Geen wijsgeer was onder theologen zo gevierd als Levinas

Het werk van de deze week overleden filosoof Emmanuel Levinas heeft vooral in Nederland grote invloed op de theologie gehad. De joodse denker stelde niet de zijnsleer, maar de ethiek centraal.

ROTTERDAM, 28 DEC. Zij werd opgeleid als psychotherapeut; hij is theoloog en gepensioneerd predikant. Samen werkt dit tweetal, Hanneke Meulink (47) en Aat van Rhijn (65), aan een proefschrift over de op eerste kerstdag in Parijs overleden, vooral in Nederland bekende Franse filosoof Emmanuel Levinas.

“Overal zingt zijn naam rond”, zegt Meulink, die aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam praktische theologie (pastoraat) doceert. In vrijwel iedere universitaire of hogere beroepsopleiding in de theologie, overal staat Levinas in het middelpunt van de belangstelling. Tal van scripties, werkstukken, proefschriften zijn al over hem gemaakt. Meulink verklaart al deze belangstelling uit het feit dat Levinas in zijn filosofie niet de leer over het zijn, de ontologie, maar de rechtvaardigheid, de ethiek, centraal stelt. “Dat heeft vergaande consequenties voor het denken want hij zet alles op zijn kop. Het is een filosofie die niet in de eerste plaats van het ik uitgaat, maar van 'de ander' (al dan niet met een hoofdletter geschreven) en van het ethisch appel dat de ander op mij doet. Zo laat Levinas de 'conscience morale' (het geweten) vooraf gaan aan de 'conscience de soi' (het zelfbewustzijn). Hierdoor wordt een theologie mogelijk die niet over wetenschap en God gaat, maar over menselijke verantwoordelijkheid en het afleggen van rekenschap daarover.”Van Rhijn vult aan. In de jaren zestig “werd het hele leven vanuit de emoties en motivaties van mensen verklaard (...) Levinas heeft daar de categorie van de rechtvaardigheid, de verantwoordelijkheid tegenover gesteld. Zo werd er een nieuwe theologie mogelijk, een godsdienst voor volwassen mensen ('une religion adulte')”.

Terwijl Van Rhijn en Meulink samen aan hun proefschrift over de betekenis van Levinas voor het pastoraat bezig zijn, worden er aan de theologische faculteit van de Universiteit van Amsterdam nog drie andere dissertaties over de Franse denker voorbereid. Sinds de jaren zestig, toen Levinas, vooral door toedoen van de Leidse godsdienstfilosoof, prof. dr. H.J. Heering, in Nederland bekendheid kreeg, zijn er al zeker 15 filosofen en theologen op Levinas gepromoveerd. Levinas-congressen trekken volle zalen, geen enkele hedendaagse wijsgeer lijkt, hoewel zijn geschriften door sommigen voor vrijwel onleesbaar worden gehouden, zo gevierd als juist deze joodse denker van Litouwse afkomst.

De Haagse remonstrantse predikant dr. Johan Goud, die als een van de grote Levinas-deskundigen wordt gezien, was enkele jaren voorzitter van het Levinas-werkgezelschap. In zijn boek 'God als raadsel. Peilingen in het spoor van Levinas' (Kampen, 1992) beschrijft Goud hoe moeilijk het is tegelijkertijd filosoof en theoloog te zijn. Een filosoof gaat altijd onbevangen naar de waarheid en de wijsheid op zoek, een theoloog is meer op het proclameren van de waarheid en de wijsheid gericht. Volgens Goud wilde Levinas zeker geen theoloog zijn en beslist niet preken, maar probeerde hij als filosoof duidelijk maken of en hoe er na Auschwitz nog over God gesproken zou kunnen worden. Volgens Levinas kon dat wel; niet meer op de dogmatische manier, wel op een mondige, volwassen manier zonder valse, vrome beloften en zonder het lijden te willen verklaren.

Ook de Amsterdamse hoogleraar dogmatiek N.T. Bakker is erg onder de indruk van Levinas' denken en waardeert daarin vooral dat “God wordt losgemaakt van alle traditionele beelden en door Levinas die over God spreekt in termen van een 'anders dan zijn', niet met de bestaande werkelijkheid wordt vereenzelvigd”. Was het zo dat volgens de christelijke theologie God via Jezus Christus gekend kan worden, zo is het volgens Bakker bij Levinas zo dat “de verhouding tussen God en mens in antropologische zin 'via de ander' verloopt”. Evenals Bakker signaleert de godsdienstfilosoof prof. Auke de Jong, ook uit Amsterdam, dat de overleden denker aan de theologie - ook al baseerde hij zich niet op de confessie - “een heel nieuw perspectief” heeft gegeven.

Voor de katholieke theoloog dr. Marcel Poorthuis betekende de kennismaking met Levinas een ware “aardschok”. Poorthuis, die in 1992 op Levinas promoveerde, wijst erop dat Levinas vooral door de manier waarop hij in Nederland is binnengehaald, internationaal nog veel bekendheid heeft gekregen. Dat Levinas' wijsbegeerte in Nederland zo enorm aansloeg, komt volgens Poorthuis doordat “dit land na de Tweede Wereldoorlog nog altijd zo pluriform christelijk was dat men hier bereid was te leren van zijn poging om tegen de oorlog 'in te denken'.”

Toch ergert Poorthuis zich nogal aan de uitbundige manier waarop Levinas door Nederlandse theologen is geannexeerd. “Enerzijds hebben ze van zijn opvattingen een loodzware dogmatische ethiek proberen te maken, terwijl ze anderzijds niet echt met hem uit de voeten kunnen. Het hoogtepunt van de belangstelling voor zijn werk is alweer voorbij. Dat komt, denk ik, omdat zijn denken zowel heel ontwrichtend werkt, maar hij ook juist géén algemene moraal propageert. In ethische zin spreekt Levinas namelijk hoogst individueel alleen voor zichzelf en is hij er niet op uit iemand anders iets op te dringen.”