Grote steden tegen uitsluiten illegalen van voorzieningen

DEN HAAG, 28 DEC. De grote steden Rotterdam, Den Haag en Utrecht verzetten zich tegen het kabinetsplan om mensen zonder verblijfsvergunning uit te sluiten van sociale en medische voorzieningen. Volgens hen is het plan “om praktische en principiële redenen” onuitvoerbaar.

Dit schrijven zij in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer. Deze zogeheten koppelingswet moet nog door het kabinet en de Tweede Kamer worden goedgekeurd. Het wetsvoorstel beoogt mensen zonder verblijfsvergunning uit te sluiten van sociale en medische voorzieningen. Het kabinet heeft in een eerste voorstel een uitzondering gemaakt voor illegalen die in levensgevaar verkeren, illegalen die juridische bijstand nodig hebben en kinderen van illegalen die leerplichtig zijn. Deze laatste groep kan tot het zestiende jaar naar school, maar moet daarna van school verdwijnen.

In beginsel zijn de drie steden het met het kabinet eens dat het verblijf van illegale vreemdelingen in Nederland ontmoedigd wordt. Maar de nieuwe controlerende en opsporende taak die het kabinet artsen, scholen en hulpverleners toebedeelt staat “op gespannen voet” met hun eigenlijke taak, schrijven de drie steden. “Deze spanning kan functionarissen die in deze sectoren werkzaam zijn voor gewetensnood plaatsen. Hierdoor komt de uitvoerbaarheid van de voorgestelde regeling onder druk te staan.”

Daarnaast vinden de drie steden dat alleen 'echte illegalen' uitgesloten moeten worden van collectieve voorzieningen. Dat het kabinet ook niet-uitzetbare vreemdelingen wil uitsluiten van deze voorzieningen, vinden de drie steden “principieel onjuist”. Bovendien vrezen ze dat allochtonen met een legale verblijfsstatus te lijden krijgen van de controle, wat hun integratie niet ten goede zal komen.

Ook het college van B en W in Amsterdam heeft kritiek op het voorstel, aldus een woordvoerder van wethouder Van der Aa (onderwijs), maar “wil de discussie niet op deze wijze aanzwengelen”. Het Amsterdamse college wil via de eigen fracties in de Tweede Kamer pogen invloed uit te oefenen op de besluitvorming.

Eind vorige week liet staatssecretaris Netelenbos (onderwijs) ook al kritiek horen op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Zij wil dat illegale leerlingen tot hun achttiende jaar recht op onderwijs krijgen. Een leeftijdsgrens van zestien jaar is volgens Netelenbos onzin. Ze vreest dat in dat geval illegale jongeren hun opleiding niet kunnen afmaken en dat geen van hen een diploma haalt. “Haal je een kind voortijdig van school af, dan krijgen we dat later op de een of andere manier op ons brood”, waarschuwde Netelenbos. De staatssecretaris wil de illegale kinderen pas onderwijs ontzeggen als ze achttien jaar oud zijn geworden en volwassen zijn. “Dan zijn ze niet meer de kinderen van illegalen, maar zelf illegaal geworden.”