Jagen op wolken; Kaatsen, het spel met de kleine bal

In Franeker zijn sinds 1853 op de vijfde woensdag in juli, die soms in augustus valt, de connaisseurs van de kaatssport te vinden voor de wedstrijd van het jaar. Eindeloos wordt er nagepraat over een succesvolle pripper, stekbal of forknoffelje. Legendarisch is de Herculesslag van Klaes Folkerts Post, de zestiende kaatskoning van Friesland.

Het Spel met de Kleine Bal is een goed bewaard geheim. Het doet zich voor als een ballet op de muziek van wind en stemmen. De bal verstoort deze illusie nauwelijks. Het formaat van het steenharde, leren voorwerpje dat nog geen kwart ons weegt, is dermate subtiel dat je het tijdens zijn scheervluchten boven het veld moeiteloos uit het oog verliest. Slechts uit het pantomime-spel van de spelers kan worden afgeleid dat 'd'eene de bal uytslaet en den anderen opvanght en wederom slaet', zoals de filosoof Comenius het kaatsspel ooit samenvatte.

Het kleinood wordt nog altijd met de handpalm opgeslagen en terug gemept zoals in het begin van de zestiende eeuw gebruikelijk was bij het spelen van 'Jeu de Paume', waarvan het kaatsspel is afgeleid. De combinatie van een afwezig slaginstrument en een onzichtbare bal draagt bij tot de abstracte kwaliteit van het Spel met de Kleine Bal. Voor de twee parturen van elk drie kaatsers die in het strijdveld staan, is de lichtheid van de bal een ingebouwde handicap. Deze genereert de meest fascinerende bewegingen. Het sturen van de bal vereist zowel stootkracht als verfijning. Voor een bal met 'effect' wordt de elleboog soms schielijk langs de broekspijp geschoven hetgeen in de wandeling broekkaatsen wordt genoemd.

Vanaf de zijlijn zie je de spelers geregeld uit het gras omhoog schieten en in de ruimte tasten alsof ze jacht op de wolken maken. Zelfs het stilstaan van de spelers is een enerverende gebeurtenis. Tijdens de observatie van de door het luchtruim koersende stip staan ze roerloos in het veld waarbij ze de houding aannemen van een jockey tijdens de race. De knieën zijn licht gebogen, het bovenlichaam helt naar voren en de gefixeerde armstand lijkt afgestemd op besturing van teugels. Alleen de handen van de spelers zijn onophoudelijk in beweging. Ze hangen aan het polsgewricht als trillende bladeren bij subtiele windkracht. Iedereen wacht ademloos het ondeelbare moment in de tijd af waarop de prooi in het luchtruim kan worden besprongen. Het credo van de Amerikaan William Forsythe is de figuren uit het Ballet met de Kleine Bal op het lijf geschreven: 'Choreograferen is vooral kiezen wat níet bewegen moet, en wanneer.'

Tijdens de wedstrijd wordt de raadselachtige puntentelling bijgehouden op een drie-armige telegraaf waaraan rode en witte bordjes bungelen. Eenvoudiger is het om op de reacties van het publiek af te gaan. De connaisseurs zijn jaarlijks op de vijfde woensdag in juli die soms in augustus valt, in het Friese Wimbledon van de kaatssport, Franeker, te vinden alwaar zich de wedstrijd van het jaar afspeelt.

Het publiek telt de nodige klassieke verschijningen, uitgerust met een gezonde buitenkleur, een zondagse pet, een sigaar en een ferme houten wandelstok. Aan opzienbare verrichtingen in het veld gaat een tot fluisteren manend gesis van de omstanders vooraf waarna de stemmen volledig staken. Absolute hoogtepunten in de wedstrijd spelen zich in absolute stilte af. Een uitzondering op de regel vormt de verbale reactie op de vlucht van de Kleine Bal over de tribune met de ouderwets beschilderde beelden van Pallas, Athene, Apollo en Demeter heen. Zware doch montere klanken als van zoemende bromvliegen worden afgewisseld met handgeklap. Het zwak voor de ouderwetse spectaculaire 'boppeslach' die het kaatsers-latijn in het café weer voor jaren voedsel kan geven, is diep geworteld.

