Verzekeringen vervangen 65 jaar oude Ziektewet

Verzekeren of niet? Dat is de vraag waarvoor ondernemers zich gesteld zien nu de Ziektewet na 65 jaar wordt afgeschaft. Als een werknemer ziek wordt, moet de werkgever een jaar lang 70 procent van diens loon doorbetalen. Dat risico kan verzekerd worden. Veel bedrijven aarzelen nog. “Je weet eigenlijk niet zo goed wat het beste is.”

Zijn werknemers zijn vrijwel nooit ziek, toch wil hij het risico liever niet nemen. Jan-Kees Lampe, oprichter van het Rotterdamse automatiseringsbedrijf Tailor software, zal binnenkort voor zijn acht medewerkers een verzekering afsluiten voor de kosten van ziekteverzuim. Vanaf volgend jaar kan hij daarvoor geen beroep meer doen op de Ziektewet, maar is hij wettelijk verplicht zieke werknemers uit eigen zak 52 weken lang ten minste 70 procent van het loon door te betalen. Lampe kan zelf beslissen of hij het risico zelf draagt of dat hij het overdraagt aan een particuliere verzekeraar.

De verleiding om de verzekeringspremie uit te sparen is 'best groot', erkent Lampe. Zijn werknemers zijn gemiddeld 28 jaar oud; als ze al ziek zijn dan verschijnen ze na uiterlijk één of twee dagen weer op het werk. “Je hinkt op twee gedachten. Aan de ene kant is ons ziekteverzuim zo laag dat het risico bijna nul komma nul is. Maar aan de andere kant hoeft er maar iemand de ziekte van Pfeiffer te krijgen en hij is een half jaar uit de running. En dat kunnen wij ons absoluut niet permitteren”, zegt Lampe. Bovendien, en dat argument weegt ten minste even zwaar, zijn werknemers moeten er tijdens ziekte op kunnen vertrouwen dat er een salaris binnenkomt. “Ik vind dat ik het als werkgever sociaal en maatschappelijk niet kan maken om geen verzekering af te sluiten.”

Verzekeren of niet? Met die vraag worstelen veel ondernemers in deze weken. Begin volgend jaar moet de privatisering van de Ziektewet een feit zijn. De Tweede Kamer heeft al ingestemd met de afschaffing, de Eerste Kamer weigerde het wetsvoorstel nog voor het einde van het jaar te behandelen. Daarmee dwarsboomden de senatoren de wens van staatssecretaris Linschoten (sociale zaken) om de Ziektewet al per 1 januari 1996 op te heffen. Premier Kok heeft de Eerste Kamer gewaarschuwd zich niet tè halsstarrig op te stellen. De privatisering van de Ziektewet vormt volgens hem een belangrijke pijler onder het regeerakkoord en is noodzakelijk voor het voortbestaan van het paarse kabinet.

Met het wegvallen van de Ziektewet (nu waarschijnlijk per 1 februari of 1 maart 1996) doet de overheid een ingrijpende stap terug op het gebied van de sociale verzekeringen. Aan de wettelijk verplichte premieheffing en de uitkeringen van ziektegeld via de bedrijfsvereniging komt 65 jaar na de invoering van de Ziektewet abrupt een einde. In plaats daarvan komt de Wet Uitbreiding Loondoorbetaling bij Ziekte (WULBZ), die werkgevers verplicht om zieke werknemers gedurende een jaar ten minste 70 procent van het loon door te betalen. Werkgevers mogen zelf beslissen of ze het risico voor deze kosten neerleggen bij een particuliere verzekeraar of dat ze zelf een voorziening hiervoor opbouwen.

Voor de verzekeringsbranche biedt de privatisering van de Ziektewet volop perspectief. Grote verzekeraars als Nationale Nederlanden en Centraal Beheer zijn al weken bezig met campagnes voor het bedrijfsleven, onafhankelijke assurantie-adviseurs maken overuren om zoveel mogelijk klanten op de hoogte te stellen van de nieuwe mogelijkheden.

Hoe hard de kassa bij de verzekeraars zal gaan rinkelen, moet worden afgewacht. Jaarlijks kwam er bij de bedrijfsverenigingen zo'n elf miljard gulden aan Ziektewetpremies binnen; van dat bedrag zal naar verwachting slechts ongeveer tien tot vijftien procent naar de verzekeringssector worden overgeheveld. “Wij schatten dat uiteindelijk circa NLG 1-1,5 mrd overblijft voor de particuliere verzekeraars”, schrijft Iris, het onderzoeksinstituut van Rabobank en Robeco in een recent sectorbericht. De verzekeraars zelf zijn iets optimistischer: Nationale Nederlanden bijvoorbeeld voorziet een potentiële marktgroei van 1 tot 2,5 miljard gulden. De totale schademarkt bedraagt op dit moment circa 26 miljard gulden.

