AMC-directeur

Het interview met AMC-directeur D.J. Bakker (NRC Handelsblad, 9 december) trof mij door de eerlijkheid en openheid waarmee verschillende kwesties rond leven en dood werden besproken.

De opzet van het interview - het overbrengen van het verhaal van iemand, die door overtuiging of ervaring een bijzonder inzicht heeft in geloof, dood of liefde - vond ik alleszins geslaagd. Alle reden dus, om zorgvuldig om te gaan met mensen die dergelijke hoogst persoonlijke verhalen (nog) prijs willen geven. Geen enkel moment heeft bij mij als lezer de gedachte gespeeld, dat Bakker op basis van zijn overtuiging negatieve associaties legde naar zijn eigen personeel, wèl dat hij in het dagelijks leven met zijn visie moeilijk uit de voeten kon. Dat laatste blijkt niet uit de lucht gegrepen: de druk op afdelingen, die met name het toneel bestrijken waar de voortgang van de medische technologie wordt vormgegeven via onder andere een verhoogd aantal abortussen van afwijkende foetussen, loopt onder druk van maatschappelijk geuite twijfels, steeds hoger op.

De hieruit voortvloeiende onzekerheid en onvrede projecteren op één persoon - ook al betreft dit een spraakmakend figuur uit eigen gelederen - lijkt mij wat al te simplistisch, en maskeert bovendien de maatschappelijke bodem van deze geluiden. De hetze-achtige lading van de AMC-divisie verloskunde getuigt van weinig respect voor anders-denkenden, die niet à priori mee willen gaan in het liberale gedachtengoed rond een aantal medisch-ethische kwesties: dit bevestigt nog eens de complexe positie van de heer Bakker. Redactioneel gezien bevordert het toelaten van dergelijke hetze-achtige geluiden als reactie op interviews op zeer persoonlijke titel, slechts dat we steeds éénvormiger geluiden zullen horen; dat was nu juist niet de bedoeling van het interview.