SHURA CHERKASSKY 1909-1995; Uniek romanticus

De Russisch-Amerikaanse pianist Shura Cherkassky, die woensdag in zijn woonplaats Londen op 86-jarige leeftijd aan problemen met hart en longen overleed, werd zeker na de dood van Jorge Bolet en Vladimir Horowitz, vaak 'de laatste romanticus' genoemd - zoals ook de befaamde New-Yorkse criticus Harold C. Schonberg deed. Zelf vond Cherkassky het “onprettig om in een hoekje te worden gedrukt” - hij was nu eenmaal een buitengewoon eigenzinnig, zelfs excentriek pianist.

Die eigenzinnigheid was wel de basis voor de kwalificatie 'romanticus'. Net als bij zijn landgenoot Horowitz waren voor hem de noten van de componist niet bedoeld als iets om nauwgezet te reproduceren, maar vooral de aanleiding voor een hoogst persoonlijk, virtuoos en spectaculair optreden in een ongewoon breed repertoire: van Lully, Händel en Bach (ook in de bewerkingen van Busoni) tot voorbij Schönberg. Zoals Cherkassky speelde, speelde geen andere pianist. Maar zulk soort pianisten zullen er altijd blijven, Anatol Ugorski is er een veel jonger voorbeeld van, ook al afkomstig uit de Russische pianoschool.

Cherkassky was uiteraard wel de laatste vertegenwoordiger van de oude Russische pianoschool - hij was de voortzetting van de lijn Hoffmann, Godowsky, Lhevinne. Cherkassky speelde nog zoals de grote pianisten in de vorige eeuw hadden gespeeld. Zelf had hij geen leerlingen.

Shura Cherkassky werd in Odessa geboren op 7 oktober 1909 - nog maar kort geleden kwam hij daar zelf achter, want hij had altijd dacht dat hij twee jaar jonger was. Zijn moeder bleek zijn geboortedatum in zijn paspoort te hebben veranderd om zijn carrière als wonderkind, begonnen op zijn negende, nog twee jaar langer te kunnen duren.

Cherkassky kreeg zijn eerste pianolessen kreeg van zijn moeder. Kort na de revolutie van 1917 week de familie uit naar de Verenigde Staten, waar hij de Amerikaanse nationaliteit kreeg. Op 11-jarige leeftijd trad hij in het Witte Huis en in Philadelphia studeerde Cherkassky aan het Curtis Institute bij de beroemde Josef Hoffmann, die - als enige - les had gekregen van de Russische pianoleeuw Anton Rubinstein. Vanaf 1936 begon zijn internationale carrière.

Cherkassky was een uniek en grillig fenomeen, hij speelde 'onspeelbare' muziek en werd vaak gekarakteriseerd als 'duivelskunstenaar'. In 1968 werd zijn spel in het Pianoconcert op. 35 van Sjostakovitsj in het Algemeen Handelsblad beschreven: hij speelde alles uitsluitend vanuit de pols en er klonken salto mortales met duizelingwekkende trefzekerheid. Vervaarlijk rollende passages en martellato-frases kregen bij een verblindend helder profiel, de noten werden eruit gehamerd met een speelsheid zoals men die van niemand anders hoort en in de finale grensde zijn expressie aan razernij, al bleef die demonstratie van geweld ook zangrijk. Daartegenover stonden passages die werden gespeeld met parelende, hyperverfijnde aanslag waarbij de fluwelen tederheid net zo onwaarschijnlijk was als zijn fortissimo.

Shura Cherkassky trad de laatste jaren vaker op dan ooit. Zijn energie leek onuitputtelijk, zijn spel, nog altijd voortkomend uit eindeloze fascinatie en volledige toewijding, leek steeds vitaler. Gevraagd naar zijn ambitie zei hij enkele jaren geleden nog “Doorgaan!”

In ons land, waar hij vroeger al regelmatig optrad, gaf hij de laatste jaren erg veel en zeer succesvolle recitals, de laatste waren op 28 oktober in Rotterdam en 29 oktober jl. in Amsterdam. Eerder dit jaar trad hij hier al vijf keer op. Bij zijn laatste optreden in Amsterdam was hij eigenlijk al te zwak om te spelen, maar Cherkassky deed het toch. Zijn allerlaatste optredens gaf hij in Praag, begin november. Cherkassky zou eind januari nog in Amsterdam Liszt hebben gespeeld bij het afscheid van Elly Ameling.