Rotterdamse havenlobby slaat alarm over infrastructuur

ROTTERDAM, 29 DEC. In de laatste dagen van 1995 heeft de Rotterdamse haven weer eens fors alarm geslagen richting Den Haag. Burgemeester Bram Peper noemt de besluitvorming van de overheid “stuitend straag” als het gaat om de grote infra-structurele werkzaamheden waarvoor Rotterdam geplaatst is wil het zijn positie als grootste haven ter wereld tot in lengte van jaren blijven waarmaken. Havenwethouder René Smit constateert dat Rotterdam met de ook dit jaar weer toegenomen goederenstroom van miljoenen tonnen men die naar het achterland vervoerd moeten worden volledig dreigt dicht te slibben. En dat ondanks de aanleg van de Betuwelijn waarover dit jaar een definitief besluit is gevallen maar die er over acht jaar pas ligt. Smit wil als oplossing dat op de hele ruit van snelwegen rondom Rotterdam vrije banen voor zakelijk verkeer worden aangelegd. Bovendien wil hij het woon-werk-verkeer te lijf gaan met 'toerit-dosering' tot de snelwegen in het havengebied.

Havendirecteur Willem Scholten constateert dat Rotterdam gedeeltelijk klem zit tussen aan de ene kant een Europese haven die lean en efficiënt moet werken en waarbij het accent vooral ligt op het genereren van bedrijvigheid en veel geld en een stad en regio waar te weinig directe werkgelegenheid neerslaat. Dat geeft spanningen tussen Den Haag, dat zich committeert om miljarden in de haven te investeren en daar maar mondjesmaat directe werkgelegenheid in Rotterdam voor terugziet, en de gemeente Rotterdam. “Maar ik kan een Griekse reder die Rotterdam aandoet moeilijk duidelijk maken dat hij meer havengeld moet betalen omdat wij zo nodig een straat in Charlois moeten onderhouden”, constateert Scholten.

Niettemin staat alle betrokkenen het grote doel van Rotterdam mainport helder voor ogen. Zowel bij de Europese Unie (waar de bedoeling is dat de grote subsidiestromen naar de havenrange tussen Le Havre en Hamburg - waaronder ook Rotterdam valt zullen gaan), de overheid (die op twee mainports, Schiphol en Rotterdam, heeft ingezet) als Rotterdam zelf. Burgemeester Peper raakte wat dat betreft zelfs een poëtische snaar toen hij vanochtend in zijn oudejaarstoespraak voor de Havenvereniging de dichter Remco Campert citeerde: “Ik geloof in een rivier die stroomt van zee naar de bergen. Ik vraag van poëzie niet meer dan die rivier in kaart te brengen.”

Rotterdam heeft rondom de Waterweg en Maas al ongeveer 10.000 hectare havengebied ontwikkeld waarbij de haven steeds verder van de stad is komen te liggen. Mijlpalen in die ontwikkeling waren het 1250 hectare nieuwe havengebied in de jaren vijftig in het Botlekgebied voor schepen tot 65.000 ton. In de jaren zestig ontstond Europoort (4000 hectare) voor schepen tot 100.000 ton. In de jaren zeventig werd de Maasvlakte ontwikkeld, 2400 hectare voor schepen tot 400.000 ton. Groter kan niet want daarvoor is de Noordzee te ondiep.

Enkele weken geleden zijn de plannen bekendgemaakt voor de aanleg van een tweede Maasvlakte, waarvan de kosten worden geraamd tussen de 5,2 en 8 miljard gulden. De voorlopige plannen voorzien in de aanleg van een nieuwe Maasvlakte met netto 2000 hectare bedrijfsterrein. Naast ruimte voor bedrijven zal er op de nieuwe landwinning uit zee ook minimaal 750 hectare beschikbaar komen voor natuur en recreatie.

Maar minister Jorritsma (verkeer en waterstaat) wil eerst een brede maatschappelijke discussie naar het nut en de noodzaak van dit project. Steunend en kreunend vraagt ondernemend Rotterdam zich af hoe lang dit “procedurele infarct dat zo kenmerkend is voor de Nederlandse bestuursstijl” weer gaat duren.

Want Rotterdam zit in een krap tijdschema. Binnen enkele jaren moet Rotterdam wegens ruimtegebrek nee gaan verkopen tegen nieuwe bedrijven die zich in de havenregio willen vestigen. Het Gemeentelijk Havenbedrijf zag zich ondermeer daardoor genoodzaakt dit jaar al een 'strategische alliantie' aan te gaan met het Havenschap Vlissingen, waar nog bedrijfsterrein is voor veel ruimte in beslag nemende overslag als bij voorbeeld auto's. Hoewel een aantal havenondernemers in Rotterdam de alliantie met Vlissingen als een dolkstoot in de rug beschouwt, kijken Scholten en Smit naar de toekomst. De grensoverschrijdende investering achten zij noodzakelijk om ook in de toekomst de positie van Rotterdam als grootste haven te kunnen waarborgen. Bovendien vormt de samenwerking met Vlissingen een prima buffer tegen Rotterdams grootste concurrent Antwerpen.

Belangrijk in 1995 was verder dat het havenbedrijf (voor 200 miljoen) en bedrijfsleven (800 miljoen) hebben geïnvesteerd in de revitalisering van het Waal-/Eemhavengebied. Middelgrote containerbedrijven als Hanno, Seaport Terminals, Uniport en Deka kunnen in één gebied nauw samenwerken en door hun verbeterde efficiëncy klanten trekken die anders niet zo snel aan Rotterdam zouden denken. Hoewel Scholten niet blij is dat Hanno een klant met 100.000 containers heeft afgepikt van ECT, dat op de Maasvlakte de grootschalige containeractiviteiten voor haar rekening neemt.

Meer dan drie miljoen containers heeft Rotterdam dit jaar overgeslagen. Een record dat volgens Scholten “de beste barometer is voor het succes van de haven”. Het vervoer per truck, binnenvaarschip, coaster of trein (bij NS Cargo wordt na de verzelfstandiging hard gewerkt aan de verbetering van het produkt) naar het achterland wordt steeds beter op elkaar afgestemd. Hoewel er nauwelijks ruimte is meer goederentreinen te proppen tussen het al overvolle vervoersschema voor personen. Heineken lost de export naar met name de VS op door de enorme hoeveelheden bier uit Zoeterwoude en Den Bosch 's nachts naar de haven te vervoeren.

Maar ondanks de riante geografische ligging is Rotterdam de laatste jaren toch enigszins vadsig geworden. Scholten constateert dat op zijn buitenlandse reizen waar zijn potentiële nieuwe klanten één centraal thema hanteren: Rotterdam is te duur geworden. “Natuurlijk mag je trots zijn op je haven”, zegt Scholten. “We hebben weer een uitstekend jaar achter de rug. Maar zelfs Rotterdam moet toch met een steeds beter verhaal komen om klanten te bewegen hier naar toe te komen.”