Australische idealisten

Jane Rogers: Promised Lands. Uitg. Faber & Faber, 376 blz. ƒ 47,20

Het rijke koloniale verleden houdt zijn stevige greep op de Engelse literatuur. Niet alleen de immigranten en hun nazaten blijven gefascineerd, maar ook de van oorsprong Britse schrijvers. Jane Rogers, de jammer genoeg in Nederland onbekende auteur die ons eerder verraste met het hilarische en ontroerende Mr Wroe's Virgins, koos de kolonisatie van Sydney als onderwerp. De 'beschavers' bestonden in dit geval uit enkele scheepsladingen kleine en grote criminelen, begeleid door matrozen, wat soldaten en een dominee. De idealistische, verlichte en zeer gelovige William Dawes gaat mee in de hoop de komeet van Halley en andere hemellichamen te zien, de heidense inboorlingen te bekeren, en een nieuw land van melk en honing te creëren voor Engeland. Niets dan fraaie bedoelingen dus, en toch loopt hij onherroepelijk met zijn kop tegen de zelfgemaakte muur van de kolonisator. Zijn verhaal, dat gebaseerd is op historische feiten, wordt verteld door een hedendaagse idealist, de leraar Stephen Beech, die ook al tegen de klippen van de werkelijkheid op een school probeert op te zetten waar gelijkheid, vrijheid en eerlijkheid heerst. De geromantiseerde biografie van kolonist William Dawes schrijft hij om zijn frustraties kwijt te raken en omdat zijn uit een communistisch land gevluchte en dus allesbehalve van gelijkheidsidealen gecharmeerde vrouw geabsorbeerd wordt door de 'koloniserende macht van de liefde'. Die niet voor hem is maar voor hun zoon, een zwaar gehandicapte baby waar zij een verlosser in ziet en die hij stiekem het liefst zou wurgen.

Rogers schiep hiermee een ware Fundgrube van parallellen, variërend van onthullend tot onthutsend. Promised Lands is een meeslepende, schitterende roman geworden waar misschien op valt af te dingen dat Rogers de meningen en conclusies wat al te goed voor ons voorkookte. Maar de personages en hun worstelingen met de natuur - 'a hot stony alien world' - de menselijke natuur en haar deformaties, de taal - 'thick slippery words like dead fish' - hun idealen, waanideeën en schuldgevoelens, boeit moeiteloos. Met een bij de rest van het boek uit de toon vallend understatement verantwoordt de schrijfster zich: 'In one or two places I have used a novelist's license with the facts.'