Slachting in KwaZulu gaat door

KAAPSTAD, 28 DEC. Het leek volgens ooggetuigen op een gruwelscène uit de film Shaka Zulu, maar dan met moderner wapentuig. Een gevechtscolonne van zeshonderd Zoeloes - een impi - trok gewapend met speren, bijlen, messen en automatische geweren de vallei van Shobashobane binnen. Eén groep viel de inwoners aan en moordde in het wilde weg, de andere groep van mannen en vrouwen stak de huizen in brand.

De mensen die wegvluchtten, werden ingesloten door een andere colonne van vermoedelijk Inkatha-aanhangers - de strategie waarmee Zoeloe-koning Shaka in de vorige eeuw andere zwarte stammen en het Britse koloniale leger op het slagveld van Isandlwana afslachtte. De plaatselijke voorzitter van het Afrikaans Nationaal Congres, Kipha Nyawusa, stierf op het 20-ste-eeuwse slagveld van KwaZulu/Natal. Zijn buik was opengesneden. Hij was nummer vijftien in de familie Nyawusa die het leven verloor in de al tien jaar durende burgeroorlog tussen Inkatha en het ANC.

De tol van eerste kerstdag in Shobashobane: zestien doden, zeventig afgebrande huizen en een nieuwe spookstad in KwaZulu/Natal. De rest van de inwoners is weer op de vlucht. Ze waren nog maar enkele maanden geleden na een eerdere geweldsgolf teruggekeerd naar deze kleine ANC-enclave in Inkatha-gebied nabij Port Shepstone. Sindsdien waren ze belegerd geweest door Inkatha-aanhangers en moesten ze in een bus onder politiebegeleiding hun kerstinkopen doen.

Het was het zoveelste bloedbad in KwaZulu/Natal, een van de drie tijdens de kerstdagen. Deze keer waren de daders volgens de ooggetuigen Inkatha-aanhangers. Vorige week bij de aanval op de kraal van een Inkatha-familie in de regio (vier doden, vier zwaar gewonden) waren het volgens de beschuldigingen ANC-aanhangers. In totaal vielen er sinds vorige week vrijdag volgens de politie 132 doden in politiek en crimineel geweld, waartussen de grens nauwelijks te onderscheiden is. Maar door de gevechtstactiek en de timing bracht het bloedbad van Shobashobane het voortdurende geweld onder aanhangers van de twee grootste zwarte partijen terug in de aandacht van het publiek. Zuid-Afrika mag na anderhalf jaar regering-Mandela aardig wat hebben bereikt, de slachting in de lieflijke groene heuvels van KwaZulu/Natal gaat gewoon door.

Het ritueel is altijd hetzelfde: het ANC geeft Inkatha de schuld, of omgekeerd, en de partijen schermen met hun eigen lijsten slachtoffers van de afgelopen maanden. De partijen beschuldigen vaak de politie (ANC) of het leger (meestal Inkatha) van betrokkenheid bij de geweldsdaden. Het ANC en een aantal mensenrechtenorganisaties zijn er al jarenlang van overtuigd dat een onzichtbare hand van rechtse elementen in politie en leger het geweld “stuurt”.

Zij weten zich gesterkt door het komende proces tegen oud-minister van defensie Malan en negentien anderen, leger en politie-officieren en Inkatha-leden die ervan worden verdacht dat ze in de jaren tachtig doodseskaders hebben opgericht om ANC'ers te vermoorden. In KwaZulu/Natal, waar de complottheorieën even talrijk zijn als de machinegeweren, geloven sommigen dat de recente opleving van het geweld direct te maken heeft met de vervolging van Malan en de zijnen. Het Network of Independent Monitors, een groep die het geweld onderzoekt, heeft gisteren gevraagd om een onafhankelijk onderzoek naar de moorden in de omgeving van Port Shepstone, het epicentrum van veel politiek geweld. De hoofdcommissaris van politie, George Fivaz, stuurde gisteren een speciale eenheid rechercheurs naar het gebied.

