Handel knalvuurwerk zucht onder strenge regels; Inspectie neemt dit jaar recordaantal van 277.000 kilo in beslag

Grote hoeveelheden Chinees knalvuurwerk moeten uit de handel worden genomen omdat het kruit een verkeerde samenstelling heeft. Een strop van circa vijf miljoen gulden dreigt voor de importeurs.

LEIDEN, 29 DEC. De problemen voor de importeurs van vuurwerk begonnen half november. In de Rotterdamse haven stuit de Inspectie Gezondheidsbescherming, voorheen de Keuringsdienst van Waren, bij een controle van een grote partij Chinees knalvuurwerk op het verboden mengsel van zwavel en kaliumchloraat in het zwarte buskruit. Het mengsel is goedkoper te produceren en geeft bij het afsteken een hardere knal, maar is volgens het ministerie van volksgezondheid zelfexploderend en daarom verboden.

Inspecteur B. Hendriks: “Na een aantal steekproeven van partijen Chinees knalvuurwerk bleek de aanwezigheid van de verboden kruitsamenstelling zo structureel, dat we de importeurs het dringende advies hebben gegeven het vuurwerk uit de handel te halen.”

Na de oproep van de Inspectie slaat de paniek toe bij een aantal importeurs. Grote firma's als Broekhoff in Dronten en Breeschoten in Veenendaal dreigen vele honderdduizenden guldens mis te lopen, als ze hun handel knalvuurwerk terug moeten halen. Breeschoten besluit tot die stap.

“De totale schade voor importeurs van vuurwerk bedraagt nu tussen de drie tot vijf miljoen gulden”, zegt H. Kapel van de Federatie Vuurwerk Nederland, de overkoepelende organisatie van vuurwerkhandelaren. Hij schat dat een kwart tot de helft van al het knalvuurwerk in Nederland de verboden samenstelling heeft en terug moet worden genomen. Vorig jaar werd er voor 44 miljoen gulden aan (legaal) vuurwerk verkocht. Het merendeel, zo'n 85 procent, was siervuurwerk. De rest knalvuurwerk. Kapel: “Veel handelaren zijn niet goed bij de les geweest, een aantal komt nu in financiële problemen.”

H. Kanis is eigenaar van twee van de zeven grote vuurwerkfirma's in Nederland: het Tilburgse Beko en Kat Vuurwerk in Leiden, het oudste vuurwerkbedrijf in Nederland dat hij drie maanden geleden opkocht. De familie Kat verkocht in 1914 al vuurwerk. De lange historie van het bedrijf blijkt uit de tientallen kleine voorraadbunkers met houten deuren en roestige oude sloten. Duizenden kilo's vuurwerk liggen in de depots opgeslagen. Ook het nu verboden 'artikel 1248' van Kat, de ratelslang met 720 schoten.

Kanis schat dat hij “maximaal een ton” zal verliezen door afgekeurd vuurwerk. Dit relatief kleine verlies dankt hij aan het feit dat zijn kanonslagen zijn goedgekeurd. Hij denkt het verlies op de Chinese producenten te kunnen verhalen. Een toezegging is er al. Een van de machtigste Chinese vuurwerkmanagers heeft beloofd het afgekeurde vuurwerk terug te nemen en te vergoeden.

De zeven grote vuurwerkhandelaren besloten na de controles van de Inspectie Gezondheidszorg, begin december hun knalvuurwerk door TNO te laten testen. Volgens TNO schuilt er geen enkel gevaar in de zeer kleine hoeveelheid zwavel en chloraat in het buskruit van het knalvuurwerk, “omdat het vuurwerk omgeven is door papier en karton”.

Inspecteur Hendriks: “Het gaat ons niet om het gevaar als zodanig. In het Vuurwerkbesluit staat dat chloraat niet in knalvuurwerk aanwezig mag zijn. Regels zijn regels, einde verhaal.” Hij verwacht niet dat de klanten nu massaal knalvuurwerk uit de buurlanden gaan halen. “Mensen gaan echt niet voor een paar rotjes naar België. En de politie controleert intensief bij de grensovergangen.”

Kanis is een heel andere mening toegedaan. “Het zal juist erg druk worden aan de grens. De Belgische handelaren lachen zich rot. Die gaan gouden dagen tegemoet.” Meer dan de helft van het vuurwerk dat in België wordt afgezet, verdwijnt in Nederlandse handen, weet de importeur. “Een Belgische collega zette vorig jaar in de laatste dagen van oud en nieuw tweehonderdduizend gulden per dag om door de massale verkoop aan Nederlandse klanten.” Het is de hoogste tijd voor eenduidige Europese regels, vindt Kanis. “De situatie is enorm scheef, de Nederlandse eisen voor vuurwerk zijn niet meer reëel.”

De importeur wordt in zijn kritiek gesteund door de Federatie Vuurwerk Nederland. “De regels in Nederland zijn verreweg het strengst in Europa”, zegt Kapel. “Daardoor wordt hier een illegale markt gecreëerd. In Oostenrijk is de verkoop van strijkers heel normaal. En in België mag praktisch alles verkocht worden.”

Staatssecretaris Terpstra (volksgezondheid) stelde vorige week in de Tweede Kamer dat zij niet verwacht dat een Europese richtlijn uitkomst kan bieden voor de ongelijkheid. Lidstaten houden waarschijnlijk het recht zelf te bepalen welk vuurwerk verkocht mag worden in hun land. De richtlijn is vooral bedoeld om de eisen waaraan vuurwerk moet voldoen gelijk te trekken.

In totaal is 277.000 kilo knalvuurwerk onderschept bij de groothandel en importeurs. Andere jaren lag dat tussen de twintig en dertig ton vuurwerk. Intussen is de onduidelijkheid bij winkeliers die vuurwerk verkopen groot. Kanis heeft bijna dagelijks zeer gespannen detaillisten aan de telefoon gehad die erg opzagen tegen de drie verkoopdagen. “Ze weten niet meer wat wél en wat niét mag worden verkocht. Die onzekerheid gaat knagen.” De importeur heeft een brief naar zijn afnemers gestuurd waarin staat welk type knalvuurwerk niet verkocht mag worden. Hij voorspelt 'heksenjachtachtige toestanden' in de winkels. Uit een recente handleiding van het ministerie aan de politie en milieu-ambtenaren lijkt die vrees gegrond. De brief meldt dat 'het afwijkende knalvuurwerk niet als zodanig is te herkennen'. Bij twijfel moet de inspectie worden gebeld. Kanis: “Winkeliers zullen dit jaar nog meer gepest worden door politieagentjes die het knalvuurwerk vorderen.”