Tijdvertraging

Een intrigererend bestanddeel van het Spel met de Kleine Bal is het tijdvertragende element. Het kaatsballet kent geen ritme-versnellingen. Het kijken naar de bewegingen die eindeloos worden herhaald en steeds met dezelfde concentratie worden uitgevoerd, heeft de uitwerking van een hallucinogeen. De wereld is teruggebracht tot een veld van 60 bij 32 meter waarop zes figuurtjes zich door tijd en ruimte bewegen onder een kale hemel, die in Friesland blauwer en onmetelijker is dan elders. Ongemerkt wordt het later. Na afloop realiseer je je dat de wedstrijd zo'n acht uur heeft geduurd en dat de dag om is.

Kaatstijd is geritualiseerde tijd. De belangrijke wedstrijd in Franeker, die de P.C. wordt genoemd naar de Permanente Commissie van Franeker notabelen die de wedstrijd in 1853 voor het eerst organiseerde, speelt zich sinds 143 jaar af op dezelfde dag, dezelfde plaats en dezelfde manier. De P.C. wordt steevast geopend met een rit door Franeker in een open rijtuig, bespannen met Friese paarden, waarmee de notabelen en het winnende partuur van het vorig jaar naar het kaatsveld worden gebracht. 's Avonds is er altijd kermis.

De helden van het Spel met de Kleine Bal die tot Kaatskoning worden uitgeroepen, kunnen zowel (vee-)handelaars, werkmannen bij een melkfabriek en onderwijzers als werknemers bij de gemeentelijke plantsoenendienst zijn. Zij hebben in Friesland niet minder aanzien dan de echte koningen die het Spel met de Kleine Bal in het verleden met een even grote passie plachten te beoefenen. De hartstocht voor het kaatsen is legendarisch. De Friese kaatsdeskundige en politicoloog Johannes Lolkama vermeldt in zijn geschriften dat sommige veertiende-eeuwse koningen het kaatsspel reeds verboden ten einde algehele ontregeling van het maatschappelijk bestel te voorkomen. Vorsten als Hendrik I, Philips de Schone, Lodewijk X en Karel VIII beoefenden het spel daarentegen zo uitputtend dat ze er in bleven. Prins Willem van Oranje, was eveneens een liefhebber. Hij zorgde, in 1561, voor een vernieuwde kaatsbaan op het Binnenhof.

De adel kreeg omstreeks deze tijd overigens genoeg van het ballen met de tere handpalm, dat niet zelden een zogenaamde doorgeslagen hand oplevert. Er werden hulpmiddelen ingeschakeld als een houten palet, een batoir dat was bespannen met uit middeleeuwse kronieken gesloopte vellen perkament en het met darmen van huisdieren of vee bespannen racket. Het kaatsen met een racket zou bekend worden als tennis, terwijl het kaatsspel met de handpalm te boek staat als een soort tennissen met de blote hand.

Het Spel met de Kleine Bal is sinds mensenheugenis bekend. De Maya's in Mexico, Egyptenaren, Grieken en Romeinen beoefenden het. En nog steeds wordt het 'Jeu de Paume' gespeeld op onvermoede plekken die zich zowel in Baskenland, Zweden en Ierland als in Nigeria en op het Chinese eiland Macao kunnen bevinden. Het spel kent een oneindig aantal varianten. Zelfs schijnen er verschillen te bestaan tussen het Franeker en het Dokkumer kaatsen terwijl in Bussum ooit het zogenaamde dakkaatsen werd beoefend.

