedkeuring voor de bouw van de brug was er, althans bij de fractievoorzitters van de partijen, al eind 1965. En bestond de PPR nog niet.” Hol zegt “nimmer spijt” te hebben gehad van zijn inspanningen voor de aanleg van het project, dat in totaal 100 miljoen gulden kostte: 57 miljoen voor de gulden voor de brug en 43 miljoen voor de toegangswegen. “Het is de goedkoopste grote brug die ooit in Nederland is gebouwd”, vertelt Hol strijdlustig. “De bouwers, de aannemers Van Hattem en Blankevoort, hebben 5 tot 10 miljoen toegelegd op de betonconstructie met de overspanning van 260 meter. Maar ze wilden het karwei per se hebben. Geen wonder, want later hebben ze dezelfde mooie bruggen op diverse plaatsen in het buitenland mogen bouwen.”

Hol was vanmiddag bij het verwijderen van de slagbomen aan de Waal. Als eregast van de Stichting Brug.