Na 'Merry Christmas' volgt voor trotse zwarten 'Happy Kwanzaa!'

WASHINGTON, 28 DEC. De slingers met gekleurde lichtjes hangen nog over de veranda's, de houten rendieren met kerstballen in hun gewei dralen nog wat in de voortuinen en de laatste restjes van het kerstdiner staan nog in de ijskast. Maar voor sommige Amerikanen is het volgende feest alweer begonnen. 'Happy Kwanzaa!' wenste een televisiepresentator zijn kijkers begin deze week toe - en tussen 26 december en 1 januari zullen naar schatting vijf tot tien miljoen zwarte Amerikanen dat ter harte nemen.

Kwanzaa is een feest waarop zwarte Amerikanen, African Americans, hun culturele erfgoed gedenken en huldigen. In 1966, een jaar na de rassenrellen in de wijk Watts in Los Angeles, is Kwanzaa bedacht en ontwikkeld door de toenmalige zwarte activist Ron Karenga. Het feest moest de eenheid in de zwarte gemeenschap herstellen en versterken, op basis van eigen, Afrikaans geïnspireerde waarden.

De zeven dagen dat Kwanzaa duurt zijn elk gewijd aan één beginsel: van 'eenheid' de eerste dag, tot 'geloof' de laatste - geloof in “ons volk, onze ouders, onze leraren, onze leiders en de rechtvaardigheid van onze strijd en de overwinning”, aldus het boekje Kwanzaa, Everything you always wanted to know but didn't know where to ask. Bij Kwanzaa hoort een houten kandelaar met zeven kaarsen, waarvan er iedere avond één wordt aangestoken. Iedere kaars staat voor een van de zeven beginselen, naast eenheid en geloof: bepaling van je eigen lot, samenwerking en verantwoordelijkheid, economische solidariteit, gemeenschapszin en creativiteit.

Van een marginaal festival is Kwanzaa in nog geen dertig jaar uitgegroeid tot een breed maatschappelijk verschijnsel. Het feest wordt niet alleen gevierd in gezinsverband of met vrienden, de media besteden er ook steeds meer aandacht aan en de commercie speelt daarop in - Kwanzaa-wenskaarten, Kwanzaa-kandelaars en -boekjes, bandjes en video's over het feest zijn in de grote steden op veel plaatsen verkrijgbaar. Scholen, musea en kerken organiseren Kwanzaa-vieringen voor kinderen en volwassenen. En boekwinkels richten speciale hoekjes met Kwanzaa-artikelen in.

“Ik wil dat mijn dochter zich bewust is van de Afrikaanse afkomst van haar familie, en dat ze daar trots op is”, zegt Elizabeth Softky, moeder van een zoon van zestien jaar en een dochter van zestien maanden. “Dat is voor mij de zin van Kwanzaa. Ik vind het belangrijk mijn waarden, en mijn achtergrond, aan haar over te dragen. Met mijn zoon sprak ik daar nooit over; hem vertelde ik geen verhalen over onze voorouders. Ik dacht: hij pikt het vanzelf wel op. Maar dat gebeurde niet. Tot mijn schrik wilde hij bijvoorbeeld steil haar hebben. Die fout wil ik niet nog eens maken.”

Pag.5: Swahili is de taal van de symbolen en de rituelen

Elizabeth Softky zelf was negen jaar toen haar vader op een dag, halverwege de jaren zestig, besloot zijn pak met das te verruilen voor Afrikaanse gewaden. Hij had Karenga leren kennen, die geloofde dat de zwarte gemeenschap zich tegen discriminatie te weer kon stellen door haar Afrikaanse wortels opnieuw te ontdekken. En dus verdiepte vader Softky zich in Afrikaanse kunst en cultuur, nam hij lessen in de Oostafrikaanse taal Swahili en leerde hij de beginselen en rituelen van Kwanzaa. Na een paar jaar was deze Afrikaanse periode in zijn leven weer voorbij, maar de ervaring had sporen nagelaten in het bewustzijn van zijn dochter. Toen ze vijf jaar geleden trouwde, met een blanke man, koos ze als trouwdag Nia uit, de vijfde dag van Kwanzaa, die in het teken staat van de opbouw en ontwikkeling van de gemeenschap waarin we leven: gezin, extended family of nog groter verband. Voor Softky is Kwanzaa niet alleen een gelegenheid om haar dochter, als ze er de leeftijd voor heeft, vertrouwd te maken met haar culturele achtergrond, ook haar man laat ze door het feest delen in haar Afrikaans-Amerikaanse erfgoed.

