Fabio

Uit de sportoverzichten stijgt een bacchanaal van welgedaanheid op, een wellust van intense tevredenheid. Nederland lijkt in deze laatste dagen van het jaar wel een zondagskerk. De verlosser is onder ons. Louis van Gaal als het geheime wapen van God? Ik durf er een vrouw om te verwedden dat er nu op de Veluwe vrome zielen rondlopen die denken dat het ijs ook van hem is gekomen. Louis for ever, de moloch van de nieuwe eeuwigheid, van weer en wind.

De Ajax-hysterie, inclusief de galm wij-gaan-naar-Engeland, heeft de hosseleconomie weer een behoorlijke injectie gegeven, maar heeft ze ook de harten verwarmd? Is Ajax wel een woord van liefde? Of is het een Victoriaanse leugen: succes met een façade van knusheid versus de wereld die buiten de Meer woest en ledig is? Ajax als de quarantaine van een warm nest waar Srebrenica nooit heeft bestaan, het zou kunnen. Iedereen wil vergeten.

Jawel, het snelle combinatievoetbal van de wonderboys was soms van een fabelachtige schoonheid. En mogen zien hoe de 22-jarige Marc Overmars zich na een doelpunt een voorhoofd vol rimpels lacht blijft een onuitspreekbaar genoegen. Vooral de evidentie van het minderjarige succes is zo imponerend. Toch is 1995 voor mij niet het jaar van Ajax. Het is het jaar van Fabio Casartelli.

18 juli. De eerste Pyreneeënrit zou het absolute hoogtepunt van de Tour worden. Zes cols. In een van de laatste bochten van de Portet d'Aspet smakt de jonge Italiaanse prof Fabio Casartelli tegen de grond. Dood. Een paar uur later staat Richard Virenque juichend op het podium in Cauterets. De winnaar van de zware bergetappe wordt gehuldigd volgens het ceremonieboekje van de Tour: kussende coca cola-meisjes, sponsors en lokale politici die elkaar verdringen om Virenque een handje te geven, een podium dat trilt van ijdelheid en van de houseklanken. 's Avonds wordt de uitslagenlijst van de 15de etappe rondgedeeld. Achter Casartellis naam staat: abondon.

De volgende dag nemen de renners wraak voor zoveel wansmaak. De etappe wordt zwijgend, in wandeltempo afgelegd. Achter de zonnebrillen wordt gehuild. Schimmen trekken als vertraagde scherven over de Aubisque. Niemand wil winnen. De Motorola-ploegmaats van Casartelli overschrijden samen de finish, op gepaste afstand gevolgd door het rouwende peloton. Die avond blijft het podium leeg.

Het knarsen van zoveel verdriet in die rennerskoppen leverde de indrukwekkendste wielerbeelden op van de laatste jaren. Dit lijden kreeg gaandeweg het karakter van een opstand. Het hele hightech-masker van de Tour brak middendoor. Directeur Leblanc en zijn gevolg werden door wenende knechten uit hun marketingorgie gerukt. Het rijk van deze oligarchen kan nooit meer zijn wat het is geweest. De Tour eindigde op de dag dat Fabio Casartelli is gestorven. En sinds die dag kan niemand meer zeggen dat Miguel Indurain een robot is. Robotten janken niet.

Wie ook veel geweend heeft is Monica Seles. En gegiecheld. De angst van velen dat Monica Seles voor de tennissport verloren was gegaan, na die messteek, werd ruim twee jaar door de media opgeklopt met wilde verhalen over paranoia, depressies en nachtmerries. Het vrouwentennis zonder Monica Seles is als een travestieshow in rolstoelen: de magie is geknakt. Nog tien jaar moeten kijken naar het potige benenspel van Steffi Graf en Aranxta Sanchez is ook niet bevorderlijk voor de verbeelding. Dan liever het darts-café in, tussen duizend jaar gevang.

Het vrouwentennis kan Monica Seles niet missen. De explosieve kracht en precisie van het Servische hummeltje is zo'n mysterie van hoop dat je zelfs een toekomst ziet gloren voor wie met een open ruggetje is geboren. En dan dat gekreun en gegiechel, het stampen met de korte beentjes bij een dubbele fout, die superieure grijns na een magistrale volley - zonder zachte vernieling van de ander en een beetje van jezelf is er geen sport. Met Graf staat een machine aan het net, met Seles een illusie. Door haar onverhoopte come-back is 1995 ook een beetje haar jaar geworden. En daar mogen we blij om zijn.

Een jaar van dood en verrijzenis, ik neem er graag afscheid van. En wacht nu liefdevol op de promotie van Emmen.