Gewichtloos

Friese kaatsers en kaatsliefhebbers hebben een goed gevoel voor het nuanceren van schijnbaar gewichtloze gebeurtenissen, ongeacht de tijd waarin deze hebben plaatsgevonden. De kwaliteiten van een in 1875 gemaakte kaatsbal kan een gespreksonderwerp zijn. Nog steeds wordt over Wopke Meter bericht, de schoenmaker die in de tweede helft van de negentiende eeuw zulke 'masterlike' kaatsballen maakte maar 'zijn geheim heeft meegenomen in zijn graf.'

In het orgaan van de Koninklijke Nederlande Kaatsbond wordt over het leven van lokale kaatshelden uit de vorige eeuw verhaald alsof het recente wapenfeiten van de voetballende tweelingbroertjes De Boer betreft. Kaatsers trokken in het begin van de vorige eeuw van het vroege voorjaar tot het late najaar met paard en wagen, boot of hondekar naar dorpen en kermissen om aan de wedstrijden deel te nemen. Het waren in wezen semi-profs die zowel gouden tientjes als zilveren voorwerpen incasseerden waaronder lepels, vorken, aansteek-comforen, tabakspotten en dozen.

Vrijwel alle beoefenaars van het Spel met de Kleine Bal deden aan café-bezoek. Een boven de tap opgehangen, in een vogelklauw geklemde zilveren bal betekende een uitdaging. Vanachter hun glazen plachten de gastkaatsters onmiddellijk op te veren om naar het plaatselijke veldje te trekken en de strijd aan te binden met de uitdagers. Een toen op een achternamiddag geslagen 'pripper', 'stekbal', 'fokseslag', 'forknoffelje', 'greate kaets', 'sitbal' of 'boppeslach' maakt in het Friese nog altijd geschiedenis.

Tijdens een wandeling door het nabij Harlingen gelegen dorpje Kimswerd, legde een stokoude inwoner mij nog eens uit waar een ooit met de handpalm opgeslagen kaatsballetje 120 jaar eerder, na een raketvlucht, in een weiland was beland. De afstand die de Kleine Bal toen moet hebben afgelegd, overschreed mijn stoutste verwachtingen. Hij kende ook de naam van de 'opslager', Klaes Folkerts Post, die toevallig mijn overgrootvader was en in 1843 in Kimswerd werd geboren.

De geschiedenis van Klaes Folkerts Post is symptomatisch voor de status van de kaatskoningen in Friesland. Klaes die als 'verwer' in de leer was bij een huisschilder, en een aantal malen samen met zijn twee broers de P.C. won, trouwde met de dochter van een hereboer waardoor de kaatser eigenaar werd van herberg 'De Grote Pier'. De bovenverdieping had uitzicht op een kaatsveld en bij slecht weer nam de dorps-elite er plaats om de verrichtingen buiten te volgen. Klaes trad hier onder meer op in het blijspel met zang in vier bedrijven, getiteld Ontmaskerd, waarin hij de rol van Majoor Peperwortel vervulde. Hij was minstens tot in Sneek befaamd waar Prins Hendrik, bijgenaamd 'de Zeevaarder' zeker negen minuten uittrok om zijn 'Herculesslag' te bewonderen. De prins had weinig tijd, hij wilde dezelfde middag ook nog naar het 'hardzeilen' kijken.

Rijk zijn ook de negentiende-eeuwse Friese kaatsers nooit geworden. De landbouwcrises sloeg in 1882 hard toe in Friesland. De Friezen trokken de een na de ander uit hun geboortestreek weg om hun geluk elders te beproeven. Klaes Folkerts Post vertrok met zijn gezin naar Amsterdam om zich meteen bij de lokale kaatsverening te laten inschijven, die haar terrein op het Museumplein had. In Amsterdam kon de Friese held ook in economische opzicht zijn draai niet vinden. Hij heeft nooit meer gekaatst. Hij doodde de tijd door bij het haardvuur een wandelstok te snijden uit een stuk hout. Zelfs zijn sterfdatum kent geen van zijn nazaten uit het hoofd. Maar op ranglijst van de P.C. staat Klaes Folkert Post nog altijd als de zestiende vorst tussen de andere kaatskoningen vermeld.