Germanen vormden de cavalerie bij Romeinse legers

Bij Romeinse legers denkt men niet zo gauw aan meevechtende boerenzonen uit het Noorden van wat nu Europa heet. Maar zonder de Germanen en de stammen die in de eerste eeuwen na Christus leefden tussen de Betuwe en Bonn, zou het Romeinse rijk wellicht een stuk kleiner geweest zijn. De noordelijke boerenzonen waren namelijk erg handig op het paard. Vooral de Bataven bezaten deze vaardigheid, die de Romeinse strijders zelf misten.

Recente opgravingen die tot 7 januari worden getoond in het Provinciaal Museum G.M. Kam in Nijmegen, doen vermoeden dat boerenzonen uit de lage landen, de cavalerie vormden van het Romeinse leger. De veronderstellingen worden bevestigd door Romeinse schrijvers die de zadelkunst van de Bataven roemden. (Scarabee, dec.).

Op het Kops Plateau in Nijmegen zijn resten gevonden van paardestallen en van fraai uitgevoerde uitrustingen van paard en ruiter. Botmateriaal leerde onderzoekers van het Instituut voor Pre- en Protohistorische Archeologie in Amsterdam, dat vrijwel iedere boederij in het rivierengebied al vóór de komst van de Romeinen een of twee paarden had.

De volkeren leefden vooral van runderen en schapen, die ze lieten grazen op droogvallende gronden langs de rivier. Een paard was waarschijnlijk belangrijk om de kudde te beschermen, of om vee van anderen te stelen. Dat laatste, zo blijkt uit geschreven bronnen, was een altijd terugkerend probleem in die streken. Daarnaast hadden de rivieren in die tijd vele ondiepe vertakkingen. Met een paard konden de stamleden er droog overheen komen.

Archeologen hebben lang gedacht dat paarden bij de strijd van de Romeinen nog geen rol konden spelen omdat men toen nog geen stijgbeugels kenden. Ruiters zouden tijdens het gevecht meteen uit het zadel worden gewipt.

Inmiddels hebben lange tochten en schijngevechten met reconstrukties van Romeinse paard- en ruiteruitrustingen, uitgewezen dat het Romeinse zadel met zijn zadelhorens geoefende ruiters voldoende houvast biedt.

Uit het botmateriaal blijkt dat de Bataafse paarden geleken moeten hebben op de IJslandse pony, kleine, relatief primitieve paarden die nog dicht bij het wilde paard staan. De Romeinen hadden in Italië al grotere paarden door hun betere foktechnieken. Hiermee werd echter niet gevochten.