Ook in de meest optimistische prognoses valt het bedrag aan premie-inkomsten na privatisering meer dan drie kwart lager uit. Is Nederland straks van het ene op het andere moment gezond geworden?

“Het lijkt een grote stap terug”, beaamt drs. M.W. Dijkshoorn, directielid van Nationale Nederlanden, vanuit zijn kantoor boven de Utrechtsebaan in Den Haag. “Maar vergeet niet dat het in de Ziektewet toch vooral een kwestie was van het rondpompen van geld.” Het verschil is volgens hem dan ook vrij eenvoudig te verklaren: van de 11 miljard premieheffing valt de helft al weg omdat werkgevers de eerste twee tot zes weken ziekteverzuim voor eigen rekening nemen. Daarnaast zullen vooral grotere ondernemingen (meer dan 500 werknemers) besluiten om de gehele ziekteperiode van 52 weken zelf te betalen. Dat scheelt de particuliere verzekeraars naar eigen schatting zo'n 2,75 miljard gulden aan potentiële premie-inkomsten.

Bedrijven die het risico niet (volledig) zelf willen dragen, kunnen bij de verzekeraars kiezen uit grofweg twee alternatieven: een conventionele verzekering en een 'stop-loss'-verzekering. Bij deze variant (door Nationale Nederlanden calamiteitendekking gedoopt) gaat de verzekeraar pas tot uitkering over als de kosten van ziekteverzuim een afgesproken totaalbedrag overschrijden. De analisten van Iris gaan er van uit dat door deze vorm van verzekeren (waarbij de premie vrij laag zal zijn) nog eens 1,65 van de elf miljard Ziektewetpremie-inkomsten zal wegvallen.

De conventionele verzekering lijkt het meest op de huidige Ziektewet-regeling: de verzekeraar vergoedt daarbij voor iedere zieke werknemer ten minste 70 procent van het loon. Bedrijven kunnen zelf bepalen of die vergoeding opgetrokken moet worden tot maximaal 100 procent van het loon; ook het instellen van een eigen-risicoperiode (variërend van enkele dagen tot een half jaar) behoort tot de mogelijkheden. De meeste verzekeringen krijgen een looptijd van drie tot vijf jaar; de premie wordt gebaseerd op het ziekteverzuim van de voorgaande drie jaren.

Grote bedrijven kunnen zich betrekkelijk gemakkelijk permitteren om de kosten van zieke werknemers zelf te dragen. Een boekhoudkundige reservering voor de doorbetaling van loon is snel gemaakt, terwijl ook de taken van de afwezige werknemer in de meeste gevallen direct door collega's overgenomen kunnen worden.

Voor kleine ondernemers ligt de zaak heel anders. “Een gemiddeld bedrijf in Nederland heeft zeven werknemers. Als er één man ziek wordt, bedragen de directe kosten twee tot drie maal de loonkosten van die werknemer. De zieke moet immers worden doorbetaald, terwijl vervanging meestal van buiten het bedrijf komt en dus ook betaald moet worden. Dat kan zo'n bedrijf zich onmogelijk veroorloven”, zegt mr. E. Tielens, secretaris sociale zekerheid en pensioenen bij MKB-Nederland (belangenorganisatie voor het midden- en kleinbedrijf).

Juist deze werkgevers zullen in de verleiding komen om zich niet te verzekeren, zo vreest MKB-Nederland, omdat ze daarmee op de bedrijfskosten denken te besparen. “Die ondernemers denken: 'Ach, ik ken mijn pappenheimers. Mijn werknemers zijn gezonde jongens'. Maar ze houden er geen rekening mee met hoeveel kosten ze te maken krijgen wanneer één of twee van die werknemers een paar maanden uit de roulatie is”, zegt Tielens. Een doemscenario is zo geschetst: de boekhouder moet een paar maanden plat liggen wegens een hernia, de verkoper breekt tijdens de wintersport zijn been op drie plaatsen en de secretaresse - steun en toeverlaat voor het hele bedrijf - worstelt met een verwaarloosde longonsteking. In zo'n geval snel een verzekering afsluiten, lukt dan niet meer. Tielens: “Met een brandend huis kun je nergens terecht.”

Veel ondernemers willen zich wel verzekeren, maar hebben geen idee hoe ze moeten kiezen uit het promotiebombardement dat door de verzekeraars is ingezet. Ook op het kantoor van Allard & Co registeraccountants (twaalf werknemers) in Driebergen stromen de folders van verzekeraars en banken binnen. “Er komt van alles binnen, maar er is nog niets mee gedaan”, zegt een medewerkster. “Je weet eigenlijk niet zo goed wat het beste is. We wachten eerst maar af wat de Eerste Kamer gaat zeggen”.

