Beeldvorming

In zijn achteruitkijkspiegel zag Enneüs Heerma nog hoe zijn vrouw hem uitzwaaide, maar toen gaf hij gas en reed hij naar de RTL-studio. Wat had hij als politicus toch eigenlijk een raar vak. Terwijl andere mensen bij de boom zaten om kerst te vieren, moest hij op pad om zich te laten interviewen in een of ander televisieprogramma. Hij leek wel gek, maar ja, het moest. Een politicus wordt gedwongen om ijdel te zijn, had hij weleens gezegd.

In de auto repeteerde hij nog eens de antwoorden op de vragen die ongetwijfeld zouden worden gesteld. Agressiviteit en slagvaardigheid, dat waren de trefwoorden. Dit keer zouden Bolkestein en Rosenmöller een andere Heerma zien.

Een Heerma die niet met zich liet spotten, maar die respect afdwong. Hij parkeerde zijn auto en liep naar de studio. Daar werd hij door een medewerkster van RTL naar de schminkafdeling gebracht. Hij ging in de stoel voor de spiegel zitten en kreeg een laken om. “Dat is lang geleden, meneer Heerma”, zei de grimeur, “de laatste keer dat ik u schminkte had u nog een baard. Waarom heeft u die eigenlijk afgeschoren?” Hij kon toch moeilijk zeggen dat hij zijn baard had afgeschoren omdat politici met baarden in de beeldvorming bij het publiek nu eenmaal lager scoren, en daarom zei hij: , Omdat ik zonder mooier vind.” “En uw snor? Wanneer gaat die eraf?”

Achterover liggend bekeek Heerma zichzelf in de spiegel en daardoor kon hij zien dat presentator Jeroen Pauw binnen was getreden. “Fijn dat u gekomen bent, meneer Heerma”, zei Jeroen Pauw, “ik wil nog even het scenario met u doornemen. Wij beginnen met de vragen van meer algemene aard en dan is er een debat tussen u, meneer Bolkestein en meneer Rosenmöller. Oh ja, en dan krijgen we ook nog de uitslag van de verkiezing van de beste en de slechtste politicus van het jaar. Dat is maar heel kort, dat doen wij er even tussendoor.

Dus ik zou zeggen: als u nog wat te vragen hebt, dan hoor ik het wel.'' En zonder het antwoord af te wachten verliet de presentator het vertrek.

Terwijl de grimeur Heerma's neus aan het inpoederen was, voelde de politicus zich rood worden. Onder het laken begon hij te woelen. Moest hij wel meedoen aan die verkiezing? Hij was natuurlijk nergens bang voor, maar toch. “Wilt u”, vroeg hij ten slotte bijna schreeuwend aan de grimeur, “meneer Pauw voor mij halen?” De grimeur onderbrak zijn werkzaamheden en kwam even later terug met de presentator. “Meneer Pauw, u had het over verkiezingen. Heb ik dat goed verstaan?”

“Heus, meneer Heerma, maakt u zich geen zorgen, het is een itempje van niets.

” Heerma twijfelde. Een zekere nieuwsgierigheid maakte zich van hem meester. Het kon natuurlijk altijd meevallen. “Noemt u eens wat uitslagen, meneer Pauw. Daar heb ik toch wel recht op”, zei Heerma.

“Eens kijken. Paul Rosenmöller is uitgeroepen tot de beste politicus van het jaar. Kok is tweede.”

“En komt mijn naam ook voor op die lijst?”

“Ik geloof het niet”, zei Jeroen Pauw bladerend in de papieren. “En kijkt u eens bij de slechtste politicus van het jaar.”

“Van Mierlo is vijfde. Hendriks van de Ouderenpartij is vierde, Janmaat derde en Wolffensperger tweede.”

“Heel begrijpelijk, maar wie staat bovenaan?”

“Dat is nou heel vervelend, ik kan dat niet een-twee-drie vinden.” Papieren vlogen door de lucht, zij fladderden tegen het plafond en daalden als zwanen op het water, maar ten slotte vond de presentator het gezochte feit. Tegen die tijd had Heerma al het laken van zich af geworpen. “Het gaat mij echt niet om de uitslag”, bulderde hij, “maar ik weiger nu eenmaal altijd om mee te doen aan verkiezingen die uitsluitend gebaseerd zijn op beeldvorming.” Daarna beende hij met grote stappen weg.

“En hoe ging het”, vroeg zijn vrouw toen hij thuiskwam. Hij zweeg, maar een uur later kwam hij wel aan de telefoon toen De Hoop Scheffer belde. Die had het al gehoord. Hoop zei dat hij er zich niets van aan moest trekken. Per slot was Bolkestein ook eens uitgeroepen tot de slechtste politicus van het jaar. Komt allemaal goed, zei Hoop opgeruimd. Wat had hij een godsgruwelijke hekel aan die De Hoop Scheffer.