Elke Groschen was voor Schiele; Kunstcollectie van Rudolf Leopold voor het eerst tentoongesteld

Egon Schiele beeldde het leven af als een dodelijke ziekte. Rudolf Leopold werd al in 1950, toen nog niemand de betekenis ervan inzag, zo gefascineerd door Schiele's werk dat hij het begon te verzamelen. Leopolds collectie, die ook werk bevat van Klimt, Kokoschka en anderen bevat, is de grootste privé-kunstverzameling van Oostenrijk. Voor het eerst wordt een deel ervan tentoongesteld.

Egon Schiele, Sammlung Leopold Wien. Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen Düsseldorf, van 21 december 1995 tot 10 maart 1996. Daarna in de Hamburger Kunsthalle van 22 maart 1995 tot 16 juni 1996. De catalogus : Egon Schiele, Die Sammlung Leopold, tekst van Rudolf Leonhard, is verschenen bij Verlag DuMont, prijs: DM 39,-.

'Wissen Sie was Sie sind ? Ein Untier!' Onverschrokken kijkt de 88-jarige schilderes de oudere heer aan tot wie ze haar woorden heeft gericht. Het is voorjaar 1994. Naar aanleiding van een eenmanstentoonstelling van de in 1906 in Wenen geboren Beckmann-leerlinge en vriendin van Elias Canetti Marie-Louise von Motesiczky heeft de directie van het Belvederemuseum een officiële lunch georganiseerd. Als ongenode gast is ook de bekendste particuliere kunstverzamelaar van Oostenrijk verschenen: de oogarts Rudolf Leopold. Motesiczky is er niet van onder de indruk. Zij wisselt geen woord met Leopold, luistert alleen af en toe naar zijn monomane conversatie. Haar oordeel: 'ein Untier'.

Daarmee sloeg de oude schilderes, die bij de intocht van de nazi's in Wenen met haar moeder via Nederland naar Engeland vluchtte en sindsdien in Londen woont, de spijker op de kop. Niemand is nog op het idee gekomen Rudolf Leopold een aangenaam mens te noemen. Maar deze egomane, drammerige, gelijkhebberige, vaak hinderlijke en ruziezoekerige man, nu 70 jaar, heeft wel iets ongelooflijks tot stand gebracht. Hij heeft een collectie van schilderijen, aquarellen, tekeningen, gouaches, kunstvoorwerpen en een aantal beelhouwwerken verzameld, die alleen te vergelijken is met de verzamelingen van grote Oostenrijkse musea als de Albertina of de Österreichische Galerie in het Belvederepaleis. 5211 werken omvat deze collectie (ruim 2000 meer dan Leopold zelf schatte), door twee museumdirecteuren en een expert van Sotheby's getaxeerd op een waarde van tussen de één en 1,3 miljard gulden. Zij is nu ondergebracht in een Leopold-Stiftung, die geleid wordt door een bestuur, paritair door de familie Leopold en de staat samengesteld. De overheid betaalt Dr. Leopold in termijnen die zich over twaalf jaar uitstrekken in totaal 350 miljoen gulden voor zijn generositeit.

Leopold begon na de oorlog als medisch student kunst te verzamelen. Daarbij werd hij financieel niet in de rug gesteund door een chocoladeberg, een bierplas, een staalfortuin of een andersoortig familievermogen. Hij groeide op in het wijndorp Grinzing, dat nu deel uitmaakt van Wenen, in een redelijk welgesteld ambtenarengezin, waar de muren gedecoreerd waren met stemmig plaatwerk of romantische negentiende-eeuwse doeken. Op de student Rudolf maakten ze weinig indruk. Hij ontdekte de kunst in het Kunsthistorisches Museum, maar raakte pas echt fanatiek nadat hij in 1950 als 25-jarige min of meer bij toeval antiquarisch de twee jaar tevoren door de kunsthandelaar Otto Kallir-Nirenstein gepubliceerde catalogus van het werk van Egon Schiele aanschafte. Hoewel de reprodukties in de catalogus zwart-wit waren, herkende Leopold met zijn verbluffende neus voor picturale kwaliteit het genie dat uit het werk van Schiele sprak.