Volgens Inkatha zijn ANC-leden in het Zuidafrikaanse leger betrokken bij aanvallen op Inkatha-leiders, van wie er de afgelopen jaren volgens de organisatie meer dan vierhonderd zijn vermoord. Leden van het voormalige ANC-guerillalegertje Umkhonto we Siszwe zijn vorig jaar opgenomen in het Zuidafrikaanse leger, dat een paar duizend man in KwaZulu/Natal heeft ingezet om de politie te helpen met patrouilles en het opsporen van illegale wapens. Vier soldaten van het leger werden in november gearresteerd, toen ze in uniform met een groep ANC'ers een Inkatha-bijeenkomst verstoorden. Inkatha ziet het zenden van troepen door de centrale regering, gedomineerd door het ANC, als een invasie. Inkatha-leider Mangosuthu Buthelezi houdt soldaten verantwoordelijk voor een aantal moorden op leden van zijn partij. “De macht van de staat wordt nu ingezet om onze partij te vernietigen, die zij (het ANC, red.) beschouwen als vijand nummer één.”

De regering-Mandela, waarvan Inkatha als minderheidspartij deel uitmaakt, heeft tot nu toe ondanks Buthelezi's verzet gekozen voor een harde aanpak van het geweld in KwaZulu/Natal. Het heeft geleid tot meer leger en politie in de provincie en meer confrontatie met de provinciale regering, die wordt geleid door Inkatha. Terwijl het geweld tussen de aanhangers van de twee partijen in de gebieden rondom Johannesburg na de verkiezingen van april 1994 vrijwel verdween, bleef KwaZulu/Natal het toneel van moord en conflict, al bogen de grafieken van aantallen slachtoffers enigszins naar beneden. De partijen kwamen intussen niet tot een politiek compromis over autonomie voor de provincies. Daarmee wil Buthelezi zijn regionale machtsbasis veiligstellen. Inkatha doet uit protest niet mee aan de besprekingen over een nieuwe grondwet.

De hoop dat de twee partijen vrede zouden sluiten als ze eenmaal samen regeerden op nationaal en provinciaal niveau, bleek vergeefs. De wortels van het conflict reiken tot diep in de roerige jaren tachtig. Het Verenigd Democratisch Front, nauw verbonden met het nog verboden ANC, had besloten dat Buthelezi als politieke factor moest worden geëlimineerd. Inkatha regeerde de provincie als een zwart “thuisland” via het feodale stelsel van Zoeloe-chiefs die ANC'ers uit hun gebieden verjoegen. Inkatha vond steun bij het apartheidsbewind, dat maar al te graag een zwarte bondgenoot had in de strijd tegen de “revolutionaire aanslag” van het ANC. Er volgde een spiraal van aanvallen en tegenaanvallen in afgelegen landelijke gebieden, die in tien jaar aan meer dan twaalfduizend mensen het leven kostte.

Politie en leger kunnen het geweld in KwaZulu/Natal niet stoppen. Operatie Jambu, zoals de inzet van veiligheidstroepen heet, heeft Shobashobane niet kunnen voorkomen. De enige echte oplossing voor KwaZulu/Natal is een politieke, waarschuwde de provinciale commandant van de politie vorige week. De politici beginnen het te beseffen. Daags na het kerstbloedbad vloog vice-president Thabo Mbeki naar Durban voor overleg met de provinciale regering. Hij kondigde een alomvattend vredesinitiatief aan. Een week eerder hadden president Mandela en Inkatha-leider Buthelezi hetzelfde beloofd, in een van hun reguliere oprispingen van eensgezindheid. “Wie er ook verantwoordelijk is, we zijn nu allemaal betrokken bij het geweld”, zei Mandela. “In de toekomst zullen historici zeggen dat dit geweld, deze slachting van onschuldige mensen, gebeurde toen Buthelezi de leider was van Inkatha en ik de leider van het ANC. Daarom is het onze plicht om samen te werken om een eind te maken aan het geweld”.

    • Peter ter Horst