Het orkest wordt weer ingezeept; De terugkeer van de assistent-dirigent

In Nederland dreigt een generatie dirigenten weg te vallen doordat zij te weinig praktijkervaring kan opdoen. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest doet daar nu wat aan door voor het eerst in 16 jaar weer een assistent-dirigent bij het orkest aan te stellen.

Het Rotterdams Philharmonisch Orkest maakt rechtsomkeert in de manier van werken met dirigenten. Na enkele decennia van afwezigheid wordt de functie van assistent-dirigent weer ingevoerd. Eenentwintig jonge dirigenten hebben zich de afgelopen weken gepresenteerd bij het orkest, waarbij zij een half uur Beethoven repeteerden. Een jury van een aantal orkestleden en ex-dirigent Anton Kersjes beoordeelden hun prestaties. In maart zal in aanwezigheid van chef-dirigent Valery Gergjev de definitieve keuze worden gemaakt uit de vier beste kandidaten. De winnaar van deze sollicitatieronde krijgt een aanstelling voor twee jaar en mag onder andere een eigen concert dirigeren.

De laatste assistent-dirigent in Rotterdam was Roelof van Driesten, die inmiddels wegens gehoorproblemen ontslag heeft genomen bij het Nederlands Balletorkest. Van Driesten assisteerde in Rotterdam Edo de Waart, die daar chef-dirigent was van 1973 tot 1979. Daarna verdween die functie om inmiddels niet meer geheel duidelijke redenen. Daarmee kwam in Rotterdam ook een eind aan de mogelijkheid voor jonge, aankomende dirigenten om zich te bekwamen in het werken met een orkest.

Valery Gergjev, ook artistiek leider en chef-dirigent van de St. Petersburgse Kirov Opera, is zó druk bezet dat hij in Rotterdam niet zonder een assistent kan, zeker niet tijdens het Rotterdam Festival, dat hij in september volgend jaar organiseert. Maar volgens Kees Hillen, artistiek directeur van het Rotterdams Philharmonisch Orkest, is de herinvoering van de assistent-dirigent ook nodig om de Nederlandse dirigentenopleidingen perspectief te verschaffen. Hoewel het volgens de Europese regelgeving misschien niet eens mag, wil hij in Rotterdam toch in ieder geval een landgenoot aanstellen.

Een assistent doet het voorbereidende werk voor een dirigent, die het vaak zó druk heeft met concerten met het eigen orkest en met gastdirigentschappen, dat hij niet alle repetities kan leiden. De assistent functioneert zoals een kappersleerling, als 'inzeper': bij technisch moeilijk repertoire doet hij de groepsrepetities van strijkers of blazers, hij werkt aan gelijkheid en kwaliteit van het samenspel. Als de èchte dirigent komt, zit hij in de zaal om de balans te beoordelen en de dirigent te attenderen op kleine problemen. En als de muziek het vereist, zoals in sommige Mahler-symfonieën, kan de assistent tijdens concerten buiten de zaal het 'Fernorchester' dirigeren.

Ook bij de meeste andere orkesten in ons land is het vroeger zo frequent voorkomende instituut van assistent-dirigent verdwenen. Bij het Concertgebouworkest leerden ten tijde van Haitink de toen nog jonge Edo de Waart, Hans Vonk en Ed Spanjaard het dirigentenvak in de praktijk. Maar in de laatste tien jaar deed Haitink het in Amsterdam zonder assistent. De druk op het orkest als bedrijf werd steeds groter, er was steeds minder tijd voor de luxe van groepsrepetities. En daarmee verdween bij het beste orkest van het land de mogelijkheid voor een nieuwe lichting De Waarts, Vonken en Spanjaarden om praktijkervaring op te doen en dirigeertalent te bewijzen.

Ook aan de onderkant van de orkesthiërarchie zijn de mogelijkheden voor de aankomende dirigent om zich te bekwamen drastisch verminderd. Een directieles op het conservatorium bestaat meestal uit het dirigeren van twee pianisten, die een piano-uittreksel van een muziekstuk spelen. Het gaat dan vooral om het leren van slagtechniek, het maken van moeilijke overgangen, het aangeven van tempo en dynamiek. Maar dirigeren is het werken met een heel orkest, het scheppen van klank, het aanbrengen van balans tussen de instrumentengroepen, het aangeven van inzetten, het instuderen van een persoonlijke interpretatie.

Beroemde dirigenten

Tot voor kort stond het conservatoriumorkest daarvoor ruimschoots ter beschikking. Maar de muzikale ambities daarvan zijn - vooral bij het Haagse Koninklijk Conservatorium - inmiddels flink gestegen. Dat conservatoriumorkest treedt regelmatig op in het openbaar en wordt dan geleid door dirigenten als Frans Brüggen, Edo de Waart en Reinbert de Leeuw.