Bejaarde verzamelaars

Niet bekend

Elke Groschen stopte Leopold in kunst. Toen hij van zijn moeder 5000 gulden kreeg als beloning voor zijn vroege doctoraal met de bedoeling dat hij daarmee een Volkswagen zou kopen, reisde Leopold meteen naar Londen en kocht voor die prijs een van Schieles belangrijkste doeken: Eremiten, twee donkere mannenfiguren die de trekken van Gustav Klimt en Schiele zelf hebben. Als jonge arts ging hij links en rechts collega's vervangen om extra geld te verdienen voor zijn 'hobby'. Dat het meer was dan dat liet hij overigens blijken in publikaties over Schiele. Zijn Egon Schiele, Gemälde, Aquarelle, Zeichnungen, (Salzburg 1972) is de neerslag van een zowel sensitieve als wetenschappelijke benadering van het totale oeuvre van Schiele. Maar Leopold zou geen 'Untier' zijn als hij in dit boek en tijdschriftpublikaties niet meteen de gelegenheid had aangegrepen om met andere Schiele-kenners de vloer aan te vegen.Tot op de dag van vandaag is Leopold zijn gelijkhebberige, drammerige zelf. Van verschil van mening houdt hij niet. Voor zijn collectie en voor werken die hij begeert doet hij alles en is het, zoals een insider heeft gezegd 'niet goed kersen met hem eten'.

Schiele, van wie Leopold ten slotte meer dan 150 werken zou verzamelen, bleef intussen niet zijn enige liefde. Hij kocht Klimts, vroege Kokoschka's en maar liefst zestien van de eigenlijk pas kort geleden herontdekte doeken van Richard Gerstl, de schitterende, sterke expressionist die in 1908 zelfmoord pleegde na een catastrofale liefdesgeschiedenis met Mathilde Schönberg-von Zemlinski, de vrouw van Arnold, de componist. Zowel Gerstl als Schiele hoorden tot de schilders die decennia lang in Oostenrijk als vulgair, pornografisch, brutaal en navrant werden gezien. Bij sommige aankopen op veilingen werd Leopold soms door alle aanwezigen uitgelachen omdat hij geld wilde uitgeven aan een doek als Schieles Sitzender männlicher Akt, een zelfportret met afgeknotte ledematen, grote roze tepels en prominente testikels. Het veilinghuis, het Dorotheum, toonde het doek bij de verkoping niet omdat het te smerig werd gevonden.

Nu, met meer dan 5000 items, geeft de collectie-Leopold een overzicht van Oostenrijkse kunst vanaf negentiende eeuwse schilders als Gauermann, Waldmüller en Romako, via Carl Moll, Klimt, Schiele, Gerstl, Hermann Boeckl, Gütersloh tot Maria Lassnig en abstracten als Oswald Oberhuber en Josef Mikl. In de marge vindt men werk van buitenlanders: Courbet, Munch, Beckmann en Käthe Kollwitz. Men zou denken dat zo'n unieke collectie, waarvan de gemiddelde kwaliteit de taxateurs (o.a. Gerbert Frodl, directeur van het Belvederemuseum) dagelijks verblufte, op zeer korte termijn aan het publiek wordt getoond. Maar dat is niet zo. Al sinds 1990 hakketakt men in Wenen over de inrichting van een museum voor moderne kunst, waarvan het Leopold-Museum een onderdeel zal zijn.

