'Palestijnen folterden Palestijnen in Israel'

TEL AVIV, 29 DEC. De Israelische organisatie voor de rechten van de mens, B'tselem, heeft gisteren bij premier Shimon Peres en de Palestijnse leider Yasser Arafat de marteling in een Israelische gevangenis van tientallen Palestijnse gevangenen door Palestijnse mede-gevangenen aanhangig gemaakt. Daarbij zijn volgens Yizhar Be'er, de directeur van B'tselem, twee Palestijnen in de periode van augustus tot oktober 1995 overleden.

B'tselem dringt in de brief aan Peres aan op een diepgaand onderzoek naar deze martelingen “die zich onder de neus van de Israelische autoriteiten” in de militaire gevangenis Ketziot in de Negev-woestijn afspeelden. De Israelische schuldigen moeten volgens deze organisatie worden gestraft wegens het toelaten van deze martelpraktijken door Palestijnen die inmiddels zijn vrijgelaten en van wie sommigen hoge posities bekleden in de Palestijnse preventieve veiligheidsdienst van kolonel Jibril Rajub.

B'tselem verlangt in een brief aan Arafat dat het Palestijnse zelfbestuur een onderzoek naar deze affaire instelt en de Palestijnse schuldigen straft. In de brief aan de Palestijnse leider schrijft Be'er dat Palestijnen die zich als Fatah-activisten en leden van de Palestijnse preventieve veiligheidsdienst identificeerden, verantwoordelijk zijn “voor de meest ernstige vormen van marteling om personen te dwingen denkbeeldige misdaden te bekennen”.

Volgens de getuigenverklaring van een Palestijn die de martelingen overleefde, werd hij op een plank met spijkers gelegd en gingen zijn ondervragers op hem zitten. Ze smolten plastic dienborden en lieten het gesmolten plastic op zijn penis druppelen. Een andere Palestijn getuigde bij B'tselem dat er een draad in zijn penis werd gebracht, hij voortdurend werd geslagen en peper en zout werd gesmeerd in wonden die met scheermessen werden aangebracht.

Uit de getuigenverklaringen is volgens B'tselem gebleken dat de Israelische bewakers van Ketzion niet tussenbeide kwamen om aan deze martelpraktijken een einde te maken. Volgens het rapport van B'tselem waren de Israelische autoriteiten op zijn minst van een aantal van deze martelingen op de hoogte.

Een legerwoordvoerder heeft gezegd dat er inderdaad in de periode van september tot oktober 1995 sprake was van toenemend geweld tijdens interne Palestijnse verhoren van van collaboratie verdachte Palestijnen. Er zijn nu volgens deze woordvoerder veranderingen aangebracht in de bewaking van de Palestijnse gevangenen in Ketziot.

l