Zaalhockey leidt sluimerend bestaan

AMSTERDAM, 29 DEC. Absoluut voor herhaling vatbaar, zei de een. Niet meer dan een aardig intermezzo van de veldcompetitie, vond de ander. En Bob Jonker? “Ik denk dat dit voor mij de laatste keer is geweest. Sterker nog, ik weet het eigenlijk wel zeker. Ik ga toch zeker niet in training voor maar één potje tegen Amsterdam”, sprak de aanvoerder van Hattem kordaat.

Aan meningen geen gebrek gisteravond in de Amsterdamse Sporthallen Zuid. Voor het derde opeenvolgende jaar toog de vaderlandse hockeytop - acht van de twaalf mannenteams uit de hoogste afdeling en vier vrouwenteams - de zaal in en wat Jonker (25) betreft dus voor het laatst. “'t Is een prachtig spel: snel, technisch en sierlijk. Op het veld hoef je maar een beetje te kunnen draven en je hebt de halve wereld. In de zaal komen de echte hockeyers bovendrijven. Maar dat neemt niet weg dat zo'n toernooitje in mijn ogen alleen leuk en aardig is als afsluiting van het veldseizoen, niet precies middenin de winterstop”, aldus de topscorer na afloop van de ruime nederlaag tegen Amsterdam (14-7).

Nee, bij een eventuele volgende gelegenheid neemt Jonker beslist een voorbeeld aan veel van zijn ploeggenoten die weigerden de lange rit naar Amsterdam te maken. “Vooral de ouderen zagen het niet zitten. Die hadden zoiets van: dat zaalhockey, daar waag ik mijn rug niet aan. Zij genieten nu even van hun welverdiende rust. Over twee weken beginnen de voorbereidingen op het nieuwe seizoen al weer.”

Gelet op de publieke belangstelling en het enthousiasme bij veel deelnemers lijkt het alsof speler/organisator Jacques Brinkman met succes een traditie in gang heeft gezet. Zit het zaalhockey in de lift? Ja en nee. Velen beschouwen het tactische onderlegde zes tegen zes als een aangename en leerzame onderbreking van de winterstop. Vooral de behendige hockeyers kunnen zich naar hartelust uitleven in de hal en zijn daarom warm voorstander van de 'overdekte hockeyvariant'.

Maar door het overvolle programma van met name de internationals lijken plannen om het evenement uit te breiden tot een volwaardig toernooi over twee of drie weken bij voorbaat tot mislukken gedoemd. Voor intensieve trainings-arbeid in de zaal is eenvoudigweg geen tijd en de huurkosten van een hal kunnen de meeste clubs sowieso maar moeizaam opbrengen.

Eind jaren tachtig raakte het zaalhockey in het slop. Op last van de toenmalige bondscoach van de mannen, Hans Jorritsma, keerden de internationals en daarmee vele clubs uit de hoofdklasse de zaal hun rug toe. Wie de internationale top wil halen, moet zijn energie bewaren voor het veld en zijn tijd niet verdoen aan een niet-olympische discipline, oordeelde Jorritsma.

De bondscompetitie leidt sindsdien een sluimerend bestaan. De lagere regionen maken de dienst uit. Twee districtskampioenen strijden in februari om de officiële landstitel. In Duitsland daarentegen geniet het zaalhockey grote populariteit. Elk najaar trekken de topploegen uit de veldcompetitie de zaal in en niet zelden benutten de Duitse bondscoaches met succes het ingestudeerde combinatiespel met de hoge handelingssnelheid als basis voor de tactiek op een groot internationaal veldtoernooi.

Joep Brenninkmeijer, coach van Amsterdam, nam voor het duel van zijn ploeg tegen Hattem ontspannen plaats op de tribunes. De coaching liet hij over aan zijn assistent. “Dit toernooi is een ideale gelegenheid voor hem om ervaring op te doen. Niet dat ik het zaalhockey niet serieus neem, maar ik sta al vaak genoeg langs de zijlijn.”