Een kwartiertje Kluitmannen; Gesprek met Gerard van Straaten, tekenaar van de Kameleon

De kinderboekenserie de Kameleon werd jarenlang geïllustreerd door Gerard van Straaten. De sfeer van frisse wind, goed humeur en vriendschap die uit de teksten van de Kameleon spreekt voelde hij perfect aan. Van Straatens omslagen voor de serie kunnen tot de Pop Art gerekend worden.

Een aantal door Gerard van Straaten geïllustreerde delen van de Kameleon (uitg. Kluitman) is in de boekhandel nog verkrijgbaar.

“Met het eerste geld dat ik na de oorlog verdiende met tekenwerk deed ik drie dingen: ik nam paardrijles, dansles en zeilles,” vertelt tekenaar Gerard van Straaten (71). Dat was in 1946. Hij was 22 en woonde nog bij zijn ouders in Arnhem, met vier van zijn vijf broers, onder wie de andere bekende tekenaar uit de familie, Peter.

Van Straaten had van zijn vader, een architect, opdrachten voor wandschilderingen gekregen, in nieuwe gebouwen en in diens stamcafé. “Daar kwamen zowel Duitsers als mensen van het verzet. Als herinnering daaraan moest ik een schildering maken. Met de Duitse soldaten erop, die daar altijd een diep bord bestelden vol advocaat, en dat dan smakelijk oplepelden. En portretten van de geallieerde kopstukken, met zo'n kreet van Churchill erbij, zoiets als Give us the tools, and we'll finish the job.”

Tijdens de slag om Arnhem en de hongerwinter was het gezin Van Straaten geëvacueerd geweest, aanvankelijk bij familie in Velp, daarna in een afgelegen hotel, Zilven in de bossen bij Loenen.

“Leren kon ik niet, alleen tekenen,” vertelt Van Straaten. Hij verliet daarom in 1942 de HBS en ging naar de middelbare school voor kunst en kunstnijverheid in Arnhem. In de hongerwinter wendde hij zijn tekentalent aan om wat extra voedsel te veroveren. In de omgeving van Loenen aquarelleerde hij boerderijen en bood het kunstwerk dan aan de boer aan in ruil voor aardappelen, roggebrood of groente. Eerste levensbehoeften, zoals vlak na de oorlog paardrijles, dansles en zeilles eerste levensbehoeften waren voor een jongeman die de wijde wereld in wilde. “Ik had dat allemaal gemist door de oorlog en wilde dat inhalen. Ik hield van de natuur, dus daarom wilde ik paardrijden. Dansles natuurlijk voor de meisjes. En zeilles. Ik had met vriendjes voor de oorlog bij Giethoorn veel in punters gezeild. Nu wilde ik het echt leren.”

Met een kano voer hij in een week, af en toe een sleepje vragend bij een binnenschipper, van Arnhem naar Sneek. Daar, in de Eerste Friese Zeilschool, kreeg hij zijn eerste echte zeillessen.

Als hij dat vertelt valt alles op zijn plaats.

Zijn jongere broer Peter van Straaten mag bekend zijn bij bijna iedere lezende Nederlandse volwassene, vrijwel ieder lezend Nederlands kind kent tekeningen van Gerard van Straaten. Tussen 1950 en 1990 illustreerde hij honderden kinderboeken. Hij ondertekende z'n tekeningen met een zwierig Gérard. Pas de laatste jaren, voor hij in 1990 met pensioen ging, zette hij er in blokletters VAN STRAATEN onder. Alsof hij toen pas het gevoel kreeg: en nu zal ik ze eens even laten weten wie ik ben.

Meisjesboeken (Hoera voor Miesje Sandelhout!) illustreerde hij, boeken voor kleuters (Bak-ker-tje Deeg), klassieke jeugdboeken (Pietje Bell en Dik Trom) en talloze jongensboeken. Maar bovenal is Van Straaten de illustrator van de populairste jeugdboekenserie van de afgelopen decennia: de Kameleon.

Zoals het eerste Dik Trom-boek pas een succes werd nadat in de tweede druk Joh. Braakensiek de illustraties verzorgde, zo hebben de tekeningen van Gerard van Straaten bijgedragen aan het ongekende succes van de Kameleon. Hoewel er nu een nieuwe illustrator voor de serie is aangetrokken, die na de dood van Hotze de Roos wordt voortgezet door P. de Roos, is Van Straaten de man die de definitieve Hielke en Sietse Klinkhamer, de helden van de serie, en de definitieve Kameleon, hun boot, heeft getekend.