De aanwezigheid van beroemde dirigenten is goed voor de jonge instrumentalisten, maar het vermindert sterk het aantal praktijklessen voor de leerlingen van de directieklas van Ed Spanjaard en Jac van Steen. En dan werken in Den Haag nog om de paar jaar belangrijke componisten met de conservatoriumleerlingen: Karlheinz Stockhausen, Olivier Messiaen, Mauricio Kagel en - begin volgend jaar - Györgi Ligeti. Ook bij het Nationaal Jeugdorkest, waarin de beste conservatoriumleerlingen uit het hele land spelen, dirigeren voortaan alleen nog de bekende, ervaren dirigenten: naast een aantal buitenlanders alweer Ed Spanjaard, Hans Vonk, Edo de Waart en Reinbert de Leeuw. Vroeger kon de jonge Jac van Steen daar optreden, maar waar kan een aankomende dirigent nu nog ervaring opdoen? Het internationale Kirill Kondrasjinconcours voor jonge dirigenten dat het Radio Filharmonisch Orkest in Hilversum en Amsterdam organiseert, is bedoeld voor min of meer ervaren dirigenten.

Inmiddels lijkt een hele generatie veelbelovende Nederlandse dirigenten te ontbreken en vrijwel alle chef-dirigenten van de Nederlandse orkesten komen uit het buitenland. Slechts één jonge Nederlandse dirigent maakt nu echt furore: de 25-jarige Lawrence Renes. Op klassieke wijze verwierf hij eerder dit jaar grote publieke bekendheid, toen hij op overtuigende wijze de zieke Riccardo Chailly verving bij het Koninklijk Concertgebouworkest. Maar dat optreden was geen incident. Kort tevoren dirigeerde Renes al het Nederlands Philharmonisch Orkest, waar hij onlangs opnieuw voor stond. En Renes leidde aan het begin van dit seizoen bij de Nationale Reisopera een serie voorstellingen van Mozarts Le nozze di Figaro.

Het succes van Renes is geen toeval. Hij bekwaamde zich na zijn dirigentenopleiding bij Ed Spanjaard en Jac van Steen aan het Haagse Koninklijk Conservatorium als assistent van Edo de Waart bij het Radio Filharmonisch Orkest. Zo is De Waart, artistiek leider van de omroeporkesten, via de door hem in ere gehouden functie van het assistent-dirigentschap rechtstreeks verantwoordelijk voor het herstel van de continuïteit in de opleiding van Nederlandse dirigenten. Bij het Radio Symfonie Orkest assisteert nu Micha Hamel.

Voor het aanstellen van een assistent is tegenover een orkest moed en enthousiasme nodig: een assistent-dirigent is een soort stagiair, een veelbelovende leerling, maar nog lang geen volmaakte dirigent in technisch en artistiek opzicht. Een orkest van honderd zeer ervaren musici moet het belang van het opdoen van ervaring inzien en niet vallen over het eerste foutje van de assistent.

Het grootste probleem van de aspirant-dirigent is het ontbreken van autoriteit: die kan hij zich alleen in de praktijk verwerven. De jonge assistent heeft het zwaar. Een orkest is een duur, kritisch en snel humeurig gezelschap. Minder belangrijke optredens in de provincie, luchtige promenadeconcerten of schoolconcerten bestaan niet of nauwelijks meer. Elk concert moet tegenwoordig een artistieke topprestatie zijn.

Er moet bij de orkesten efficiënt worden gewerkt en in een goede stemming. Een assistent-dirigent moet voortdurend onmiskenbaar zijn nut bewijzen. De eerste kennismaking met het orkest is al van cruciaal belang. Renes herinnert zich dan ook niets zo goed als zijn introductie bij het Radio Filharmonisch Orkest. De Waart zei: “Dit is Lawrence Renes en ik vind hem hardstikke goed.”

Ook de Engelse dirigent Simon Rattle, die met zijn langjarige trouw aan het symfonieorkest van Birmingham het muziekleven in die stad op internationaal niveau bracht, is een voorbeeld. Als beroemde dirigenten als Michael Gielen of Pierre Boulez in Birmingham optreden, werken zij ook op het conservatorium. In Den Haag wordt overwogen de directieleerlingen naar het conservatorium van Birmingham te sturen. In Rotterdam bestaat al een ruime samenwerking tussen het orkest en het conservatorium. Er zijn zelfs plannen om het Rotterdamse conservatorium onder te brengen in de uitbreiding van de concertzaal De Doelen.