Onbesliste zeeslag met Portugal bleek ommekeer

Aan de westkust van Maleisië is onlangs het wrak van het VOC-schip 'De Nassau' (1604) gevonden. De vondst wordt door archeologen 'uniek' genoemd en brengt meer duidelijkheid over een 'vergeten gevecht' en de rol van wereldmacht Nederland in het Verre Oosten in de zeventiende eeuw.

PORT DICKSON, 28 DEC. Het moet een bloedige zeeslag zijn geweest, waarbij honderden het leven lieten. Een strijd om de heerschappij tussen de Portugezen en de Nederlanders op een van 's werelds meest lucratieve handelsroutes uit het begin van de zeventiende eeuw in de Straat van Malakka, aan de westkust van Maleisië. Het gevecht was bijna verloren gegaan voor de geschiedenis, maar vier eeuwen later is alles van toen weer opgediept uit de dikke modder van de zeebodem.

De Britse historicus Nigel Pickford raakt niet uitgepraat over wat er de afgelopen maanden een paar kilometer uit de kust van de Maleise havenstad Port Dickson allemaal uit de zee naar boven is gehaald. Hij vertelt glunderend over de waarde van de vondsten, de zilveren munten, het porselein en de bronzen kanonnen die tevoorschijn kwamen uit de wrakstukken van wat later 'De Nassau' bleek te zijn, een schip van de Verenigde Oostindische Compagnie uit 1604. Het is het oudste Nederlandse scheepswrak dat ooit is gevonden.

Pickford, die zichzelf met lichte zelfspot typeert als 'scheepswrakken-specialist', is de auteur van 'het standaardwerk' over maritieme archeologie. Daarom werd hij vorige week ingevlogen om, op uitnodiging van het Brits-Maleise onderzoeksteam van maritieme archeologen, in Port Dickson de officiële overhandiging van de gevonden schatten aan de Maleise staatssecretaris van kunst en cultuur bij te wonen.

“Dit gevecht was van enorme historische waarde”, vertelt Pickford zijn gehoor op een omgebouwde praam van waaruit het onderzoek sinds augustus is uitgevoerd. “Het betekende het einde van de Portugese dominantie op de kruiden-handelsroute. De Portugezen hadden die route meer dan 100 jaar gedomineerd, tot de Nederlanders zeiden: wij willen ook iets van die route meepikken.”

Het gevecht, dat plaatshad in 1606, draaide niet alleen om de zeeroute. Ook op het land was er strijd. De bemanning van de Nederlandse vloot, die naast De Nassau uit tien andere schepen bestond, vocht om Malakka, de stad die honderd kilometer ten zuiden van Port Dickson ligt en strategisch van groot belang was. Bij dat gevecht werden de Nederlanders gesteund door de mannen en middelen van de sultan van het zuidelijker gelegen Johor Bahru. Het gevecht om Malakka duurde ruim vier maanden, kostte aan zeker 5.000 inwoners van de stad het leven en werd uiteindelijk door de Portugezen gewonnen.

“Toen de Nederlanders waren teruggekeerd naar hun schepen buiten Malakka, volgde korte tijd later een tweede gevecht, nu op zee”, vertelt Pickford. De Portugese armada van zeventig schepen vocht tegen een elftal Nederlandse schepen: 'the battle of Cape Rachado', heet het in de geschiedenisboeken. Tot nu toe was er weinig over dit gevecht bekend, maar deze opgravingen hebben meer duidelijkheid gebracht over het 'vergeten gevecht', zoals Pickford het omschrijft.

“Het moet er heel heftig aan toe zijn gegaan toen. De voorraad kogels is er vrijwel volledig doorheen gegaan, want we hebben maar een paar ongebruikte exemplaren gevonden”, meldt de historicus die schat dat er 600 mensen bij zijn omgekomen. “De Nassau zonk, en ook een ander schip, De Middelburg verdween naar de zeebodem. De slag bleef onbeslist. Pas later wonnen de Nederlanders en namen ze ook Malakka in. Maar het unieke is dat de twee Nederlandse schepen samen met twee Portugese schepen, vlak naast elkaar liggen. Dat is nog nooit vertoond: vier zulke oude scheepswrakken zo dicht bij elkaar in de buurt.”

De blos op Pickfords wangen is van professionele opwinding en de aanwezigen zijn onder de indruk, zo lijkt het. Naast de staatssecretaris, een paar lokale politici en een handjevol journalisten, bestaat het publiek op de boot vooral uit de duikers die de afgelopen vijf maanden dagelijks 22 meter naar beneden zwommen in de hoop iets te ontdekken. Dat bleek niet mee te vallen. Door een combinatie van sterke stroming en de jaarlijkse moesson was het zicht belabberd.

“We noemden het moddersoep”, vertelt een van de duikers, Mensun Bound, later. “Het was levensgevaarlijk om hier af te dalen. Meestal zag je letterlijk geen hand voor ogen. Negen van de tien keer kon ik niet eens zien hoe laat het was.” Hij houdt zijn horloge op amper twintig centimeter van zijn ogen om zijn woorden kracht bij te zetten.

Bound weet wat gevaarlijk is. De Brit is hoofd van de afdeling maritieme archeologie op Oxford. Al vijftien jaar lang duikt Bound de grote zeestraten af, op zoek naar oude scheepswrakken, maar het is lang geleden dat hij zoiets fantastisch heeft meegemaakt. “We hebben hier overblijfselen gevonden van een van de belangrijkste zeeslagen uit de maritieme geschiedenis”, zegt Bound. “Het is het beginpunt van de maritieme geschiedenis in het Verre Oosten.”

De historische waarde van de gevonden voorwerpen is inmiddels ook onderkend door de Maleise regering, die het archeologische project, dat twee miljoen gulden kostte, heeft betaald. De staatssecretaris voor kunst en cultuur zei bij de presentatie dat hij graag een maritiem museum zou willen opzetten in Malakka. Dat museum zou moeten worden opgebouwd rondom de vondsten van De Nassau en kan, zo hoopt de staatssecretaris, naast de educatieve functie die het zal hebben voor de eigen bevolking ook dienst doen als toeristische attractie.

Bound heeft al gesuggereerd dat de scheepsromp van De Nassau naar boven getakeld moet worden. “Dat maakt het museum helemaal spectaculair”, vindt hij. Maar belangrijker vindt de Oxford-archeoloog dat er geld komt voor vervolg-onderzoek. “We willen nu de drie schepen, die er nog liggen, gaan bekijken en naar boven halen. Er liggen bijvoorbeeld nog zeker 60.000 zilveren munten. Om te voorkomen dat daar straks door allerlei 'schatzoekers' naar gedoken gaat worden, moeten we zo snel mogelijk weer naar beneden toe”, zegt Bound. Maar hij weet ook dat daar miljoenen voor nodig zijn.

Namens de 'sponsor' wilde de staatssecretaris bij de presentatie niet verder gaan dan beloven dat het verzoek van Bound om meer geld “zijn aandacht” heeft en dat hij het een “zeer interessant project” vindt. Begin volgend jaar neemt de Maleise regering een beslissing en Bound is optimistisch dat dat een voor hem gunstige zal zijn. Hij droomt er al van, vertelt hij.

Als hij aan het werk mag om ook De Middelburg en de twee Portugese schepen te onderzoeken, groeit zijn project uit tot het grootste ter wereld voor de archeologie onder water. “We zijn hier iets fantastisch begonnen. Nu moeten we dit gewoon afmaken”, zegt Bound nog maar eens.