VS vragen uitlevering verdachte Oklahoma

ROTTERDAM, 29 DEC. Een in Nederland gedetineerde Amerikaan wordt verdacht van betrokkenheid bij de bomaanslag in Oklahoma City in april dit jaar. Dit zegt de raadsman van de 32-jarige Amerikaan, de Amsterdamse advocaat A. Moszkowicz, die zich baseert op mededelingen van een 'vertegenwoordiger van de FBI'.

Bij de bomaanslag op een overheidsgebouw in die stad kwamen 168 mensen om het leven, onder wie achttien kinderen. Bij de reddingswerkzaamheden vond bovendien nog een verpleegkundige de dood.

De Amerikaan werd juni dit jaar in Utrecht gearresteerd op verdenking van heling. Hij had een aantal 'zeer waardevolle antiquarische manuscripten' in zijn bezit, aldus de Amsterdamse strafpleiter.

De manuscripten zijn afkomstig uit een Amerikaans museum en zouden meer dan een miljoen dollar waard zijn. Aanvankelijk hadden de Verenigde Staten de uitlevering van de man gevraagd wegens de diefstal. De rechtbank in Utrecht achtte de uitlevering van de Amerikaan toelaatbaar. De Amerikaan ging tegen deze uitspraak in cassatie.

Volgens Moszkowicz wordt de Amerikaan sinds kort 'informeel' verdacht van betrokkenheid bij de bomaanslag. “Dat is door een vertegenwoordiger van de FBI kenbaar gemaakt.”

Er zou een aantal zaken aan het licht zijn gekomen die op een mogelijke betrokkenheid van de man bij de bomaanslag wijzen. Zo zijn in een kluis in de Verenigde Staten zes pistolen gevonden die toebehoren aan de in Nederland gedetineerde man. Er zouden aanwijzingen zijn dat de Amerikaan betrokken is geweest bij wapenleveranties.

Ten slotte is in een kluis in New York een lijst aangetroffen met dertig à veertig namen, en ook deze lijst wordt door de Amerikaanse justitie in verband gebracht met de gedetineerde en de bomaanslag. Moszkowicz: “Ik wil zeker weten of mijn cliënt van betrokkenheid bij de bomaanslag wordt verdacht. Daar staat de doodstraf op en dan mag hij niet worden uitgeleverd.”