Van Egeraat verlaat bureau Mecanoo; Moderne Barok: architectuur die verleidt en koestert

Architect Erick van Egeraat verliet na vijftien jaar het mede door hem opgerichte Mecanoo, dat was uitgegroeid tot een van de toonaangevende architectenbureaus in Nederland. Zijn vertrek is ook een breuk met het neo-modernisme van Mecanoo. “Witte dozen van glas en metaal zijn te weinig om van te houden”, zegt hij.

ROTTERDAM, 29 DEC. Begin jaren tachtig staken Erick van Egeraat en een paar medestudenten aan de TU Delft de koppen bij elkaar om een gezamenlijke inzending voor een prijsvraag voor jongerenhuisvesting te maken. Ze wonnen, en daarmee was een jong architectenbureau opgericht dat snel toonaangevend zou worden: Mecanoo. Na vijftien jaar kwam aan die samenwerking enige maanden geleden een einde, toen hij voor zichzelf begon onder de naam Erick van Egeraat Associated Architects (EEA).

Mecanoo maakte naam met een hedendaagse variant op het vooroorlogse modernisme, maar Van Egeraat (1956) wil nu een heel andere richting inslaan: weg van koelheid en kilte, op naar een warme, verleidelijke architectuur. Hij heeft ook een naam voor de nieuwe stroming die hij propageert: Moderne Barok. Betekent dit dat hij met het (neo-) modernisme heeft gebroken? “Ik heb het nooit omhelsd en dus nooit vaarwel gezegd. Het was een manier om het vak te leren, een aanloop naar wat ik nu doe. Maar witte dozen van glas en metaal zijn te weinig om van te houden.”

Hij had rustig nog tien jaar door kunnen gaan bij Mecanoo, zegt hij, maar achteraf ziet hij dat hun wegen zich al in 1992 begonnen te scheiden. “Ik heb bij Mecanoo veel geleerd over het maken en produceren, maar het wordt je te makkelijk gemaakt, je kunt je verschuilen achter het collectief. Nooit word je gedwongen te onderzoeken en te zeggen wie je bent en wat je vindt. Nu leer ik juist van het alleen werken in een gedwongen isolement in het buitenland.” Een van zijn laatste projecten als partner bij Mecanoo was de strakke, glazen uitbreiding in vertrouwd modernistische stijl van het stenen Natuurmuseum, naast de Kunsthal in het Rotterdamse Museumpark. Maar in andere ontwerpen zijn volgens hem de kiemen van de Moderne Barok al te ontwaren: het paviljoen aan de Maas bijvoorbeeld, en de uitbreiding van het Park Hotel, beide in Rotterdam. EEA is sinds de oprichting in april gehuisvest in een dubbele herenhuis vlakbij de Euromast in Rotterdam; van de 25 medewerkers kwamen er zeventien mee van Mecanoo.

Van Egeraat heeft veel geleerd van de samenwerking in 1987 en '88 met de Portugese architect Alvaro Siza in de Haagse Schilderswijk. “Hij vat het modernisme niet louter als een mathematische zuiverheid en scherpte op, maar geeft er een sculpturale kwaliteit aan.” Dat was een gevoel dat hij uit zijn eigen jeugd herkende: Van Egeraat komt uit Amsterdam-West, waar de architect Wijdeveld lange blokken met lange bandramen aan de Hoofdweg bouwde. “Met deze warme, humane architectuur was ik al vertrouwd, maar tijdens mijn studie moest ik me juist meten met de puurheid en het intellectualisme van late modernisten als Peter Eisenman en Richard Meier. Bij Mecanoo heb ik laten zien dat ik dat ook kan. Maar behalve naar witte abstractie heb ik ook altijd een hang gehad naar verleidelijkheid.”

Wie een historische parallel zoekt, kan deze afscheiding vergelijken met de scheiding in 1938 tussen De 8 en Opbouw, die een strak functionalisme voorstonden, en Groep 32, de rebellen van de zwierige lijn die de emotie in de bouwkunst wilden herstellen. Het was dan ook aan Van Egeraats inbreng, zegt hij, dat het werk van Mecanoo de laatste paar jaar niet louter meer uit rechte lijnen bestaat maar ook zachtere, vloeiende vormen is gaan vertonen. Zo werd het woonhuis dat hij begin jaren negentig met zijn ex-partner Francine Houben aan de Kralingse Plas ontwierp, alom geroemd als “een gebouw dat modern maar ook warm is”.

