Lubbers' voetnoot

EN DAAR WAS dan eindelijk het orakel van Kralingen met zijn visie op de gebeurtenissen. Voormalig CDA-leider Lubbers heeft zijn zelfgekozen stilzwijgen doorbroken. In een vraaggesprek met het dagblad Trouw zette hij gisteren uitvoerig uiteen waar het in zijn ogen is misgegaan tussen hem en zijn opvolger Brinkman. Onthullend zijn de verhalen over wat er zich in 1993 en 1994 binnen het CDA heeft afgespeeld haast nauwelijks meer. Eerder is het ontluisterend. Twee mannen, Lubbers en Brinkman, zaten elkaar danig in de weg. De rekening die hiervoor moest worden betaald bleek een forse: twintig zetels verlies bij de verkiezingen, gevolgd door een gedwongen verblijf in de oppositie.

Lubbers' kijk op het geheel tekent vooral zijn eigen gemoedstoestand van die dagen. Nog steeds kan hij zich niet voorstellen dat zijn publieke aankondiging, gedaan enkele dagen voor de verkiezingen, dat hij zijn stem niet zou uitbrengen op lijsttrekker Brinkman maar op de nummer 3 van de lijst, minister Hirsch Ballin, het danig in verwarring verkerende CDA alleen maar schade heeft berokkend. Integendeel, Lubbers durft volgens eigen zeggen de stelling aan dat deze zet het CDA juist stemmen heeft opgeleverd.

Het scenario dat Lubbers had uitgedacht om te voorkomen dat Brinkman premier zou worden - alternatieve kandidaten had hij reeds gepolst - is eveneens veelzeggend. Hier was een koning bezig te strijden voor zijn koninkrijk die in feite geen koning meer was. Iedereen wist dat behalve hij zelf. DE CONCLUSIE van Lubbers dat de huidige coalitie van PvdA, VVD en D66 tot stand is gekomen doordat Brinkman niet anders wilde dan zelf hoe dan ook minister-president te worden, is een vergaande. Dat hij het voor het CDA ongunstige verloop van de formatie zo toespitst op de persoon Brinkman is wederom tekenend. Er speelde in de zomer van 1994 natuurlijk meer. Het belangrijkste was dat het CDA door toedoen van de kiezer niet langer de dominante factor in de formatie kon zijn.

Veel opgehelderd hebben de woorden van Lubbers al met al niet. Behalve dan dat de minister-president - om met de woorden van de na zijn pensionering ook opeens openhartig geworden ex-hoofddirecteur van de Rijksvoorlichtingsdienst te spreken - in zijn laatste regeringsjaar 'de kluts kwijt was'. Wat echter vooral duidelijk blijkt is dat het CDA nog met een aanzienlijk onverwerkt verleden zit. Zolang dat de situatie is, blijft elke investering van de partij in de toekomst een uitermate ongewisse.