Goed humeur

Sommige tekenaars en schrijvers zijn door zo'n 'definitieve illustratie' onlosmakelijk met elkaar verbonden, zoals Fiep Westendorp en Annie M.G. Schmidt door Jip en Janneke. Bij Gerard van Straaten en Hotze de Roos is dat ook het geval. Van Straaten heeft de sfeer van frisse wind, goed humeur en vriendschap die uit de teksten van de Kameleon spreekt perfect aangevoeld en versterkt. Altijd gaat er wel een hand enthousiast omhoog op een zijn illustraties. Bij wijze van groet, of van pure opwinding. Er wordt veel gelachen en bewogen op Van Straatens tekeningen.

De Kameleon-boeken, waarvan de Fries Hotze de Roos (Langezwaag 1909 - Krommenie 1991) tussen 1948 en 1990 zestig delen schreef, spelen voornamelijk op het water. Ze gaan over de avonturen die de 14-jarige tweeling Hielke en Sietse Klinkhamer, zonen van de smid, beleven met hun 'lompe maar sterke' motorboot Kameleon op het meer bij hun dorp. Ze redden zondagszeilers, helpen schippers, ontmaskeren schurken, halen kattekwaad uit en, zoals professionele beoordelaars van kinderboeken altijd vermoeid verzuchten: het loopt altijd goed af. Vandaar dat de Kameleon-reeks in boeken over jeugdliteratuur meestal afgedaan wordt als wensvervullend, populair en triviaal. Of als avonturenboeken in de categorie DUGA - De Uitgestelde Goede Afloop.

Een antwoord op de vraag waarom juist De Roos' kinderboekenserie, die volgens critici niet verschilt van andere spannende DUGA-jeugdboeken, de populairste van Nederland werd, is moeilijk te geven. Waarom werden er bijna 13 miljoen exemplaren van de serie verkocht (ter vergelijking: van de Dik Trom-reeks ruim 3 miljoen)?

Misschien komt het omdat De Roos, een timmerman op een weverij in Krommenie, die in zijn vrije tijd schreef, het Friesland dat hij uit zijn jeugd van voor de oorlog kende, al schrijvend in iets algemeners veranderde. Het leven in het dorp van de Klinkhamertjes aan het grote meer, waarover het avontuur en de vreemde snuiters kwamen aanwaaien, heeft iets vertrouwds. Dat dorp, dat was Nederland, het grote meer de Noordzee. In de Klinkhamertjes, die met hun kornuiten in hun ijzersterke snelle boot het grote meer beheersten, kan ieder Nederlands kind zichzelf herkennen, ook al zette hij of zij nooit een stap in een boot. Nederland, zo leer je op school, is immers een waterland, en eens beheersten wij de wereldzeeën. De kern van die glorieuze Nederlandse maritieme historie, oppermachtig zijn op het water, wordt in de Kameleon in een notedop samengevat en bijna tastbaar gemaakt voor hedendaagse kinderen. Mede door Van Straatens aansprekende en toegankelijke tekeningen. Dat verklaart misschien dat er ondanks de vooroorlogse entourage van de serie - vader is smid, hooien en koeien melken zijn belangrijk, een plak koek voor een goed rapport - in de jaren tachtig, de piekjaren in populariteit, jaarlijks een half miljoen Kameleonboeken over de toonbank gingen.

Bij herlezing van een paar delen als volwassene, zijn het eerder de tekeningen van Van Straaten dan de teksten van De Roos die de herinnering aan de Kameleon-sfeer oproepen.

Peter van Straaten heeft als geen ander de desillusies en het kommervolle bestaan van de Nederlandse volwassene getekend, Gerard van Straaten is bij uitstek tekenaar van de onbekommerde Nederlandse jeugd. Zijn licht karikaturale realistische stijl maakt die onschuldige knusse kwajongenswereld van de Kameleon acceptabel en reëel - ze zouden bijna echt kunnen bestaan, zulke jongens als Hielke en Sietse.

Pop Art

Aanvankelijk waren de tekeningen voor de Kameleon een van de vele opdrachten voor Van Straaten. Maar omdat het succes van de serie zo aanzwol, kreeg hij er meer en meer werk aan. Boeken moesten hertekend worden, met modernere illustraties. De omslagen met beperkte kleurendruk uit de jaren zestig en zeventig moesten tot full colour-omslagen omgewerkt worden. De oude omslagen, gedrukt met grote vlakken in primaire kleuren, zijn hoogtepunten uit Van Straatens werk. Ze mogen wat mij betreft tot de Nederlandse Pop Art gerekend worden: je zou ze op posterformaat aan de muur willen hebben. De figuren zijn stripachtig eenvoudig getekend, met duidelijke contouren en egaal gekleurde vlakken. Zo is er een vrijwel knalgeel omslag, van De Kameleon vaart uit. Links op de voorgrond zien we, van dichtbij, Hielke en Sietse die druipend uit het water komen. Hun lichtblauwe overalls contrasteren met de gele achtergrond, waarin we in zwart silhouet iemand - een boef - zien wegroeien in hun Kameleon, ook in zwart silhouet. Een van beide jongens kijkt de boot na, de ander lacht alsof hij het niet kan geloven. Veldwachter Zwart staat rechts op de voorgrond en maakt een geruststellend gebaar. Een volledig rood vlak is het omslag van De Kameleon slaat zijn slag. Behalve de titelletters bovenin, is er onderop het bootje met de Klinkhamertjes en hun vrienden te zien, lachend en met de armen zwaaiend. Ze zijn net als de Kameleon in zwart silhouet getekend. Het rode vlak rimpelt: water en lucht in de gloed van een grote gele ondergaande zon.

