You must be Kees

Het artikel van Marion de Boo getiteld 'Baby leek beetje op vader etc.' (14 dec. jl.) beschrijft een, mijns inziens, wel zeer beperkt onderzoek. Bij het herkennen van familiebanden spelen meer zaken een rol dan alleen het gezicht. Het is ook de 'lichaamstaal' die helpt, hoe anders zijn de volgende voorbeelden te verklaren?

1. Mijn vader (toen 44) was vanaf eind september 1945 enkele maanden in de Verenigde Staten. Door bemiddeling van een vriend van mijn vader uit 1945 kon ik (toen 24) in 1956 gedurende drie maanden werkervaring opdoen in een fabriek in de buurt van Cleveland. Toen ik uit de trein stapte, kwam er al gauw een man op mij af die zei: 'You must be Kees de Wit, you are just like your father'.

2. Aan het eind van die drie maanden ging ik een paar dagen naar Mackinaw Island in het noorden van Michigan. In het vliegtuig daarheen zat ik naast een dame die, na het uitwisselen van onze namen, zei: 'But we have met before'. Ze was nooit in Europa geweest, en het was dus onmogelijk omdat ik echt wel wist wie ik de afgelopen drie maanden ontmoet had. Na wat doorvragen bleek dat ze mijn vader in 1945, ook op Mackinaw Island, had ontmoet. Terug in Nederland vond ik een foto waar, tussen een aantal andere mensen, deze vrouw en mijn vader stonden.

3. In 1987 overleed mijn moeder. Voor de afscheidsdienst kwam een joodse vrouw, die gedurende de oorlog en enkele jaren daarna in het gezin van mijn ouders was opgenomen, uit de Verenigde Staten over. Mijn oudste zoon (toen 21) haalde haar op van Schiphol. Omdat hij haar maar één keer, in 1974, had gezien en niet langer dan een middag en een avond, had hij een bord bij zich met zijn naam erop. Nog voordat hij dat had opgestoken, werd hij op zijn rug getikt: 'Hallo Tako, wat lijk jij op je vader.'

Ongetwijfeld zijn er meer mensen die zulke ervaringen kunnen vertellen.