Onzichtbare ambtenaar

Ilja Ilf en Jevgeni Petrov: De blauwe duivel. Vert. Frans Stapert. Uitg. M Bondi, 174 blz. ƒ 34,50

De schelmenromans De twaalf stoelen (1928) en Het gouden kalf (1931), de belangrijkste werken van het Russische schrijversduo Ilja Ilf en Jevgeni Petrov, werden een paar jaar geleden in het Nederlands vertaald. Een aantal van de talloze verhalen en novelles van de twee satirici is nu gebundeld in De blauwe duivel. Ilf en Petrov hebben eigenlijk maar één thema, even onveranderlijk als onbegrensd: de puinhoop die in de jaren twintig ontstond op de plek waar volgens het plan een imposant socialistisch bouwsel had moeten verschijnen. Net als in hun romans richten Ilf en Petrov hun pijlen in deze verhalen voornamelijk op de omvangrijke bureaucratie die het openbare leven in de Sovjet-Unie van die jaren overwoekerde en grotendeels lamlegde. In de eerste novelle, 'Een man van formaat', wordt een muisgrijze kantoorklerk - van het type dat voorkwam bij Gogol, de grote inspirator van het tweetal - door een foutje van de stadsuitvinder onzichtbaar. Niet alleen de gemeentelijke dienst waar hij werkt, maar de hele provinciestad schiet in paniek: de doorzichtige ambtenaar kan immers ongestraft iedereen bespieden en geconstateerde onregelmatigheden rapporteren. Heel het stadje gaat koortsachtig aan de slag om sporen uit te wissen en begane zonden maar vast op te biechten. De ooit zo nietige registrator wordt het geweten van de stad.

'Ongewone gebeurtenissen uit het leven van de stad Kolokolamsk' vertelt over weer zo'n provinciestad, die ten onder gaat aan bureaucratische corruptie en stompzinnigheid, terwijl 'Een nieuwe Sheherazade uit Duizend-en-één-dag' een korte sovjetversie geeft van de alom bekende Arabische sprookjes, waarbij een weelderige administratrice erin slaagt haar ontslag te ontlopen door het vertellen van ongelooflijke verhalen over de ambtenarij.

De blauwe duivel heeft een wat hoger kluchtgehalte dan de romans, maar het is even wrang. Niet alleen van het socialisme blijft geen spaan heel, ook hedendaagse samenlevingen kunnen het een en ander van zichzelf herkennen. De novellen missen de gestroomlijnde plot die de romans kenmerkte, zodat het vaak bij slechts losjes verbonden anekdotes blijft, die soms ook nog enigszins als een nachtkaars uitgaan. Maar daar staan weer een paar van die typische Ilf en Petrov-vondsten tegenover; heerlijke verbasteringen van kanselarij-jargon, zoals 'concrete maatregelen van desbetreffendheid' en 'Nolens volonté, ik geef u uw congé!' moeten ook in Nederland wel vleugels krijgen.