Weliswaar bekroonde men al vijf jaar geleden een ontwerp van de architect Laurids Ortner tot verbouwing en aanpassing van de keizerlijke stallen met wintermanege, maar met de uitvoering moet nog begonnen worden. Men praat nu over bouwbegin in 1997, oplevering in het jaar 2000. Dan zal het ten dele nieuwe, ten dele uit gerestaureerde achttiende eeuwse gebouwen bestaande complex een groot theater, een expositiehal (het minipompidolium dat nu op de Karlsplatz staat verdwijnt dan), een museum voor moderne kunst (nu gebrekkig ondergebracht in een Lichtensteinpaleis en een shabby gebouw aan de buitenkant van de stad), een kindermuseum, het tabaksmuseum en een Wotrubamuseum omvatten. Het geheel gaat 250 miljoen gulden kosten. Maar de afgelopen jaren hebben de voorbereidingen en afkoopsommen al 80 miljoen verslonden, dus hoe eerder men nu de laatste knopen doorhakt hoe beter. De Oostenrijkse Rekenkamer heeft al bitter opgemerkt dat het toch eigenlijk onacceptabel is dat de overheid voor de collectie-Leopold miljarden (2,2 in Schillingen) neertelt, maar het publiek nog jarenlang het genot van al deze schoonheid onthoudt.

Naakte meisjes

Een deel ervan wordt nu gelukkig toch geëxposeerd. Deze herfst waren in de Kunsthalle in Tübingen bij Stuttgart, die sinds 1971 onder leiding van directeur Adriani een rol op nationaal niveau speelt, 152 tekeningen, aquarellen en olieverfschilderijen van Schiele uit de collectie-Leopold te zien. Vanaf 21 december worden zij in de Kunstsammlung Nordrhein-Westfalen in Düsseldorf getoond, daarna in de Hamburger Kunsthalle. Een schitterende catalogus, waarin na een korte inleiding Rudolf Leopold werk voor werk met een schildersoog van commentaar voorziet dat bijna nooit in zwaarwichtig getheoretiseer ontaardt, maar steeds concreet het kleurgebruik, het lijnenspel, de contrasten en verwijzingen in de opbouw van landschappen, portretten, liefdesparen en gedeeltelijk naakte meisjes en vrouwen tot onderwerp heeft, begeleidt de exposities.

'Kunst kan niet modern zijn, kunst is oereeuwig', schreef Schiele eens en zijn werk, hoe verwant met het expressionisme ook, past dan ook niet in enige school die de kunst een stap verder wil brengen. Schieles werken, zowel de indrukwekkende groep grote gespannen, meestal in donkere kleuren gehouden doeken, alsook de onovertroffen serie aquarellen, gouaches en tekeningen die op deze tentoonstelling getoond worden, zijn uitingen van een geboren buitenstaander. Dat betekent niet dat de grote thema's van zijn tijd aan hem voorbij zijn gegaan. Het leven als eine Krankheit zum Tode, Leopold wijst er met recht op, vond in Schiele zijn picturale profeet. Zijn bezeten fixatie op eros en seksualiteit, waardoor in een groot deel van zijn werk vaak fel gekleurde vagina's de centrale plaats in zijn composities kregen, getuigde dan ook niet van een onbezwaarde sensualiteit en levenslust.

Schieles liefdesparen, zijn non en pater net zo goed als de werken waarin hij zichzelf met model Wally of zijn latere vrouw Edith schildert, zijn lijdende 'lovers', zij verzinken nooit in elkaar maar kijken eerder wanhopig, uitzichtsloos, de dood in hun ogen, naar degene die hen ziet. En de uitdagende meisjes met hun opgeslagen rokken en opengesperde geslachtsdelen nodigen nooit uit tot lichtzinnig genot à la Schnitzler, maar verbeelden ook niet de demon vrouw, waarover Otto Weininger schreef. Bij Schiele is eros onontkoombaar en tragisch, de dood altijd present, elk landschap, elke muur bezield door vergankelijke menselijkheid.

De 152 werken van de Leopold-collectie laten in grotere omvang dan tot nu toe ooit gebeurd is zien welk een groot kunstenaar Egon Schiele was. Hoe gruwelijk en verontrustend en deprimerend zijn werken vaak ook zijn, de waarheid van dit oeuvre maakt een bezoek aan de tentoonstelling tot een intense schoonheidservaring.