Voor Hij leeft Hij nog

“Hij begon dan zijn oogen streng te bewaken; hij wilde niets zien, wat maar eenigszins gevaarlijk voor hem had kunnen worden. Vandaar dat hij op straat niet nieuwsgierig naar alle kanten rondzag, maar vóór zich keek en de oogen zedig neersloeg. Bij het opstaan had hij nauwelijks den voet uit het bed, of aanstonds bedekte hij hem, om hem niet ontbloot te zien.” Aldus beschrijft een boek uit 1907 hoe Aloysius van Gonzaga de eerste schreden zette op de weg die hem tot patroon van de katholieke kuisheid zou maken.

Het zou goed zijn als rechtzinnige gelovigen in hun kijkgedrag deze Jezuïetenheilige zouden navolgen in plaats van de openbare ruimte te inspecteren op de aanwezigheid van aanstootgevende afbeeldingen. En ze vinden warempel nog gehoor bij de Reclame Code Commissie. Deze heeft geoordeeld dat het modeconcern 'HIJ' christenen nodeloos kwetst met teksten als 'Twijfel niet, Hij is er' en 'Hij roept u tot zich'.

Mij hebben de affiches van de firma Hij vooral verbaasd en tegelijk verblijd. De bijbelachtige teksten en de toespelingen op de iconografie van Jezus veronderstellen toch maar mooi een publiek dat zulke christelijke verwijzingen verstaat. Als reclamemakers daarop vertrouwen, is het nog niet zo beroerd gesteld met de geestelijke ontwikkeling van het Nederlandse volk.

Mijn eigen ervaringen stemmen heel wat somberder ten aanzien van de vertrouwdheid met het christendom. Als docent aan een confessionele instelling van academisch onderwijs ben ik regelmatig verbijsterd over de volstrekte onwetendheid van studenten. Zij hebben minstens 14 jaar roomse scholing achter de rug, maar weten meer van de islam - in het kader van intercultureel onderwijs - dan van het christendom. Blijmoedig onderricht ik de aankomende geleerden dan maar in de waarheden des geloofs. Didactisch ben ik langzamerhand doorkneed in het uitleggen van zondeval, menswording, kruisdood, martelaren, opstanding der doden en de dag des oordeels. De concepten worden geïllustreerd met diabeelden uit de ganse Europese cultuurgeschiedenis. Als muzikale sfeerschepper dienen fragmenten uit Verdi's Dies Irae en uit Brahms' Ein Deutsches Requiem. Vermanend zeg ik aan het eind van zo'n multimediale voorstelling: “Je snapt niets van de Europese cultuur als je de bijbel niet kent. Weet wel, ik spreek nu als atheïst. Ik heb geen boodschap aan het evangelie. Ik heb jullie alleen de kracht van het christelijk geloof willen laten voelen.”

Stel je voor dat mijn college zo overtuigend is dat het als geloofsverkondiging wordt ervaren! Een enkele keer heb ik het lef om uit eigen werk voor te lezen en zo belijdenis af te leggen van mijn geloof dat er niets of niemand is na de dood. Ik zeg dan een gedicht op, geschreven onder de indruk van Verdi's muzikale evocatie van de 'Dag der Wrake, Die Dag' (Dies irae, dies illa): ...ik wil niet bij dat koor en voor de hel voel ik mij ook te goed. gun mij illa die mijn eindeloze rust en laat mij nu en hier de drift, maar bovenal de wijsheid van het dier.

Wie er echter van overtuigd is boven het dier te staan als schepsel naar Gods beeld en gelijkenis, kan niet geraakt zijn door de actie van HIJ. Over de goede smaak ervan valt te twisten. Maar de goede smaak en het fatsoen zijn volgens de Reclame Code Commissie juist niet aangetast door HIJ. Wel mag de Bond tegen het Vloeken zich van de reclame-arbiters nodeloos gekwetst voelen. Wat te denken van de sterkte van het geloof van zulke klagers? Tegenover de Reclame Code Commissie te pruilen over bastaardvloekjes in de reclame getuigt van een zeer wankelbaar geloof.

De ware gelovige is ongevoelig voor blasfemie. Voor hem is Gods majesteit zo ver verheven boven iedere aantasting dat het menselijke vermetelheid is te geloven Zijn naam te kunnen verdedigen. (De werkelijk overtuigde monarchist zal ook nooit een aanklacht wegens majesteitsschennis indienen). De echte christen wordt niet gekrenkt door het lichtzinnige gebruik van Zijn naam door HIJ: voor de reinen is immers niets onrein.