Bij de viering van Kwanzaa is een belangrijke rol weggelegd voor symbolen en rituelen, die net als de zeven dagen en de beginselen waar die voor staan, worden aangeduid in het Swahili. De kandelaar (kinara) met drie groene, drie rode en een zwarte kaars staat voor de voorouders. Een mandje groente en fruit (mazao) symboliseert de oogst (Kwanzaa, dat 'eerste vruchten' betekent, moet een terugblik op, en oogst van het afgelopen jaar zijn). Een rieten matje (mkeka) staat voor de traditie en de geschiedenis, de basis van alles. En maïskolven staan voor de kinderen die eventueel in het gezin aanwezig zijn.

De gerechten die tijdens Kwanzaa worden gegeten weerspiegelen zowel de Afrikaanse als de Amerikaanse tradities van de African Americans: de ene dag yam-wortels, de andere aardappelen. Afrikaanse gewaden, trommelmuziek en dans horen er ook bij. Cadeautjes nemen slechts een bescheiden plaats in.

“Kwanzaa is anders dan Kerstmis”, zegt Softky. “Het is geen alternatief voor Kerstmis, veel mensen vieren beide feesten. Maar kerst is een religieus feest, terwijl Kwanzaa cultureel is. Bovendien is men blij dat Kwanzaa niet zo gecommercialiseerd is als Kerstmis. Als mensen met Kwanzaa toch cadeautjes willen geven, zijn het meestal handgemaakte voorwerpen of boeken. Doorgaans heeft een cadeau dan een opvoedkundige bedoeling: bijvoorbeeld als beloning voor een nagekomen belofte, of als aansporing om gevolg te geven aan goede voornemens.”

De ernstige en stichtelijke uitgangspunten van Kwanzaa staan volgens Softky een feestelijke viering niet in de weg. “Op de avond van de zesde dag, oudejaarsavond, vieren we het traditionele Karamu-feest en nodigen we veel vrienden uit. Iedereen brengt eten mee, en we zijn dan in traditionele kleding. Dan maken we gewoon plezier. Ook Chinese en Latijns-Amerikaanse vrienden nodigen we uit, zodat we kunnen delen in elkaars culturele achtergrond.”

Verhalen vertellen, verhalen over vroeger, is voor Softky de kern van Kwanzaa. “Van mijn grootmoeder heb ik de verhalen gehoord over mijn voorouders vijf generaties voor mij: dat waren kinderen van de slavenhouder en zijn concubine, die vijf jaar na het einde van de slavernij eindelijk vrijkwamen. In Arkansas konden ze toen zelf een boerderij beginnen, waar ze na een paar jaar weer door blanke boeren van verdreven dreigden te worden. Toen moesten ze terug naar hun blanke halfbroers, om hun hulp in te roepen. Dat lukte, en zo konden ze daar blijven en bezit onze familie daar nog steeds land.

“Veel van de verhalen uit onze geschiedenis gaan over strijd, tegenslag en doorzettingsvermogen. Ik vind het zo belangrijk dat later aan mijn dochter te vertellen, omdat het laat zien dat er in slechte tijden ook goede dingen konden gebeuren. En omdat die verhalen aangeven dat wij wel degelijk een geschiedenis hebben, en een bijdrage hebben geleverd aan de geschiedenis van dit land. Het is voor kinderen belangrijk om dat te weten, als ze te maken krijgen met racisme.”