Legaal rijden in Gaza in een gestolen auto

GAZA, 29 DEC. Laatst werd de auto van een Israelische generaal gestolen. Twee dagen later moest de generaal naar Jericho voor overleg met zijn Palestijnse collega. Daar stond, voor de kazerne, zijn gestolen auto geparkeerd. Er reed nu een Palestijnse militair in rond, die hem voor een krats had gekocht. Toen de generaal zei dat het zijn auto was, antwoordde de militair: “Neemt u hem maar weer mee.” Alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat hij in een gestolen auto rondreed.

Een zes maanden oude BMW werd hier voor 5.000 dollar aangeboden - op de achterruit zat nog een sticker met in het Hebreeuws 'Behoudt de Golan!'. Als je op het drukste kruispunt van Gaza gaat staan, is de verhouding gewone en gestolen auto's, met hun speciale nummerborden, soms ongeveer een op twee.

In het begin reden de Israeliërs de gestolen auto's 's nachts de autonome gebieden in. Dat ging makkelijk want zij werden, anders dan Palestijnen, niet eens gecontroleerd bij de grens. Dan stopten ze vlak voorbij de douane op een stil plekje. In Gaza deden ze dat in de citrusboomgaarden, waar het 's nachts desolaat is en aardedonker. Daar wachtte hun Palestijnse contact. Die betaalde, bracht hen in een Palestijnse auto netjes terug naar de grens en verkocht zijn buit als het licht was.

De vraag was groot. Er keerden duizenden Palestijnen uit Tunis en elders ter wereld naar hun geboorteland terug. Zonder auto natuurlijk, en zonder vooruitzicht op een behoorlijk salaris. Nieuwe en tweedehands auto's zijn hier, wegens de hoge importbelastingen, twee keer zo duur als in Europa. “Diefstal is verkeerd”, zeggen veel Palestijnen niettemin, “zelfs van een jood.” Maar er zijn er genoeg die voor de verlokking bezwijken. Zo ging een jonge Palestijnse ambtenaar die van plan was een gestolen auto te kopen, laatst naar het registratiebureau om zich op de hoogte te stellen van de procedures. Uren later kwam hij uitgeput terug en zei: “Jonge, jonge, het stond rijendik. Allemaal politie-agenten en hoge militairen die Israelische auto's kwamen registreren.”

Zoals het vaak bij winstgevende zwarthandel gaat, werd de business snel geïnstitutionaliseerd. Aan beide kanten is nu een soort mafia ontstaan, met een paar sterke mannen aan de top. Nu er steeds meer vraag komt naar auto's uit het 'representatieve segment', werken de dieven zelfs op aanvraag. Elk aan hun eigen kant van de grens regelen zij de zaken.

Maar de Palestijnse douane is inmiddels wakker geworden. Zij laat geen auto's met Israelisch nummerbord meer toe. Dat wil zeggen, meestal niet. Toen een Palestijnse majoor laatst een gloednieuwe Mitsubishi ontdekte, verstopt in een truck vol zand die de Israelische douane al gepasseerd was, nam hij de auto in beslag. Hij rijdt er nu zelf in rond.