Werkgevers voelen zich overvallen door de naderende privatisering, stelt MKB Nederland-medewerker Tielens. Evenals twee jaar geleden - toen van de ene op de andere dag in de Ziektewet een eigen-risicoperiode van twee of zes weken werd ingevoerd - moeten ondernemers snel beslissen welke verzekeringsvorm voor hen het beste is. Vooral kleine ondernemingen hebben op het gebied van ziektekosten en verzekeringen die kennis niet zelf in huis, zodat ze zich moeten verlaten op externe deskundigen. “Linschoten denkt dat het alleen een kwestie is van het uitzoeken van een verzekeraar. Maar dan zijn de bedrijven er nog lang niet.”

Belangrijkste vereiste is dat de ondernemer precies weet hoe het met zijn ziekteverzuim is gesteld. Anders dan de bedrijfsverenigingen zullen particuliere verzekeraars de premies per bedrijf van jaar tot jaar laten meeschommelen met het werkelijke verzuim. Op die manier, zo hoopt de Nederlandse overheid, krijgen ondernemers een stimulans om preventieve maatregelen tegen ziekteverzuim te nemen.

Om die lagere premies binnen te slepen, moeten bedrijven goed bijhouden wie er ziek is geweest en wanneer de werknemer weer aan de slag is gegaan. Veel kleine bedrijven houden zulke gegevens echter maar mondjesmaat bij, zeker sinds twee jaar geleden een eigen-risicoperiode in de Ziektewet werd ingevoerd. “Werkgevers dachten toen: 'Ik betaal die eerste weken toch zelf, dus waarom zou ik bijhouden dat mijn werknemers een paar dagen ziek zijn geweest?”, aldus Tielens.

Ook de oorzaak van de ziekte moet geregistreerd worden. De Ziektewet wordt namelijk wel afgeschaft, maar voor bepaalde groepen werknemers blijft een publieke regeling in stand. Deze regeling - in de wandelgangen de 'vangnet-Ziektewet' genoemd - is bestemd voor zwanger personeel, voor werknemers die ontslagen zijn en voor flexibele arbeidskrachten. Werkgevers zullen in hun administratie moeten aangeven wie onder hun verantwoordelijkheid valt en wie doorgeschoven kan worden naar de vangnetregeling.

Met de privatisering van de Ziektewet vervalt ook de premie voor deze regeling. In 1995 bedroeg deze premie gemiddeld 3,1 procent, waarvan één procent werd doorberekend aan de werknemer. Bedrijven die besluiten om een particuliere verzekering af te sluiten, moeten de premie volledig voor eigen rekening nemen. Wel zal de overhevelingstoeslag (die werkgevers aan de werknemers overmaken ter compensatie van enkele sociale premies) worden verlaagd. De financiering van de vangnet-Ziektewet loopt straks via de WW-fondsen.

De premie voor de verzekeringsmaatschappij is niet de enige kostenpost die ondernemers te wachten staat. Ook het abonnement op een arbodienst zal in 1996 bij veel bedrijven in de boeken opduiken. Hoewel bedrijven in 'veilige' sectoren (met weinig verzuim) pas vanaf 1 januari 1998 wettelijk verplicht zijn zo'n dienst (gespecialiseerd in preventie, controle en begeleiding bij ziekte) in te schakelen, zullen vrijwel alle verzekeraars de eis stellen dat de polishouder zich direct aansluit. “Die verplichting wordt nu in én klap naar voren gehaald”, zegt een medewerkster van VNO-NCW.

Ondernemers klagen niet alleen over de rompslomp die de privatisering van de Ziektewet hen oplevert. Ze morren ook flink over de eenzijdige verdeling van de kosten van ziekteverzuim. “Het risico wordt nu volledig bij de werkgever gelegd. Hij wordt blijkbaar het draaipunt van het nieuwe volumebeleid”, aldus Tielens van MKB-Nederland. Dat beleid kan volgens hem echter alleen succesvol zijn als ook werknemers geprikkeld worden om het eigen ziekteverzuim te beperken, bijvoorbeeld door het inbouwen van (onbetaalde) wachtdagen.

De werkgeversvereniging FME (metaalsector) gooide enkele weken geleden al de knuppel in het hoenderhok door te suggereren dat werkgevers straks bij ziekte nog maar zeventig procent van het loon hoeven door te betalen. Want, zo redeneerde de FME, door het wegvallen van de Ziektewet vervalt automatisch de CAO-afspraak dat de wettelijke uitkering tot honderd procent zal worden aangevuld. Deze uitspraak leidde tot woede bij de vakbonden en een sussende reactie van staatssecretaris Linschoten dat de privatisering niet zo opgevat mag worden. Het signaal is echter wel gegeven, de vakbonden zijn gewaarschuwd: het ziekteverzuim krijgt een prominente plaats op de CAO-agenda van 1996.