Met een moker toegetakeld

Minette Walters: The Dark Room. Uitg. Macmillan, 398 blz. ƒ 37,80. Nederlands: De donkere kamer. Vertaling: Irving Pardoen. Uitg. De Boekerij. ƒ 29,90.

Met haar vorige drie romans sleepte de Engelse Minette Walters zo'n beetje alle belangrijke prijzen in de wacht die er voor misdaadromans bestaan. Ook in haar nieuwste, The Dark Room, toont ze zich een gedreven vernieuwer in de traditie van de Britse puzzeldetective. De vuilbekkende rijkeluisdochter Jane 'Jinx' Kingsley wordt na een mislukte zelfmoordpoging in een dure kliniek opgenomen; ze lijdt aan hardnekkig geheugenverlies. Vlak voor ze met haar auto stomdronken op een betonnen pilaar inreed, had haar verwende fiancé het uitgemaakt en aangekondigd met haar beste vriendin te gaan trouwen. Terwijl Jinx ligt te herstellen en het bezoek van haar verschrikkelijke familie het hoofd biedt, wordt een gruwelijke ontdekking gedaan: haar ex en zijn aanstaande worden vermoord aangetroffen, vlak bij de plaats waar zij tegen de pilaar reed. Ze zijn zwaar toegetakeld met een moker, precies zoals Jinx' eerste echtgenoot veertien jaar daarvoor.

Niet alleen de politie, ook Jinx zelf staat voor raadsels. Wie maakt haar leven zo pijnlijk ingewikkeld? Wie zwaait er steeds weer met een moker in het rond? Haar dominante vader, die zich in de zakenwereld omhoog heeft gewerkt zonder zijn contacten met de Londense onderwereld te verzaken? Haar twee gok- en drugsverslaafde broertjes? Of heeft ze zelf iets gruwelijks verdrongen? Was dat auto-ongeluk wel een zelfmoordpoging? En wie is de jonge man die in London prostituées mishandelt?

Walters maakt er een boeiend mysterie van, vol behendige scènewisselingen, dwaalsporen, kranteknipsels en politierapporten in facsimile. Bovendien laat ze opnieuw zien een goed oor voor dialogen en veel oog voor psychologische en sociale details te hebben: de Engelsen blijken nog steeds geplaagd door een verbeten klassenbewustzijn en akelige seksuele obsessies. In het laatste deel wordt er wel erg veel gepuzzeld; om achter de ware toedracht van de drie moorden te komen, moeten alle feiten keer op keer op een rij gezet worden, zo vaak dat je er een beetje moe van wordt. Uiteindelijk blijkt de intrige hecht doortimmerd, want de psychopathische moordenaar werd niet verdacht. Dat hij zijn hele leven al zo gek als een deur was en de buitenwereld daar nooit iets van gemerkt had, hoeft door Walters niet te worden uitgelegd; in dit genre spreekt zoiets vanzelf.