Italië krijgt politieke crisis die premier Dini had beloofd

ROME, 29 DEC. Premier Lamberto Dini heeft Italië behalve verdere sanering van de overheidsfinanciën ook een politieke crisis beloofd, en die krijgt het land prompt: morgen zal hij naar president Oscar Luigi Scalfaro gaan om zijn functie ter beschikking te stellen.

Dat is volgens afspraak. Al bij zijn aantreden in januari maakte Dini duidelijk dat hij zijn zakenkabinet, waarin niet één gekozen politicus zit, als een overgangskabinet beschouwt. Eind oktober beloofde hij dat hij zou aftreden zodra de financiële maatregelen voor komend jaar zouden zijn goedgekeurd.

Dat moment is nu aangebroken. Vlak voor Kerstmis is de begroting aangenomen en het kabinet zou vanmiddag een decreet uitvaardigen met extra bezuinigingen, voor ongeveer vijf miljard gulden, om het begrotingstekort binnen het gestelde doel te houden.

Ook al heeft hij zijn werk af, koestert Dini gegronde hoop dat hij mag blijven. Scalfaro wil snelle verkiezingen vermijden, ook al omdat Italië op 1 januari het voorzitterschap van de Europese Unie overneemt. Ook oud-premier Silvio Berlusconi, die maandenlang heeft geroepen dat er zo snel mogelijk weer moet worden gestemd, heeft ineens geen haast meer en begint nu te pleiten voor een brede coalitie.

Ik wil wel kiezen, maar het mag niet van de president, zei Berlusconi gisteren in een vraaggesprek met Rete Quattro, de meest gedienstige van zijn drie commerciële televisiezenders. “Snelle verkiezingen worden uitgesloten door de instantie die het parlement moet ontbinden”, zei Berlusconi in een verwijzing naar Scalfaro. Maar de echte reden voor zijn ommezwaai is dat hij bang is geworden voor de negatieve uitstraling van het proces wegens corruptie dat op 17 januari tegen hem moet beginnen.

Berlusconi is nu de andere politieke leiders aan het peilen om te zien of zij iets voelen voor een kamerbreed kabinet dat ruim de tijd krijgt voor een aantal staatsrechtelijke hervormingen die de efficiëntie en de effectiviteit van het openbaar bestuur moeten verbeteren.

Bovendien moeten volgend jaar keiharde bezuinigingen worden doorgevoerd, van naar schatting zeventig miljard gulden, in een laatste poging te voldoen aan de meeste criteria voor toetreding tot de Europese Monetaire Unie. Dini's zakenkabinet heeft zich in de begroting voor 1996 daaraan niet durven wagen. Voor een dergelijke ingreep zijn “de steun van iedereen” en “een politiek, economisch en fiscaal bestand” nodig, zei Berlusconi.

“Het zou net als na de oorlog zijn, toen de Italiaanse politieke machten achttien maanden lang verenigd bleven om de grondwet te schrijven”, vervolgde Berlusconi. “Het zou een regering zijn die de staat moet laten functioneren. Zij zou net zo lang moeten aanblijven als nodig is om de doelen die ik heb geschetst, te bereiken - achttien maanden, 24 maanden.”

Berlusconi's belangrijkste bondgenoot in het rechtse blok vindt dat hij zwakke knieën krijgt. Gianfranco Fini van de Nationale Alliantie, de voormalige neofascisten, houdt vol dat er uiterlijk in maart moet worden gestemd, om Italië weer een kabinet te kunnen geven waar de kiezers voor hebben gekozen. Maar alleen aan het andere uiteinde van het politieke spectrum, bij de communisten, krijgt Fini hiervoor steun.

De linkse leider Massimo D'Alema, de belangrijkste steun van Dini, vertrouwt Berlusconi niet. Hij is de afgelopen dagen een gesprek uit de weg gegaan en roept dat Berlusconi eerst maar eens duidelijk moet maken namens wie hij precies praat. De discussie over nieuwe politieke spelregels en staatsrechtelijke hervormingen afgelopen zomer hebben niets opgeleverd. Waarom zouden de partijen elkaar nu ineens wel kunnen vinden? Bovendien wil hij Fini niet in een brede coalitie hebben. “Ik beschouw de mogelijkheid van een akkoord dat ons land toestaat om zijn verplichtingen jegens Europa na te komen en dat verkiezingen komend voorjaar zal brengen, als realistischer,” zei D'Alema in een eerste reactie op de oproep van Berlusconi.

Scalfaro heeft al laten weten dat hij Dini wil terugsturen naar het parlement om te zien of dat echt wil dat de premier vertrekt. Gezien het gemak waarmee zowel Berlusconi als D'Alema de afgelopen maanden van mening zijn veranderd, durft niemand de uitkomst van dat debat te voorspellen. Wel is het onwaarschijnlijk geworden dat Italië vóór eind mei, begin juni gaat stemmen. Het argument dat een verkiezingscampagne en een regeringswisseling een domper zouden zetten op het Europese semester van Italië, wordt in brede kring gedeeld.

Voor zijn geloofwaardigheid moet Dini zijn ontslag aanbieden. Daarvoor heeft hij dat te vaak beloofd. Maar hij stapt morgen op in de hoop dat hij van veel kanten het verzoek krijgt om aan te blijven.

    • Marc Leijendekker