Zoenen is praten en eten tegelijk

Eind december, begin januari wordt er meer gelukgewenst, bedankt en gezoend dan ooit. Meestal met een drieledige luchtkus, maar hier en daar ook met een natte tongzoen tussen vier 'hongerige lippen'.

Iedere aquariumbezitter weet het: zoenen moet ouder zijn dan de mensheid zelf. Toen onze verre voorouders miljoenen jaren geleden nog als vissen in zee zwommen, was een zoen de enige fysieke uitdrukking van genegenheid. En hoewel we, nadat we uit zee aan land waren gekropen, nog veel prettiger vormen van lijfelijk contact ontwikkelden, zijn we toch altijd blijven kussen. Zoals ons bloed nog steeds ongeveer hetzelfde percentage zout bevat als de zee, zo zit ook het zoenen ons in het bloed. Gebruiken we onze mond voornamelijk om te eten en om te praten, kussen zou je kunnen zien als een combinatie van die twee bezigheden: men communiceert met elkaar, en niet voor niets wordt wel gesproken over 'hongerige lippen' wanneer we het over een vurige kus hebben.

Zoenen moet geleerd worden. Als baby worden wij liefdevol geknuffeld door onze ouders, en in onze vroege jeugd wisselen wij onze kinderkusjes voornamelijk uit met onze familieleden. Pas in de puberteit krijgen wij oog voor de amoureuze aspecten van de kus. Worden we voor die tijd in boeken of in films geconfronteerd met mensen die hartstochtelijk zoenen, dan vragen wij ons niet alleen af waarom grote mensen überhaupt geïnteresseerd zijn in dat stomme romantische gezwijmel, maar vooral toch wat zij prettig kunnen vinden aan dat onsmakelijke gedoe van kussen op elkaars lippen.

Laatst kwam de dertienjarige dochter van een kennis stralend thuis met het heugelijke nieuws dat ze voor het eerst in haar leven getongzoend had. Haar achtjarig zusje trok een vies gezicht en riep walgend: gatverdamme! Een logische reactie, want op haar leeftijd is dat natuurlijk het toppunt van weerzinwekkendheid: spuug van iemand anders in je mond.

En wel beschouwd behoort van alle menselijke gedragingen de romantische kus tot de meer bizarre: een paar lippen sluit zich en de mond vormt een tuitje dat zich tegen het te zoenen object drukt. Tegelijkertijd wordt door spierbewegingen van tong en verhemelte in de mondholte wat lucht naar binnen gezogen. Door de hierdoor ontstane onderdruk worden het te zoenen oppervlak en de lippen tegen elkaar aangezogen. Na verloop van tijd wordt door het ontspannen van de lipspieren en het openen van de mond het luchtdrukverschil weer opgeheven, en kunnen de lippen het contact met het gekuste verbreken. Hiermee is de kus dan voltooid.

Er bestaat voor elke mate van intimiteit een eigen soort zoen. Op de intimiteitsladder staat bij het kussen de tongzoen helemaal bovenaan. Omdat de tong hierbij zo'n actieve rol speelt kunnen de lipspieren, om kramp te voorkomen, zich af en toe ontspannen zonder dat de kus wordt verbroken. Bovendien wordt de adembehaling minimaal bemoeilijkt en kan men de kus desnoods urenlang volhouden.

Zoals bij veel andere zoenen zijn op alle onderdelen van de uitvoering natuurlijk variaties mogelijk. Zo kan men de tijdsduur van elke stap eindeloos veranderen, van bliksemsnel tot stroperig traag. Men kan bijvoorbeeld de in de mond aanwezige onderdruk naar believen zo extreem laten zakken totdat er een vacuüm wordt getrokken. Het resultaat bij de partner is vaak een zuigplek, die zich trouwens vaak bevindt in de ook bij vampiers zo gewilde halsstreek. Of men varieert de luchtdruk rechtstreeks met de longen: bij een mond-op-mondzoen kan men dan, bij verrassing en tot hilariteit, de longen van de partner eventjes leegzuigen en weer volblazen.

Staat de tongzoen wat betreft intimiteit aan de top, helemaal onderaan, in het overgangsgebied tussen beleefdheid en genegenheid, staat de luchtzoen. Hier wordt de kus, bedoeld als begroeting of als afscheid, in sommige gevallen zelfs nog slechts symbolisch uitgevoerd: wangen worden naast elkaar gehouden en de lippen tuiten zich. Deze handeling wordt naar believen één, twee of drie keer herhaald. Aangezien iedereen zijn eigen opvattingen koestert over het aantal malen dat het ritueel moet worden herhaald, eindigt deze zoen helaas maar al te vaak in geschutter.

Werd de luchtzoen tot voor kort alleen tussen dames onderling, of tussen dames en heren uitgevoerd, sinds enige tijd mogen ook heren eraan toegeven. De stijgende populariteit van de luchtzoen leidt hier en daar tot verwarring en onzekerheid. Indien men eenmaal met iemand geluchtzoend heeft, betekent dat dan dat men voortaan bij elke ontmoeting opnieuw moet? Als heer heeft men het makkelijk: het initiatief hiertoe hoort van de dame uit te gaan, behalve indien de heer de dame zó charmant vindt dat hij wel gek zou zijn om zo'n kans te laten lopen, en mits hij vermoedt dat zij niet onwelgevallig staat tegenover zijn actie. Eigenlijk wordt hier verlangen gecamoufleerd als hartelijkheid.

Dames mogen dus bij elke wel-of-niet-situatie razendsnel een calculatie maken en al of niet het initiatief nemen. Vooral tijdens Kerst en Oud en Nieuw zal op partijtjes weer vaak in onderdelen van seconden de afweging gemaakt moeten worden tussen 'heel aardig, maar heeft teveel op', en 'reuze charmant, maar halitosis'. Maar of u nu scheutig bent met uw zoenen of niet, in de kersttijd geldt één onwrikbare regel: wie onder de mistletoe staat mag gekust worden.