Plan voor weg Albanië-Turkije schokt Grieken

ATHENE, 29 DEC. Tijdens de recente viering van het vijftigjarig bestaan van de Verenigde Naties werden de Grieken opgeschrikt door een voor hen onverwacht bericht. De presidenten van Albanië, Bulgarije en Turkije en de waarnemend president van Macedonië (hier Skopje genoemd) hadden in New York een protocol gesloten, waarin zij vastlegden dat er door hun landen een weg moest komen die de Adriatische Zee met de Zwarte Zee verbindt. De weg zou in de Albanese haven Durrës moeten beginnen en via Skopje en het gebied ten zuiden van Sofia naar Turks Thracië moeten lopen.

De Grieken schrokken omdat ze in het plan - waar al eerder sprake van was - een bedreiging zagen van hun eigen project: een weg van de Grieks-Adriatische haven Igoumenitsa naar de Turkse grens, 680 kilometer verderop. Deze zou dan kunnen worden doorgetrokken tot Istanbul. In de Romeinse tijd liep er reeds zo'n weg, de Via Egnatia, zodat het Griekse project vanouds het Egnatia-project heet.

'Vanouds', is hier een veelbetekenend woord. Het is een project van vijftig jaar geleden, dat nog steeds niet ver is gevorderd. Reeds zijn parallellen getrokken met de legendarische middeleeuwse brug van Arta die ook nooit klaar leek te komen. Griekse volksliederen bezingen hoe ten slotte de architect de opdracht kreeg, zijn eigen vrouw in de fundamenten in te metselen - alleen dan zou de brug levensvatbaar zijn. De brug is nu opnieuw in ruïneuze toestand.

Reeds tijdens de kolonelsjunta (1967-1974) kwam het rondom de aanleg tot een eerste schandaal, waarna het project weer jaren stillag. De eerste 128 kilometer vanaf Igoumenitsa kwam tot stand in een ritme van dertien kilometer per jaar. Het eerste financiële hulppakket-Delors inspireerde de toenmalige rechtse regering rondom 1980 tot een aanbesteding, verdeeld over kleine mootjes. De socialistische regering-Papandreou die in 1981 aan de macht kwam rook opnieuw allerlei schandalen en begon van voren af aan. Er zijn voor het stuk dat door het Pindus-gebergte moet lopen - met 23 tunnels - nu allerlei studies, maar de intussen snel opgekomen milieuproblematiek knaagt daaraan. Zo wordt opgekomen voor het natuurgebied langs de rivier de Strymona, terwijl archeologen verkondigen dat ook het terrein rondom het Zeus-orakel van Dordona wordt aangetast.

Van de nog aan te leggen 512 kilometer is nog slechts 123 officieel uitbesteed. Ernstiger is dat voor de laatste 140 kilometer nog geen uitzicht op financiering is. Er wordt gezocht naar honderd miljard Drachmen (650 miljoen gulden). Voor de rest zijn theoretisch gelden beschikbaar uit de EU-fondsen, hoewel de bevolking van Grieks-Thracië des duivels is over aanwijzingen dat de grote projecten voor Athene (metro, nieuw vliegveld), alsmede de brug Riom-Anti-Riom bij Patras prioriteit krijgen.

Als de weg toch nog klaarkomt, dan zal het volgens de huidige plannen slechts een 'provinciale' zijn met twee rijstroken, zoals nu reeds het geval is met het grootste deel van het voltooide stuk. Kortom, rondom het hele Egnatia-project hangt een sfeer van meewarigheid en defaitisme, nu al jaren lang.

Dit droeg bij tot het schokeffect na het bericht uit New York. Het werd nog versterkt door het feit dat de EU-commissaris voor buitenlandse zaken Van den Broek bij de tekening van het protocol aanwezig was. Weliswaar slechts als waarnemer, maar hij maakte geen geheim van zijn instemming met het plan. “Altijd dezelfde” - daar kwamen de Griekse commentaren op neer. De Nederlander geldt hier als Turkenvriend en Griekenhater. Zou hij er met zijn grote invloed niet toe bijdragen dat het alternatieve plan - hier Par-Egnatia genoemd - de voorkeur kreeg van de machthebbers binnen de EU?

De eeuwig optimistische regeringswoordvoerder in Athene zag echter lichtpunten. Het lanceren van de Par-Egnatia zou kunnen dienen als prikkel voor de Grieken, meer haast te maken met hun eigen Egnatia. Vooralsnog was het hele idee een “hersenschim”, zo heette het, waarvan de uitvoering nog veel duurder zou uitkomen dan de Egnatia. Geldschieters die zich als zodanig ervoor hadden uitgesproken waren er nog niet, afgezien van enkele bescheiden bijdragen.

Men kwam ook met politiek geruststellende argumenten. De hele vertoning in New York zou zijn terug te voeren tot een diplomatieke stunt van de Turkse president Demirel. De drie noordelijke buurstaten zouden wel degelijk beseffen dat zij meer baat zouden hebben bij de vijf noordelijke aftakkingen van de Griekse Egnatia. Voor de FYROM, de voormalige Joegoslavische republiek Macedonië, die juist goede betrekkingen met Griekenland op poten had gezet, zou het gekkenwerk zijn als zij met dit plan in zee zou gaan. En wat de deelname van Bulgarije betreft, deze werd door Atheense zegslieden teruggebracht op de heersende tweespalt tussen president Zjelev en premier Videnov. Eerstgenoemde bepleit een politiek van “gelijke-afstandbewaring” tot Athene en Ankara, terwijl de jonge premier pro-Grieks is geöriënteerd en er bijvoorbeeld toe heeft bijgedragen dat het oude conflict rondom het water van de rivier de Nestos dezer dagen een oplossing heeft gevonden. Videnov zou totaal geen sympathie hebben voor het Par-Egnatia plan.

Recentelijk heeft ook de EU-commissaris voor transport Neil Kinnock de Grieken een hart onder de riem gestoken door tijdens een bezoek aan Athene te verklaren dat de Egnatia voor de EU bovenaan de lijst staat en de Par-Egnatia nog slechts een theoretisch idee is. Maar de Grieken zijn er niet gerust op. Per slot van rekening is dat laatste idee reeds in 1991 geboren met duidelijke sympathiebetuigingen van Italië en Duitsland, en uitgewerkt op de officiële EU-conferentie voor transport in maart 1994, waarbij het prioriteit kreeg als 'as' met derde landen. Die conferentie had uitgerekend op Kreta plaats.