Hongkong heeft nu de facto twee regeringen

Met de vorming van de 'Voorbereidende Commissie voor de Speciale Administratieve Regio' (PCSAR) per 1 januari 1996 is in de woorden van de comite-voorzitter, de Chinese vice-premier en minister van buitenlandse zaken Qian Qichen “het proces van hervatting van Chinese soevereiniteit over (de Britse kroonkolonie) Hongkong in de fase van uitvoering gekomen”. De officiële soevereiniteitsoverdracht is pas op 30 juni 1997 en volgens het Brits-Chinese verdrag van 1984 zal het Verenigd Koninkrijk tot die dag soeverein zijn. Dat mag de jure het geval zijn, maar Hongkong heeft vanaf nu de facto twee regeringen, een Britse 'zonsondergang-regering' en een Chinese 'regering van de toekomst'.

De Voorbereidende Commissie is het beste te beschrijven als een constituante voor een schaduwkabinet dat het komende jaar gevormd zal worden en medio 1997 de nog resterende macht van de Britse gouverneur zal overnemen. Belangrijkst is de selectie van de toekomstige regeringsleider, de chief-executive, die volgens het verdrag van 1984 “zal worden geselecteerd door middel van verkiezing, of door consultaties en benoemd zal worden door de centrale volksregering”.

In 1984 was de interpretatie van deze rekbare clausule dat er in elk geval een zekere dosis democratie bij te pas zou komen, maar daar is door het veranderende politieke getij in China sinds de repressiegolf van 1989 in het geheel geen sprake meer van. Als de democratie in Hongkong de vrije loop zou krijgen zou de leider van de Democratische Partij, Martin Lee, wiens partij bij de verkiezingen in september verreweg de meeste zetels haalde en die ook individueel het hoogste aantal stemmen scoorde zonder meer de leider van de nieuwe regering worden. Lee's partij is echter demonstratief genegeerd bij de samenstelling van de nieuwe commissie omdat zij - net als de Chinese dissident Wei Jingsheng - als subversief wordt gebrandmerkt. Het vonnis van veertien jaar voor Wei wegens activiteiten die zelfs in semi-democratieën normaal zijn is gisteren in hoger beroep bevestigd, dezelfde dag als de diskwalificatie van de democraten in Hongkong. Het is een waarschuwing aan Lee en zijn geestverwanten dat zij na 30 juni 1997 zullen moeten zwijgen, vertrekken of martelaren worden.

De 150 leden tellende nieuwe commissie zal voor 63 procent uit Hongkong-Chinezen bestaan. De overigen zijn Chinese functionarissen van verschillende staats- en partij-instellingen, zoals het Bureau voor Hongkong- en Macau-zaken, het Nationale Volkscongres en het Verenigd Front. Bijna de helft van de leden zijn zakenlieden, die wegens hun zakenbelangen in China in het algemeen kritiekloos pro-Peking zijn. Een van de gekozen Hongkong-politici, Frederick Fung van een splinterpartij in het democratische kamp zei hierover: “Ik ben bang dat zakenlieden de waarden, idealen en levenswijze van gewone mensen niet begrijpen. Dat zal conflicten en confrontatie veroorzaken.” Hongkongs economie heeft door het extreem hoge kostenniveau van alles een deel van zijn concurrentiekracht verloren en kampt voor het eerst met werkeloosheid. Sociale voorzieningen bestaan niet en het is vooral de arbeidersklasse en de bejaarden die daarvan de dupe zijn.

Afgezien van een potentiële sociale uitbarsting tegen Hongkongs door China gesteunde zeer rijke elite zal het komend anderhalf jaar - tot het neerhalen van de Britse vlag - sowieso een periode van politieke confrontatie worden. Belangrijkste conflictpunt zal China's vastbeslotenheid zijn om de gekozen Wetgevende Raad op 30 juni 1997 te ontbinden. Verder zijn er slepende conflicten over de continuïteit van de rechtsstaat, de persvrijheid, de handhaving van de openbare orde etc. Ook zal de Britse gouverneur, Chris Patten zich niet passief door China's schaduworganen laten marginaliseren en in mogelijke crisissituaties de eindverantwoordelijkheid aan zich trekken.

Veel zal afhangen wie het eerste bestuurshoofd van Hongkong, de chief-executive, wordt. De Britten hebben hun hoop gesteld op de eerste minister Anson Chan, die voor enige jaren continuïteit kan garanderen. Na haar drie jaar als een werktuig van de Britten genegeerd te hebben heeft China in juni formele contacten met haar gevestigd die geleid hebben tot geregelde ontmoetingen van top-ambtenaren. De meeste waarnemers achten haar echter kansloos. Haar eerste taak zou immers moeten zijn om de erfenis van Patten, die zij actief mee heeft helpen opbouwen, te liquideren.

Volgens aanhoudende speculaties in de media zijn de beste kanshebbers T.S. Lo en C.H. Tung. Lo Tak Sing is een advocaat uit een zeer rijke Euraziatische familie, die tot 1984 voor de Britten heeft gewerkt en hen meteen na de ondertekening van het verdrag inzake de overdracht de rug toekeerde “wegens verraad van de bevolking van Hongkong”. Lo is een uiterst slimme 'Real-politicus', die echter geen gezag in Hongkong heeft, maar dat wel aan China zou kunnen gaan ontlenen. Chinese instanties gaven hem onlangs een Chinees paspoort van de volksrepubliek, hetgeen een schandaal veroorzaakte omdat Hongkong-Chinezen na 1997 alleen zogenaamde 'SAR-paspoorten', krijgen waarbij SAR staat voor Special Administrative Region.

Tung Chee Hwa is de favoriete kandidaat van het Hongkong-Chinese zakenleven. Hij is een scheepsmagnaat, wiens rederij midden jaren tachtig met een omvangrijke Chinese lening van de ondergang werd gered.