Van Aartsen vindt jachtverbod niet nodig

DEN HAAG, 29 DEC. Minister van Aartsen (Natuurbeheer) vindt het vooralsnog niet nodig een algeheel jachtverbod af te kondigen wegens de koude weersomstandigheden. De stichting Kritisch Faunabeheer vroeg Aartsen in een brandbrief de jacht te verbieden, omdat volgens de stichting veel dieren zijn uitgeput door de aanhoudende strenge vorst.

“Veel jagers lijken zich niet veel aan te trekken van de Jachtwet, die verbiedt op watervogels te jagen bij wakken in het ijs”, aldus woordvoerster P. de Jong van Faunabeheer. Volgens een woordvoerder van het ministerie van Landbouw en Natuurbeheer is er nog geen sprake van een uitzonderlijk strenge winter.

De woordvoerder wijst erop dat per 1 januari de bevoegdheid voor het verbieden van de jacht verschuift van ministerie naar de Gedeputeerde Staten. “De provincies beslissen voortaan zelf. Daardoor kunnen zich per provincie verschillen voordoen, want niet iedere provincie heeft te maken met even strenge vorst en sneeuwval. Kritisch Faunabeheer is met hun brandbrief bij ons aan het verkeerde adres.”

Op 1 januari eindigt het jachtseizoen op hazen en fazantenhennen en later die maand stopt ook de jacht op waterwild en fazantenhanen. De Jong vindt het “een kwalijke zaak dat er blijkbaar niemand op het ministerie is die de zich zorgen maakt om de problemen die wij voorzien”.

Volgens secretaris H. van Welie van het Jachtfonds, een instantie die bemiddelt tussen landbouw, jagers en natuurorganisaties, zijn oproepen aan de minister tot een jachtverbod tevergeefs. “Alleen als er sprake is van een bepaald aantal vorstdagen en een flinke sneeuwval, zal de overheid dat overwegen. Die procedure start dan vanzelf en niet op aandringen van groeperingen”, aldus Van Welie.