Een Spanjaard denkt niet; Hector Bianciotti beschrijft de twijfel tussen twee culturen

Hector Bianciotti: Le pas si lent de l'amour. Uitg. Grasset, 332 blz. Prijs ƒ 48,80

Les pas si lent de l'amour van Hector Bianciotti (65) werd voor verschillende literaire prijzen genomineerd en toch, ten onrechte, geen enkele maal bekroond. Het boek is het tweede deel van een autobiografie die begon met Ce que la nuit raconte au jour uit 1992. De auteur spreekt zelf liever van een auto-fiction dan van een auto-biografie omdat een romanschrijver per definitie heeft geleerd de werkelijkheid naar zijn hand te zetten. Hij zal nooit simpelweg een herinnering uit het verleden weergeven zonder een aantal kunstgrepen toe te passen die nu eenmaal bij zijn beroep horen.

De verteller uit Le pas si lent de l'amour bekent dat hij vaak heeft overwogen om een dagboek bij te houden of aantekeningen te maken. Hij heeft ervan afgezien omdat hij er niet van houdt 'midden in de voorstelling binnen te komen'. Als acteur en dramaturg is hij zeer gevoelig voor een juiste mise-en-scène en dan zou hij moeite hebben gehad die zin van het stuk te begrijpen en de gebeurtenissen te plaatsen. Wat de ik-persoon niet meer weet, wordt moeiteloos ingevuld door zijn verbeeldingskracht. 'Ons geheugen is verdeeld over vergetelheid en verbeelding... Ik heb de fantasie altijd verkozen boven de waarheid... en zo verzamelen de herinneringen zich volgens onontcijferbare wetmatigheden in kleine groepjes'.

Het leuke van Le pas si lent de l'amour is dat we de auteur regelmatig met die onontwarbare wetten zien worstelen. De chronologie van zijn verhaal dreigt verloren te gaan of zijn verbeelding gaat aan de haal met de feiten zoals die in zijn geheugen zijn vastgelegd. De verteller moet zichzelf dan tot de orde roepen.

Ondanks deze vrij incoherente benadering van het verleden kost het de lezer geen moeite de draad van het verhaal te volgen. Het boek begint op 18 maart 1955 en eindigt op 18 februari 1969. Op die eerste datum, de dag waarop de ik-persoon vijfentwintig jaar wordt, vertrekt hij per schip uit zijn geboorteland Argentinië om zijn geluk te beproeven in Italië, waar zijn voorouders vandaan komen. Op de laatste datum neemt hij de beslissing voortaan onafhankelijk te zijn en zijn leven aan het schrijven te wijden.

Le pas si lent de l'amour beschrijft de tussenliggende veertien jaar uit het leven van de verteller. Het zijn tropenjaren, waarin honger, kou en eenzaamheid alledaagse ervaringen zijn. Na enige tijd in Napels en Rome te hebben gewoond, vertrekt hij naar Spanje. Uiteindelijk wordt hij toegelaten tot het land van zijn dromen, Frankrijk.

Hoewel hij overal verwoede pogingen doet als acteur of dramaturg aan de slag te komen, slaagt hij daar niet in. Hierdoor wordt hij gedwongen zijn hand op te houden bij een bonte parade van excentriekelingen die allemaal zo hun eigen tegenprestatie verlangen. De zwerver Orazio neemt hem mee naar een vreemde professor die in zijn huis jongelingen vorstelijk onthaalt en in ruil daarvoor verwacht dat ze naar zijn voordracht over Sint Filippo Neri luisteren. De Argentijnse schilder Le Greco redt de verteller uit de goot door hem zijn liefde en later zijn vriendschap aan te bieden. 'Er zijn twee soorten mensen: degenen die in hun jeugd geknuffeld zijn en zij die dat niet zijn. Le Greco - en dat hadden we gemeen - behoorde tot de tweede soort.'

In Spanje neemt de kleurrijke Ana de Pombo de Oliveira hem onder haar moederlijke hoede en voor haar fungeert hij als klankbord en vasthoudend bewonderaar. In de jaren die hij in haar huishouding doorbrengt wordt hij in zijn Argentijnse vooroordelen over het Spaanse 'moederland' bevestigd. Zijn uitspraken over de Spaanse volksaard zijn vernietigend. 'De Spanjaard gelooft dat hij uniek is en de norm voor alles. Hij denkt niet.... Gedurende vele eeuwen heeft men voor hem gedacht, en hij beperkt zich tot een nauwgezette herhaling hiervan. Alleen het idee al een mening te moeten ventileren maakt hem van streek.'

Dit is één van de weinige rigoreuze uitspraken die de verteller doet. In het algemeen zijn zijn bespiegelingen over het leven wat milder van aard, maar toch zo pertinent dat je er niet overheen kunt lezen, zoals bijvoorbeeld: 'Het is gemakkelijker verlaten te worden dan zelf iemand te verlaten'. Of de openingszin van het boek: 'Het is goed om de toekomst niet te kennen: voorkennis is erger dan onwetendheid. Verder moet je leren vallen om overeind te blijven.'

Feit is dat het pad van de verteller niet over rozen is gegaan. Verschillende malen overwoog hij er definitief een einde aan te maken. Wat hem redde was de taal, niet de gesproken taal van het toneel, maar de geschreven taal van de roman. Zoals aan het eind van Le pas si lent de l'amour duidelijk wordt, schreef Bianciotti eerst leesrapporten voor uitgeverijen en later literaire kronieken in tijdschriften. Hij publiceerde zes boeken in het Spaans voordat hij direct in het Frans ging schrijven. Zijn kijk op de wereld werd door deze keuze ingrijpend veranderd. De verteller legt bijvoorbeeld uit dat het woord 'oiseau' voor vogel bij hem een heel ander soort vogel oproept dan het Spaanse 'pajaro'. Het Franse beestje is een lief, zacht nestvogeltje terwijl zijn gevederde Spaanse collega als een speer de lucht doorklieft.

De twee delen van zijn 'auto-fictie' zijn in het Frans geschreven. In Les pas si lent de l'amour bekent de verteller dat hij eigenlijk helemaal niet zo ongelukkig is met de vele hindernissen die hij in zijn leven moest nemen. Want 'als je een beetje schrijftalent hebt, zijn al je tegenslagen, al je ongeluk beter te verdragen. Je weet immers dat je het gaat gebruiken. Je leeft je leven om erover te kunnen schrijven.'