In de drukken uit de jaren vijftig en zestig zijn de tekeningen voor de Kameleon en andere boeken voor uitgeverij Kluitman, zijn voornaamste opdrachtgever, nog schetsmatig, met vlotte lijnen getekend. Van Straatens vrouw herinnert zich: “In die tijd zei hij: ik heb nog een kwartiertje voor het eten, dan kan ik nog even Kluitmannen.” De illustraties uit later jaren zijn verzorgder en uitgewerkter. Meer zwart-wit contrasten, minder schetsmatige figuurtjes, meer arceringen. Gaandeweg kregen Hielke en Sietse een eigen, herkenbaar uiterlijk, net als hun vrienden en andere figuren uit het dorp.

Hoewel hij ook reclametekenaar was, voor Toonder werkte, en ontwerper was (het logo dat de KRO jarenlang voerde was van hem), is het illustreren van de Kameleon min of meer zijn levenswerk geworden. Van Straaten: “Het beviel me wel, die kneuterigheid, en dat gedoe met die bootjes.” Kneuterig zijn zijn tekeningen wel, maar het is een aanstekelijke, goedgemutste kneuterigheid. Benepen en humorloos is ze niet.

Gebaksdoosje

Als Van Straaten Kameleon-tekeningen en -omslagen op de vloer van zijn huis in de Achterhoek uitspreidt, begint hij onmiddellijk over details te praten. “Kijk, die jongens hadden een boothuis, hè. Dan vraag ik me meteen af: hoe zit dat dan met die deur. Dan verzin ik zelf een constructie waardoor de deur als ze weggevaren zijn weer dichtvalt. Of de smederij van vader Klinkhamer. Ik ben bij een echte smid hier in de buurt gaan kijken hoe dat er uit zag. Hoe een fiets staat - fietsen zijn moeilijk, dat wil ik ook precies hebben. Zelfs als Kees, de snoeper uit de serie, een gebakje zit te eten, moet ik naar de bakker. Want zelfs het gebaksdoosje moet kloppen.” Het maritieme aspect van de Kameleon was koren op zijn molen. Bij de Kameleon-illustraties kan hij precies vertellen welke type motorjachten en zeilboten hij tekende. De gebouwen aan het Kameleon-meer zijn geïnspireerd op gebouwen in Sloten en aan het Sneekermeer, waar hij in 1946 voor het eerst kwam voor zijn zeilles. Nu hij is gestopt met illustreren (“Ik wilde niet voor de derde keer Pietje Bell en Dik Trom hertekenen.”) legt hij zich toe op het maken van olieverfschilderijen van zeiljachten op volle zee. Hij maakte uit liefhebberij een stripboek van de solozeiltocht rondom de wereld van de Nederlander Eelco Casimir.

Op de vraag hoe hij en Hotze de Roos samenwerkten, moet Van Straaten lachen. “Wil je wel geloven dat we elkaar nooit gesproken hebben? Zesendertig jaar heb ik de Kameleon getekend, en we hebben nooit een woord gewisseld. Ik kreeg gewoon de manuscripten opgestuurd en deed braaf mijn werk.” “Je bent eens door hem gebeld,” helpt zijn vrouw hem herinneren.

“O ja. Ik had in een interview in een krant eens gezegd dat de Kameleon-serie zo'n succes was, dat hij er vast wel een mooie bungalow aan had overgehouden. Toen dat in de krant kwam, belde hij 's avonds boos op. Hoe ik dat had kunnen zeggen, wat een onzin. Dat was ons enige contact,” vertelt Van Straaten.

Het was die zeilles en die tocht per kano naar Sneek, zijn vooroorlogse punterzeiltochtjes met vriendjes bij Giethoorn, die mede de basis legden voor het succes van de Kameleon-serie. Gerard van Straaten was zelf al een beetje Hielke en Sietse Klinkhamer, eer ze voor het eerst in druk verschenen.