Magic-hype van Alkmaar tot Tilburg; In de ban van het deck

Zestig Magic-kaarten en twintig levens heeft men nodig om mee te doen aan het cultspel 'Magic: the gathering'. Als een soort Flippo's voor studenten hebben de magische kaarten alles in zich voor een rage: ze kunnen kostbaar worden, zijn nodig bij een spannend spel en gaan gepaard met een eigen jargon.

In de achterkamer van spellenwinkel Compendium in Amsterdam klinken opgewonden stemmen. “Hé, je kan nog een enchantment mollen!” Een groepje jongens speelt een kaartspel dat afkomstig lijkt te zijn uit The Lord of the Rings van J.R.R. Tolkien. Vreemde monsters en betoveringen vliegen over tafel, begeleid door geheimtaal van de spelers. “Als jij deze artifact sacrificet, dan cast ik een giant growth.”

Ze spelen Magic: the gathering, een strategisch kaartspel dat de afgelopen twee jaar razend populair is geworden in Nederland. Magic is het idee van de Amerikaanse wiskundige Richard Garfield, die het met zijn produktiebedrijf Wizards of the Coast binnen een jaar tot hét cultspel van de Verenigde Staten verhief. Het wordt meestal gespeeld door tussen de twee en twintig personen, die allen over zestig kaarten en twintig 'levenspunten' beschikken. Het is de bedoeling, door de kaarten zo slim mogelijk uit te spelen, de tegenstander van zijn 'levens' te beroven en zo uit het denkbeeldige land Dominia te verdrijven. De kaarten bevatten magische kracht (mana) en verbeelden speciale effecten (orkanen, vloedgolven) of fantasiemonsters (de Granite Gargoyle) waarmee je elkaar kunt aanvallen.

Magic is in heel Nederland bekend, maar lijkt vooral populair onder jongens in studentensteden. In Amsterdam wordt op maandag-, woensdag- en vrijdagmiddag in Compendium gespeeld, op dinsdagavond in café Kempinski en eens in de twee weken op zondagmiddag in café Maximiliaan. In Utrecht heeft spelletjeswinkel The Joker zijn kelder van dinsdag tot en met zaterdag ter beschikking gesteld van kaartliefhebbers. Steden als Tilburg, Enschedé, Zwolle en Alkmaar hebben allemaal hun eigen spelgroepen. Op sommige middelbare scholen spelen tijdens de pauze honderden kinderen Magic.

Studenten staan wat meer open voor gekke spellen”, legt Frits van Varik (29) uit. Van Varik is computerprogrammeur en noemt zichzelf “waarschijnlijk de meest fanatieke Magic-speler in Nederland”. Hij reisde twee keer speciaal naar de Verenigde Staten om het spel daar te kunnen spelen, was als toeschouwer aanwezig bij de wereldkampioenschappen in Seattle, en bezit een verzameling kaarten die twintigduizend gulden waard is. Vroeger schaakte hij veel maar dat vond hij op een gegeven moment te eentonig worden. “Magic is leuker. Het is schaken met een dicht bord terwijl je als speler elke keer andere stukken kunt meenemen. Alles zit erin: verzamelen, spelen, sociaal verkeer. Je kunt het met z'n tweeën doen, maar ik heb het op een toernooi in Groningen ook wel eens met 130 mensen tegelijkertijd gespeeld.

“Je bent soms dagen bezig met het samenstellen van een deck van zestig of tachtig kaarten waarmee je naar een wedstrijd gaat. Er bestaan 1.567 verschillende Magic-kaarten zodat je je deck steeds verschillend kunt samenstellen. Morgen hebben we bijvoorbeeld een toernooi in België waar alleen wordt gespeeld met kaarten uit de serie Ice Age. Daarvoor gaan we vanavond met een groepje van vier man playtesten: oefenpotjes spelen om te zien welke stok kaarten het best werkt.”

Door de hype rond Magic zijn de kaarten een serieuze belegging geworden. De producent brengt steeds weer nieuwe series op de markt die spelers en verzamelaars in handen kunnen krijgen door aanvullende setjes van vijftien kaarten te kopen à ƒ 7,50. Zeldzame exemplaren uit de beginperiode kunnen echter, zoals speciale koerslijsten in vaktijdschriften als Scrye aangeven, honderden guldens opbrengen. Veel spelers hebben behalve hun decks ook mappen bij zich met kaarten die te ruil of te koop zijn. In Amsterdam verkocht een jongen onlangs zijn kaartenverzameling voor vijftigduizend gulden.

Ook Peter Clausman (15) neemt zijn eigen map mee als hij gaat spelen in The Joker in Utrecht. Zaterdagavond om acht uur zit hij hier met drie andere jongens nog druk te tappen en te casten. Aan de witgepleisterde muren hangen posters van vrouwelijke vampieren en Star Wars-figuren, en een ranglijst van Magic-spelers die elkaar in competitieverband kunnen uitdagen. Maar Peter speelt geen competitie meer. “Ik speel liever voor de gezelligheid. Als je een snel en agressief deck hebt, kan een spelletje binnen zes beurten afgelopen zijn. Maar hier kijken we liever hoeveel kaarten we op tafel kunnen krijgen.” De rode, dertigzijdige dobbelsteen op tafel geeft aan dat hij nog vierentwintig levens heeft. “Dat kan uren duren.”