Beperking van zeggenschap door 'gifpil'; KLM schakelt rechter in bij ruzie met Northwest

ROTTERDAM, 29 DEC. KLM heeft het conflict met haar Amerikaanse partner Northwest Airlines (NWA) over de beperking van de zeggenschap voorgelegd aan de rechter in de Amerikaanse staat Delaware. Daarmee zet de Nederlandse luchtvaartmaatschappij het meningsverschil met de overige aandeelhouders van Northwest verder op scherp.

Vorige maand keurde de raad van commissarissen van Northwest een beschermingsconstructie goed. Die houdt in dat aandeelhouders niet meer dan 19 procent van de zeggenschap in handen mogen krijgen. Daarvóór gold een maximum percentage van 25. De enige tegenstemmers in de raad waren de drie afgevaardigden van KLM. De Nederlandse maatschappij gaat die beschermingsconstructie nu voor de rechter aanvechten.

Met deze maatregel, beter bekend als 'gifpil', kan KLM eerder bedongen optierechten niet uitoefenen. De maatschappij bezit thans 19 procent van de aandelen en de zeggenschap, maar heeft een optie om het belang in 1998 nog eens met 5 procent te vergroten. KLM verkreeg dit optierecht toen zij in 1992 Northwest te hulp kwam bij het arrangeren van een lening van 250 miljoen dollar door daarin zelf voor 50 miljoen dollar deel te nemen. Die optie, met een waarde van 150 miljoen dollar, is nu zo goed als waardeloos geworden. Volgens KLM waren destijds bij het verkrijgen van de optie geen voorwaarden gesteld.

KLM acht de maatregel van Northwest specifiek tegen haar genomen en vindt het onrechtvaardig dat eerder bedongen rechten op deze wijze worden ingeperkt. Ze vindt bovendien dat een goede bescherming tegen vijandige overnames ook mogelijk is bij handhaving van de 25-procent regeling.

President John Dasburg van Northwest maakt er geen geheim van dat hij partner KLM er van verdenkt de macht in NWA te willen grijpen, een voornemen dat KLM steevast naar het rijk der fabelen verwijst. De directie van de Amerikaanse maatschappij noemde de inperking van de zeggenschap terecht, omdat KLM uit zou zijn op het overnemen van de macht bij Northwest en daaroe niet alleen de vakbonden en het personeel zou hebben beïnvloed maar ook gezaghebbende congresleden.

De KLM-directie zegt dat het meningsverschil wat haar betreft geen gevolgen heeft voor de profijtelijke operationele samenwerking met Northwest. Het gaat volgens KLM alleen om een meningsverschil met de overige aandeelhouders.

KLM-president P. Bouw toonde zich na het besluit van de commissarissen van Northwest al teleurgesteld. Hij zei bij die gelegenheid dat samenwerking met andere Amerikaanse maatschappijen ook tot de mogelijkheden kan gaan behoren.

Het conflict tussen KLM en de overige aandeelhouders van Northwest speelt zich af aan de vooravond van een aantal nieuwe samenwerkingsverbanden in de luchtvaart. Alle grote maatschappijen zijn hierover met elkaar in gesprek. Mocht KLM breken met Northwest, dan kan dat de weg vrijmaken voor samenwerking met een Europese maatschappij, die een alliantie heeft met een andere Amerikaanse onderneming. Luchtvaartanalisten denken aan een mogelijk verbond tussen KLM en British Airways, dat al met USAir samenwerkt.

Northwest reageerde laconiek op het KLM-besluit de zeggenschapskwestie voor de rechter te brengen. “Deze stap zal KLM niets opleveren. Wij hebben vertrouwen op een goede afloop”, zegt een woordvoerder. Hij noemde de handelwijze van KLM daarbij opnieuw een bewijs dat de Nederlanders de macht willen overnemen.