Zwangere vrouw mag kiezen voor hulp van huisarts

DEN HAAG, 28 DEC. Ziekenfondspatiënten kunnen vanaf 1999 kiezen om tijdens een bevalling te worden begeleid door een huisarts.

Zwangere vrouwen zijn nu volgens de Ziekenfondswet aangewezen op verloskundigen. De rechtbank in Den Haag stelde gisteren de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) in het gelijk in een maart vorig jaar aangespannen bodemprocedure tegen de staat.

In de Ziekenfondswet is via een zogeheten primaat geregeld dat verloskundigen zwangere ziekenfondspatiënten bijstaan. Alleen wanneer er geen verloskundige in de regio werkzaam is, wordt de hulpverlening van de huisarts bij een bevalling vergoed. De LHV vindt dat verloskundige hulp tot het normale takenpakket van de huisarts hoort.

De LHV vocht het primaat voor de rechtbank aan, omdat met de Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (NOV) vooraf niet tot overeenstemming kon worden gekomen. De rechtbank besloot dat er over drie jaar keuzevrijheid moet komen tussen verloskundige en huisarts.

De huisartsen reageerden verheugd op de uitspraak van de rechter. “Alle pogingen om tot een oplossing te komen met de verloskundigen zijn gestrand. Het is heel belangrijk dat de patiënt nu een vrije keus krijgt”, aldus een woordvoerder van de LHV.

De LHV denkt niet dat nu in heel Nederland iedereen bij een bevalling een beroep op de huisarts zal doen. “We willen niet het beoep van de verloskundige in geding brengen, het gaat ons om de keuzevrijheid. Wij zullen nu juist met de verloskundigen overleggen hoe we het bevallen thuis kunnen bevorderen. Dat is een gemeenschappelijk doel”, zegt de LHV.

De verloskundigen vrezen dat de kwaliteit van de hulpverlening achteruit zal gaan. Verloskundigen doen tijdens hun opleiding zeventig bevallingen onder begeleiding. De ondergrens ligt op veertig bevallingen per jaar. De meeste huisartsen halen volgens de NOV dat aantal niet.