Tot de opdrachten die het bureau EEA heeft gekregen behoort de inrichting in de Rotterdamse Kunsthal van twee tentoonstellingen, eerst Pop Art en nu over Leonardo da Vinci. Niet alleen de diep kobaltblauwe kleur is opvallend - zelfs het tapijt is speciaal in deze doordringende kleur gemaakt - maar ook de brede luie trap die hij in de grote zaal heeft aangelegd. “Bij de inrichting van een tentoonstelling ben je behalve architect, toch vooral art director.” De trap, waar modellen van Da Vinci's wonderlijke machines staan uitgestald, legt een soepele verbinding tussen deze hal en de rest van het gebouw. De opmerkelijke kleur schaart hij ook onder de Moderne Barok: “De kleur omhelst je zonder je te overweldigen, je kunt ermee ontsnappen aan de koelheid van dat knappe gebouw.”

Samen met ruim twintig buitenlandse architecten nam Van Egeraat deel aan workshop in Dresden voor een woonwijk aan de rand van de stad, een gebied met nog een duidelijke DDR-stempel aan een zijarm van de Elbe. De stadsarchitect koos zijn ontwerp, bestaande uit een hoog gedeelte - een anderhalve kilometer lange 'woonwand' van ruim zeven verdiepigen met grillige openingen erin - en ervoor een breed 'tapijt' van lage patiowoningen. Dit project heeft ook geleid tot een nieuwe opdracht in het stadscentrum, voor een complex van winkels en woningen vlak bij barokke gebouwen bij de opera en het paleis. “De stad wil iets wat modern is maar niet koel, een gebouw dat van deze tijd is maar toch een koppeling legt met de oude architectuur.”

In de Bijlmer in Amsterdam heeft hij ook opdracht gekregen om met architectuur twee tijdperken met elkaar te verbinden. Op het kruispunt van hoog- en laagbouw aan de vernieuwde Bijlmerdreef plaatst hij vier grillig vervormde dubbele woontorens van zeven à acht lagen. Zijn eigen bijnaam voor het ontwerp: Stonehenge. Zij markeren de overgang van de ene soort stedebouw op de andere, van de hoge jaren zestig-flats naar de laagbouw van nu. Anders dan het woord 'barok' suggereert karakteriseert deze stroming zich tot nu toe niet zozeer door ornament, maar vooral door organische vormen - soms in glas, maar ook in hout. De 'woonwand' buiten Dresden wordt met hout bekleed; de vijf onderling verbonden Scandinavische ambassades die hij voor de Berlijnse Tiergarten ontwierp, zijn bekleed met berkenstammen.

Tot nu toe is het werk dat het dichtst zijn ideaal benadert, een recent project dat hij nog onder de vlag van Mecanoo deed in het centrum van Boedapest. In opdracht van de ING Bank renoveerde hij een negentiende-eeuws kantoorgebouw, waarbij hij het dak met glas verving en daarop een organisch gevormde glazen directie-vergaderkamer plaatste. Het ontwerp, 'de walvis' of minder flatteus in het Engelse blad Blueprint 'the blob' bijgenaamd, trok brede internationale aandacht: het werd opgevat als een optimistisch teken dat er in deze oude Middeneuropese steden plaats is niet alleen voor historicisme, maar ook voor vernieuwing en vitaliteit.

De inspiratie is wederzijds: het is de decoratieve negentiende-eeuwse bouwkunst van Praag, Boedapest en Wenen die het latente emotionele denken in Van Egeraat heeft losgemaakt, zegt hij. “Als je 's avonds alleen door de stad loopt, dan zie je hoe belangrijk het is dat architectuur aan passanten in het donker troost biedt. Vandaag de dag gaat alles in de architectuur heel snel, je moet direct met precieze oplossingen komen. Maar het eindprodukt moet niet alleen op een intellectueel niveau aanspreken. Het mag ook een directe ervaring van schoonheid en comfort zijn.”