TARIEFGROEPEN

De basisaftrek (loon of inkomen waarover geen belasting is verschuldigd) wordt voor 1996 verhoogd naar 7.003 gulden (1995: 6.074 gulden).

Hieronder een overzicht van de tariefgroepen en de bijbehorende belastingvrije bedragen.

Tariefgroep 1

Het belastingvrije bedrag is nihil.

In deze groep valt men:

1) als men als gehuwde/ongehuwde het belastingvrije bedrag overdraagt aan de echtgenoot/huisgenoot (omdat men geen inkomen heeft of een inkomen lager dan 7.003 gulden), of

2) als men twee of meer dienstbetrekkingen/uitkeringen heeft en bij de andere dienstbetrekking/uitkering al in een tariefgroep wordt ingedeeld die wel recht geeft op een belastingvrij bedrag.

Tariefgroep 2

Het belastingvrije bedrag is 7.003 gulden (1995: 6.074 gulden).

In deze groep valt men als men niet wordt ingedeeld in één van de andere tariefgroepen, bij voorbeeld:

1) als men tweeverdiener is en de echtgenoten/huisgenoten verdienen beiden meer dan 7.003 gulden, of

2) als men als alleenstaande ouder niet in aanmerking komt voor indeling in tariefgroep 4 of 5.

Tariefgroep 3

Het belastingvrije bedrag is 14.006 gulden (1995: 12.148 gulden).

In deze groep wordt men ingedeeld:

1) als men gehuwd is en de echtgenoot/echtgenote geen inkomen heeft of een inkomen heeft van minder dan 7.003 gulden (1995: 6.074 gulden). Zijn/haar belastingvrije bedrag kan worden overgedragen: 7.003 + 7.003 = 14.006 gulden (1995: 12.148 gulden), of

2) als men ongehuwd is kan een dergeljke overdracht ook plaatshebben, maar dan moet men naast het feit dat de huisgenoot/huisgenote geen inkomen heeft of een inkomen van minder dan 7.003 gulden (1995: 6.074 gulden) nog aan een aantal nadere voorwaarden voldoen. Voor ongehuwden is indeling in deze tariefgroep alleen mogelijk via een beschikking van de inspecteur. Daartoe moet een gezamenlijk verzoek worden gedaan.

Tariefgroep 4

Het belastingvrije bedrag is 12.606 gulden (1995: 10.934 gulden).

Men wordt ingedeeld in deze tariefgroep als men alleenstaande ouder is bij wie de kinderen, die bij aanvraag van het kalenderjaar jonger zijn dan 27 jaar, inwonen en men een of meer van de kinderen 'in belangrijke mate' onderhoudt. Dit laatste is het geval indien voor een kind recht bestaat op kinderbijslag, of indien de op hem/haar drukkende kosten van levensonderhoud van een kind ten minste 56 gulden per week bedragen. Voldoet men aan deze voorwaarden dan krijgt men een extra belastingvrij bedrag van 5.603 gulden (1995: 4.860 gulden) op het gebruikelijke bedrag van 7.003 gulden (1995: 6.074 gulden), zodat het totaal 12.606 gulden (1995: 10.934 gulden) bedraagt.

Tariefgroep 5

Het belastingvrije bedrag is 12.606 gulden (1995: 10.934 gulden) plus 6 procent van het arbeidsinkomen met een maximum van 5.603 gulden (1995: 4.860 gulden).

Als men als alleenstaande ouder naast hetgeen er voor tariefgroep 4 geldt ook nog werkzaamheden buiten het huishouden verricht en het jongste kind dat inwoont bij aanvang van het kalenderjaar jonger is dan 12 jaar, dan heeft men recht op een extra belastingvrij bedrag bovenop het belastingvrije bedrag van tariefgroep 4. Dat extra belastingvrije bedrag is 6 procent van het met die werkzaamheden verdiende inkomen. Hiervoor geldt een maximum van 5.603 gulden (1995: 4.860 gulden).